Geen heffing van ruim € 95.000 voor melkveehouder

Foto: Mark Pasveer
Een veehouder hoeft een heffing van meer dan € 95.000 niet te betalen. Hij kreeg deze heffing omdat hij meer vrouwelijke runderen hield dan het referentieaantal op de peildatum 2 juli 2015.Tot dat oordeel komt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in een zaak over de Regeling fosfaatreductieplan 2017. RVO had de veehouder door – naar later bleek onjuiste – brieven en opmerkingen het idee gegeven dat hem geen heffingen te wachten stonden omdat zijn bedrijf niet onder de Regeling zou vallen. Later werd hem alsnog een heffing van meer dan € 95.000 opgelegd omdat hij te veel melkvee op zijn bedrijf had.Brieven voor niet-melkproducerende bedrijvenDe veehouder hield over het jaar 2017 ruim 300 stuks melkvee. Alle melk wordt door het bedrijf zelf verwerkt tot yoghurt en verkocht aan verschillende winkels. In maart en mei 2017 ontving de veehouder twee brieven van RVO die verstuurd werden aan niet-melkproducerende bedrijven. Eind mei bevestigde een medewerker van RVO telefonisch dat het bedrijf van de veehouder niet onder het fosfaatreductieplan viel. Ook heeft RVO in 2017 niet beslist op het verzoek om toepassing van de knelgevallenregeling, wat er op wijst dat de melkveehouder niet onder de Regeling viel. Daarnaast heeft RVO in 2017 geen heffingen opgelegd, dat gebeurde pas in 2018. ToezeggingenVolgens het CBb is hiermee voldoende vast komen te staan dat er toezeggingen aan de melkveehouder zijn gedaan, door middel van brieven en een telefoongesprek, waaruit de veehouder mocht afleiden dat er geen heffingen zouden worden opgelegd. Door toch heffingen op te leggen, is het vertrouwenbeginsel geschaad, aldus het CBb.De redenering van RVO dat de melkveehouder uit de brieven had moeten concluderen dat die alleen bedoeld waren voor niet-melk producerende bedrijven en niet voor zijn bedrijf, volgt het CBb niet. Het feit dat een medewerker contact heeft gezocht met de melkveehouder en hem garandeerde dat het niet onder de Regeling viel, heeft iedere eventuele twijfel definitief weggenomen, oordeelt het CBb. De melkveehouder mocht uit de gang van zaken afleiden dat een zelfzuivelaar van yoghurt werd beschouwd als een niet-melk producerend bedrijf. De veehouder hoeft de heffingen niet te betalen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









