Gerard Ros: ‘Zorgen over bodem matig onderbouwd’

Foto: Koos Groenewold
Bodemonderzoeker Gerard Ros vindt de toon in rapporten over de bodem te negatief. ‘Onze landbouwbodems behoren nog steeds tot de meest vruchtbare bodems.’Hij ziet allerlei alarmerende rapporten over de alsmaar teruglopende bodemkwaliteit voorbijkomen en krijgt de kriebels van de negativiteit die erin ligt opgesloten. Intensieve agrarische bedrijfsvoering zou ervoor zorgen dat het grootste deel van de bodems last heeft van verzuring, vermesting, verdroging, verdichting en allerlei bodemgerelateerde ziektes. Dit zou vervolgens weer leiden tot lagere opbrengsten, vermindering van biodiversiteit, eutrofiëring van oppervlaktewater, minder waterberging en hogere uitstoot van broeikasgassen. Ofwel, de kwaliteit van plattelandsbodems gaat achteruit. Gerard Ros is bodemkundig agronoom en als onderzoeker verbonden aan het Nutriënten Management Instituut (NMI) en aan Wageningen University & Research. Hij signaleert een toon in veel rapporten dat er dringend extra maatregelen nodig zouden zijn om nationale en internationale doelen te halen. “Over wat voor doelen hebben we het eigenlijk”, zegt hij. “Gaat het echt zo slecht met de landbouwbodem in Nederland? Ik heb grote aarzelingen.”Lees verder onder fotoGerard Ros (40) is onderzoeker en data scientist bij NMI-Agro en aan de Universiteit van Wageningen. Als onderzoeker beweegt hij zich op het grensvlak van bodem, water en landbouw. - Foto: Koos GroenewoldHoe vindt u dat het gesteld is met de landbouwbodems in Nederland?“Onze landbouwbodems behoren nog steeds tot de meest vruchtbare bodems van Europa. Al die zorgelijke conclusies over de bodem zijn maar matig onderbouwd door metingen op de landbouwbodems in Nederland en bovendien maar heel beperkt gedeeld door boeren. En juist zij lopen elke dag rond op de bodem en maken er gebruik van. Hun bedrijfsvoering is namelijk afhankelijk van de kwaliteit van de bodem. Daarnaast zie ik in tientallen uitgevoerde gebiedsanalyses op basis van bodemgegevens uit het agrarisch laboratorium Eurofins dat de bodemkwaliteit altijd voldoende, hoog of zelfs extreem hoog is. Ook de landbouwkundige proeven die het NMI en PPO uitvoeren, ondersteunen de conclusie maar matig dat het dramatisch slecht gaat met de Nederlandse landbouwbodem. Waarom wordt de bodem dan toch als slecht beoordeeld? Waarom zo veel negativiteit? Landbouwgronden worden voor het overgrote deel duurzaam beheerd.”Bodemfuncties bepalen of de bodem helpt bij het halen van een doelGerard Ros definieert de kwaliteit van de bodem als volgt: “De capaciteit van de bodem om te functioneren als een vitaal levend systeem, binnen de grenzen van het ecosysteem en het landgebruik, om de productiviteit van planten en dieren in stand te houden of te verbeteren, de water- en luchtkwaliteit te verbeteren, en het bevorderen van de gezondheid van planten en dieren.”Bodemfuncties bepalen of de bodem bijdraagt aan het halen een bepaald doel. “Om een verandering in bodemkwaliteit te waarderen is dus inzicht nodig in het doel en de daaraan gekoppelde bodemfuncties.”De bodem bereiktIn de recente studie De bodem bereikt?! van de Raad voor Leefomgeving en infrastructuur (Rli) liegen de conclusies er niet om: de Raad stelt dat een groot deel van de Nederlandse bodems is verdicht, bodems zijn verzuurd en verder, dat het aantal micronutriënten in de bodem daalt, net als de hoeveelheid voedingstoffen in gewassen. Dat de aanvoer van nutriënten uit mest de balans in de bodem verstoort, dat de hoeveelheid nutriënten in het oppervlaktewater vrijwel overal te hoog is voor de gewenste ecologische doelen en dat het nitraatgehalte in het grondwater nog vaak boven de norm ligt; dat het gehalte aan organische stof(fracties) daalt in Europese landbouwbodems en dat er verschillen in biodiversiteit bestaan tussen landbouw en natuur en het risico op ziekten en plagen toeneemt. De belangrijkste genoemde oorzaak is de hoge intensiteit van het bodemgebruik, wat zichtbaar wordt in het gebruik van bestrijdingsmiddelen, kunstmest, monoculturen, zware machines en verlaging van waterstanden.”De negatieve framing van een landbouwkundig goede bodem stimuleert agrariërs niet tot verdere verduurzamingDat is toch stevige taal van de Rli, het gaat de verkeerde kant op.