‘GLB-premie alleen voor duurzame boer’

Jerseykoeien op een duurzaam melkveebedrijf. Jaap van Os en Dennis Martens stellen voor alleen nog financiële steun te geven aan agrarische bedrijven die zich inspannen voor onder meer dierenwelzijn, biodiversiteit en minder uitstoot.
Hoe creëer je een landelijk gebied dat écht in balans is? Jaap van Os en Dennis Martens stellen een drastische wijziging in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) voor.‘Nooit meer honger!’ Dat was het credo van Sicco Mansholt, de eerste minister van landbouw na de Tweede Wereldoorlog. Een moderne agrarische sector moest hiervoor zorgen, met verdere mechanisering, specialisatie en schaalvergroting. Als Eurocommissaris gaf hij daar vorm aan, en Mansholt werd zo een van de grondleggers van het Europese landbouwbeleid.Zekerheid voor de agrarische sectorDe hoofdlijnen van dit beleid zien we nog steeds terug. Het was in eerste instantie gestoeld op stabiele prijzen voor landbouwproducten. Dat bood de agrarische sector zekerheid voor de lange termijn, waardoor deze zou gaan investeren en innoveren. Dit is gebeurd. De landbouw heeft zich dankzij het Europees beleid omgevormd tot een moderne en dynamische economische sector met een enorme economische output. Met als resultaat dat we sinds de Tweede Wereldoorlog geen schaarste of honger meer hebben. Sterker nog: Nederland exporteert nu veel landbouwproducten.Schaalvergroting en intensiveringEr zijn ook keerzijdes, met als dieptepunt het voedseloverschot in de jaren ’80: de zogenoemde ‘melkplas en boterberg’. Ook heeft het landbouwbeleid geleid tot vergaande schaalvergroting en intensivering, met verschraling van de ecologische diversiteit en ruimtelijke kwaliteit als gevolg. Deze processen zetten zich tot de dag van vandaag voort.‘Het gebruik en de inrichting van het landelijk gebied sluiten niet meer aan op de opgave en de wensen van nu’Tijden veranderen. Het gebruik en de inrichting van het landelijk gebied sluiten niet meer aan op de opgave en de wensen van nu. De vraag is: hoe geven we het landelijk gebied zo vorm dat het in de toekomst tegemoet kan komen aan de veelheid van wensen en zich kan aanpassen aan de klimaat- en andere veranderingen die op ons afkomen?De huidige subsidies leiden vooral tot het doorgaan op dezelfde weg; tot verdere schaalvergroting en intensivering. Toch kunnen ze ook nu de juiste richting geven. Wat is daar voor nodig?In drie stappen naar een duurzame balans1. Bied zekerheid op de lange termijn door agrariërs en samenwerkingsverbanden te ondersteunen die invulling geven aan de transformatie naar een veelzijdig en duurzaam landelijk gebied. Veelzijdig en duurzaam op het gebied van: biodiversiteit, dierenwelzijn, minder emissies, gezondheid van plant, dier en mens, duurzame energie, kringlooplandbouw, ruimtelijke kwaliteit, en waarin lokale verankering en participatie worden beloond. In het nieuwe beleid hebben alleen agrariërs en samenwerkingsverbanden die hierin investeren en dus invulling geven aan de wenselijke (ruimtelijke) veranderingen nog recht op ondersteuning daarvan.Jerseykoeien op een duurzaam melkveebedrijf. Jaap van Os en Dennis Martens stellen voor alleen nog financiële steun te geven aan agrarische bedrijven die zich inspannen voor onder meer dierenwelzijn, biodiversiteit en minder uitstoot.Het geld is er al! Het vraagt alleen om een herijking van de GLB-subsidies, zodat agrariërs die de handschoen oppakken worden beloond. De inkomenstoeslag en de POP-subsidie zijn samen goed € 877 miljoen, alleen al in 2020. Als we deze gelden garanderen voor een periode van 10 jaar, dan is dat voldoende om de transformatie in de hoogste versnelling te zetten.6 pilots voor natuurinclusieve landbouwDe eerste stappen zijn al gezet: het ministerie van LNV heeft 6 pilots geselecteerd voor natuur-inclusieve landbouw, waarin de GLB-subsidies aan een regionale, doelgerichte aanpak worden besteed. Wij stellen voor om de aanpak te verbreden en in de pilot-gebieden alleen nog financiële ondersteuning te geven aan boeren die stappen zetten in de richting van de gewenste transitie.2. Zorg voor ondersteuning van het transitieproces door in te zetten op de driehoek van overheid, ondernemers en onderzoek. Zo kunnen de noodzakelijke fundamentele veranderingen op het gebied van agrarische bedrijfsvoering goed worden ondersteund en begeleid. En zo ontstaan lokale samenwerkingsverbanden waarin circulariteit, klimaatadaptatie, lokale economie, ruimtelijke kwaliteit, identiteit, dierenwelzijn en wederzijdse afhankelijkheid tussen boer en burger centraal staan.3. Stimuleer agrarische bedrijven om nieuwe, maatschappij- en marktgeoriënteerde, regionale samenwerkingsverbanden of coöperaties op te zetten die kennis, middelen en risico’s met elkaar delen. Hierin worden de marges in de keten door innovatieve samenwerkingsverbanden herijkt. Die marges komen dan zoveel mogelijk ten goede aan de regio, en ‘rentmeesterschap’ krijgt zo een geheel nieuwe vorm.Niet eenvoudigHet ombuigen van het Europees landbouwbeleid is niet eenvoudig. Maar de opgave voor het landelijk gebied is te groot en te urgent om niets te doen. De tijd van sleutelen in de marge is voorbij. Net zoals na de Tweede Wereldoorlog moeten we het doel en de functie van ons landelijk gebied herijken en het daarbij horende regulerings- en financieringssysteem erop aanpassen.Dit is een ingekorte versie van een pleidooi op de site toekomstglb.nl.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









