Gezinsbedrijf rots in de branding?

In januari schreef ik over de voordelen van het grote bedrijf. Toen beloofde ik ook een aantal bijdragen over het gezinsbedrijf. Is dat nog een rots in de branding?Wat verstaan we onder een gezinsbedrijf? Een melkquotum zo'n beetje rond, maar vaker beneden het gemiddelde. Geen vreemde arbeidskrachten. Niet al te moderne stallen, niet sterk gemechaniseerd. Vaak naast de verouderde ligboxstal nog de boerderij als onderdak voor kalveren en jongvee.
En veel handen aanwezig die het werk willen aanpakken. De keukentafel is de directeurskamer, waar alles geregeld wordt. Daar komt de directeur elke ochtend bij zijn mededirecteur koffiedrinken en neemt te pas en te onpas gasten mee. Hele plezierige gasten. Ze willen wat aan je verdienen, dus geven ze je altijd gelijk.
Bovendien zitten ze bij meerdere boeren aan de keukentafel. Dus weten ze alles over iedereen. De grond die te koop is, welke boeren gaan stoppen en wie wat wel wil kopen, dan wel al gekocht heeft. Op elk gezinsbedrijf worden op deze wijze de vensters naar de wereld, dicht om zich heen, geopend.
Een boer op zo'n bedrijf schreef laatst: "Ik heb een mooi beroep, maar het is erg eenzijdig. Je draait in een klein kringetje rond. Je praat met voorlichters, leveranciers en een paar collega-boeren en dat is het dan".
Al die zaken komen in de komende weken aan de orde. Bijvoorbeeld of het gezinsbedrijf steviger staat in tijden van crisis dan zijn grote broer. Of verbreding inderdaad het perspectief biedt, dat vaak wordt gesuggereerd. En of de boerin zich een beetje gelukkig voelt als mededirecteur aan de keukentafel.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