“Dat klopt. Maar deze conclusie hangt samen met de bril waarmee men naar de landbouwbodem kijkt. Wie naar een landbouwbodem kijkt alsof die overeenkomt met een natuurbodem, en daarnaast die bodem wil gebruiken voor allerlei andere doelen naast landbouw, die kan zelfs een agrarische topbodem als negatief beoordelen. In aanvulling op deze studie wil ik een pleidooi houden voor het woord landbouw in landbouwbodem. Deze bodem heeft zijn eigen waarde en is er allereerst om gezonde gewassen op te telen en daarmee mensen en dieren te voeden. Deze landbouwkundige waarde van de Nederlandse landbouwbodem is niet een-op-een te vergelijken met streefwaarden afgeleid van natuurbodems en ook niet met trends in de bodemkwaliteit in allerlei Europese landen. De negatieve framing van een landbouwkundig goede bodem stimuleert agrariërs niet tot verdere verduurzaming; misschien wel juist tot het tegenovergestelde.”Je bereikt hetzelfde door te zeggen: je hebt goed voor de bodem gezorgd, complimenten.“Naast landbouwproductie gaat het in deze studie bij bodemkwaliteit ook om voor de boer ‘minder’ relevante doelen als waterbuffering, voorkomen van nitraatuitspoeling, CO2-vastlegging, natuurherstel en verbetering van biodiversiteit. De maatschappelijke opgaves op deze terreinen zijn groot en de zorg is terecht. Maar waar ligt de verbinding met het landbouwkundig gebruik van de bodem? Om een landbouwbodem voor andere doelen te gebruiken, prima, maar laat die keus dan wel aan de agrarische ondernemer. In veel situaties is er zelfs synergie te halen uit maatregelen die positief bijdragen aan zowel de landbouwproductie als ook de kwaliteit van de leefomgeving. Een initiatief als de Open Bodemindex laat zien dat dat mogelijk is. En in deze synergie moeten we de antwoorden zoeken. Zodat de landbouw ook toekomstbestendig is, en positief een bijdrage levert aan de kwaliteit van de leefomgeving.”Maar als die biodiversiteit op zichzelf voor de samenleving waarde heeft, en als die tegelijk de boer helpt om het in de toekomst met minder chemie te doen, wat is er dan mis met de boer te adresseren en hem alvast richting meer biodiversiteit te sturen?“Daar is niets mis mee. Maar hiervoor is een negatieve invalshoek niet noodzakelijk. Je hoeft de boeren niet de stuipen op het lijf jagen over hun armzalige bodem. Je bereikt hetzelfde door te zeggen: je hebt goed voor de bodem gezorgd, complimenten. Zou je daarnaast ook nog wat extra willen doen voor de leefomgeving. Er liggen zoveel kansen op je bedrijf om naast de landbouwproductie ook een bijdrage te leveren aan schoon en voldoende water, aan koolstofvastlegging en biodiversiteit. Dat past helemaal binnen bijna elk landbouwbedrijf. En als we als samenleving de landbouwproductie echt niet meer relevant vinden en een deel van onze landbouwbodem gaan gebruiken voor allerlei andere functies, dan moeten we ook zo consequent zijn dat we voor deze diensten een vergoeding gaan leveren. Dat is een keus die de samenleving kan maken.”Lees verder onder fotoDoor een goede timing van werkzaamheden op het land kan schade aan de bodem worden voorkomen. - Foto: Henk RiswickOndertussen zijn akkerbouwers zelf al bezig met maatregelen om de grond minder te verdichten en hebben ze volop oog voor meer organische stof om de bodem weerbaarder te maken.“Ik ontken ook niet dat er sprake van bodemverdichting is. Maar die is niet overal onomkeerbaar. Op diverse plekken in de Noordoostpolder en elders in Flevoland liggen hier inderdaad grote uitdagingen. Maar vaak is de verdichting te repareren met goed bodembeheer, en is het voorkomen ervan afhankelijk van het bouwplan. Door rustgewassen te telen, herstelt de bodemstructuur. Door een goede timing van werkzaamheden op het land kan veel schade worden voorkomen. Verdichting is mijns inziens wel het grootste knelpunt van de landbouwbodem, en heeft daarom aandacht nodig. Het is ook voor de agrariërs beter om hier preventief te werken aan een goede bodemstructuur. Voorkomen is beter dan genezen. De meeste boeren weten dit ook wel. Het probleem is dat het juist de intensieve rooivruchten zijn die voldoende saldo opleveren om het bedrijf draaiend te houden. Aan het eind van het jaar moeten wel de aardappelen uit de grond, ook als dat schade oplevert aan de bodem. Dat betekent wel dat een ondernemer na moet denken over herstel ervan bij het volggewas. Zeker raak je daar wel de grenzen van duurzaam bodembeheer. Maar die negativiteit rondom de bodem is toch niet nodig om ondernemers te stimuleren om goed voor de bodem te zorgen?”Hoe zwarter je scenario, des te groter de kans dat je onderzoeksvoorstel wordt gehonoreerd“Bij het thema organische stof zie ik iets vergelijkbaars optreden. Organische stof is een van de belangrijkste bodemvruchtbaarheidsparameters. En hier valt ook de agrariër zelf in de valkuil van een negatieve waardering van bodemkwaliteit. Het gehalte aan organische stof ligt op meer dan 95% van de landbouwpercelen (ver) boven het landbouwkundige optimum, blijft gelijk of stijgt zelfs. Dat kan alleen als de boer goed voor zijn grond zorgt. Het is namelijk een feit dat op de meeste agrarische bedrijven sprake is van een positieve koolstofbalans. Bovendien is in Nederland enorm veel dierlijke mest, compost en organische reststromen beschikbaar. En deze worden ook ingezet om de landbouwbodem te voeden. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de gebruikte giften en samenstelling van rundveemest voor een groot deel aansluit bij de mineralenbehoefte van groeiende landbouwgewassen. Genoeg om gewassen te voeden en de bodemvruchtbaarheid in stand te houden. En dit geldt ook voor de stimulering van het bodemleven.”Meer boerenzonen gewenstGerard Ros heeft zijn zorgen over de negatieve ondertoon in allerlei bodemgerelateerde studies neergeschreven in een drieluik over de bodemkwaliteit in Nederland met als titel Is de bodem echt bereikt?. Na een inhoudelijke beoordeling van deze conclusies ging hij in deel 2 op zoek naar oorzaken van de kritische bevindingen in bodemrapporten, terwijl naar Ros’ oordeel het grootste deel van de landbouwbodems namelijk een ‘uitermate goede bodemkwaliteit’ heeft voor het telen van landbouwgewassen’. In deel 3 schetst hij daarnaast de grenzen die een landbouwbodem heeft en hoe het bodemgebruik optimaal afgestemd kan zijn op de draagkracht van de leefomgeving. De oorzaken van de negatieve framing zoekt hij in het ontbreken van een inhoudelijke visie op de bodemkwaliteit van de landbouwbodem, in het feit dat de productielandbouw verdwenen is uit het wereldbeeld van onderzoeker. Ook beeldvorming speelt een rol. Hoe zwarter je scenario, des te groter de kans dat je onderzoeksvoorstel gehonoreerd wordt.Een groot deel van de huidige (bodem)onderzoekers heeft geen wortels in, en weinig feeling met de daadwerkelijke landbouwpraktijk inclusief de laatste praktijkontwikkelingen in de agronomie. Ze bekijken de bodem vanuit een andere bril dan een landbouwdeskundige of agrarische ondernemer doet. Wat dat betreft zou het niet verkeerd zijn als er meer boerenzonen in het onderzoek en in het beleid zaten.”Hoe onterecht is het om breder dan alleen naar voedselproductie te kijken?“Dat is terecht, want de kwaliteit van leven wordt er door beïnvloed. Tegelijk moeten we niet de ogen sluiten voor de groeiende vraag naar voldoende en hoog kwalitatief voedsel. De manier waarop wij in Nederland landbouw bedrijven is een voorbeeld van goed vakmanschap en laat zien dat we per kilo geproduceerd product heel weinig impact hebben op de leefomgeving. Tegelijk, en die observatie is ook terecht, heeft de druk tot schaalvergroting ook geleid tot praktijken die ongezond zijn voor zowel de bodemkwaliteit als de kwaliteit van de leefomgeving. Dat kan beter, en dat kan anders. Het zou heel mooi zijn als de ontwikkeling van extensivering, natuurinclusief of regeneratief boeren zich mengt met de ontwikkeling van precisielandbouw, zodat op elk bedrijf de optimale balans kan worden gezocht uit meer natuurgerichte en opbrengstgerichte maatregelen. Nu lopen beide sporen volledig langs elkaar heen. Juist op het boerenbedrijf liggen kansen om bij te dragen aan klimaat, biodiversiteit, waterkwaliteit, en grondwateraanvulling. Het RLi-rapport helpt om de focus op de bodem weer hoger op de politieke agenda te krijgen. Dat is positief. Het bevestigt wat boeren al lang weten: een goede landbouwbodem levert naast een goede gewasproductie ook een bijdrage aan de leefomgeving.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









