‘Geef de dierenarts het gevoel dat het ‘zijn kalveren’ zijn

Foto: Bert Jansen
Dierenarts Peter Theeuwes wil meer afstemming tussen kalverhouder, dierenarts en kalvereigenaren. ‘We zijn met ons drieën verantwoordelijk.’Theeuwes startte 25 jaar geleden met een dierenartsenpraktijk gespecialiseerd in vleeskalveren. Zijn praktijk liep vooruit met systemen die nu door iedereen toegepast worden. “24 jaar geleden ontwikkelden we een koppelwaarde omdat kleurwaarde, groei per mester wisselden”, zegt Theeuwes. “In 1999 hadden wij al behandeldagen, geen dierdagdoseringen. Maar het komt bijna op hetzelfde neer. Daar was niet iedereen blij mee, maar tegenwoordig houdt iedereen dat bij.”Peter Theeuwes startte in 1992 Thewi, een eigen dierenartsenpraktijk in Tilburg en richtte zich daarbij volledig op de vleeskalverhouderij. Inmiddels telt de praktijk 10 dierenartsen en zijn er in totaal 215.000 kalverplaatsen onder behandeling. Thewi richt zich op zowel blank- als rosévleeskalveren. Ondanks dat de praktijk dicht bij de Belgische grens ligt, kiest Theeuwes ervoor geen Belgische klanten aan te nemen, mede vanwege de regelgeving. - Foto: Bert JansenWat is er in die 25 jaar nog meer veranderd?“Met de komst van de groepshuisvesting werd het anders werken. Door de schaalvergroting hebben zowel kalverhouder als dierenarts minder tijd per kalf. Meer automatisering is toe te juichen, maar kalverhouders moeten wel naar hun kalveren blijven kijken. Daarom vind ik die milkyboys die nu opkomen mooi, de kalverhouder kijkt van boven op de kalveren. Schaalvergroting heeft ons ook mindere dingen gebracht, zoals mycoplasma‘s. Die zagen we in de jaren negentig nagenoeg niet en dat is nu endemisch.”Waar gaat het met de kalverhouderij naar toe?“Ik weet niet of een boer alleen maar dierverzorger blijft. Bedrijven worden groter, dan komt er steeds meer automatisering bij kijken. Ik verwacht dat we binnen 10 jaar een link tussen dierenarts, voerleverancier en managementsysteem krijgen waarmee wij op afstand mee kunnen kijken. Er komt ook steeds meer registratie en daar zit helaas ook schrijven om te schrijven bij. Registratie is goed, maar we moeten opletten dat we niet doorslaan.”‘Ik weet niet of een boer alleen maar dierverzorger blijft. Bedrijven worden groter, met meer automatisering’Wat mist u na al die jaren het meest?“Intensieve samenwerking met de integraties, eigenaren en andere voorlichters. De contacten zijn goed, maar soms missen we het driehoeksoverleg. Nu is het te veel een eenrichtingsverkeer van de voorlichter. We krijgen de technische resultaten hooguit via de kalverhouder. Ik hecht verschrikkelijk aan die samenwerking, vooral omdat een kalverhouder nu tegenstrijdige adviezen kan krijgen. Overleggen met elkaar helpt elke partij vooruit. Als de dierenarts vanaf het opzetten betrokken wordt bij een koppel kalveren en alle belangrijke informatie krijgt, schept dat een verantwoordelijkheidsgevoel en veel meer het gevoel van ‘dat zijn mijn kalveren’.”Hoe werken we daar naartoe?“Je kunt niks verplichten. Bel als dierenarts de adviseur en deel je bevindingen. Dan wordt het voor de andere partij langzaamaan ook gewoon om het ook te doen. Wij zijn 80% dierenarts en 20% adviseur, de voorlichter precies andersom. Je kunt gewoon niet zonder elkaar. Een kalverhouder heeft niks aan tegenstrijdige adviezen. Als we onze krachten bundelen helpen we die kalverhouder veel sneller vooruit.”‘Wij zijn 80% dierenarts en 20% adviseur, de voorlichter precies andersom’De laatste jaren stagneert de daling van de antibioticareductie in de kalverhouderij. Hoe is dat weer in beweging te krijgen?“Wat mij betreft moeten we echt aan de gang met de bedrijven die in de hoog-oranje-zone zitten. Rode bedrijven zijn er niet zo veel meer. We zijn met zijn drieën verantwoordelijk: kalverhouders, dierenartsen en de kalvereigenaren. Daarom zou ik het liefst zien dat de benchmarkcijfers van alle drie de partijen gepubliceerd worden. Daar zitten grote verschillen in, de een is er veel bewuster mee bezig dan de ander.”Gelooft u in de alternatieven voor antibiotica?“We moeten niet denken ’baat het niet dan schaadt het niet’. Preparaten en homeopathie hebben als bijkomend voordeel dat de kalverhouder vaker en anders naar de kalveren kijkt. Aandacht, rust en regelmaat werkt. Van etherische oliën is bekend dat ze een ondersteunend effect hebben, tanines werken licht antibacterieel. Je merkt dat deze middelen de ziektedruk verlagen. Verder ben ik dol op Norit, actieve kool, bij diarree. Je ziet nu dat kalverhouders meerdere medicijnmengers gebruiken om beter met dit soort middelen om te gaan. Ik wil als dierenarts natuurlijk wel graag op de hoogte gehouden worden.”Als Nederland IBR- en BVD-vrij zou zijn, wat scheelt dat in antibioticagebruik?“Ik schat dat het met 20% naar beneden kan. Maar ook via een rem op oraal gebruik, die middelen worden nog veel te veel en te vaak gebruikt. Zet daar maar een taks op, leg dat geld dan in een potje voor bijvoorbeeld training. Stel als sector maar een norm in voor blank, rosé, zware of lichte kalveren.”Wat moet de kalverhouderij doen nu het bestrijdingsprogramma IBR/BVD uitgesteld is?“Begin eerst maar eens met het gescheiden opzetten van vrije en niet-vrije kalveren. Zet je een stel Nederlanders tussen Duitsers of Belgen, dan weet je vooraf al dat je een hogere kans op een uitbraak hebt. Het mooiste is dat je de gezondheidsstatus, bijvoorbeeld ook salmonella, van de aanvoer weet en daarop de stal kan indelen. Breekt er eens iets uit, dan blijft het binnen het bedrijf of zelfs binnen de afdeling. Dat hebben we met de BVD-type 2 uitbraak gezien. Die bleef zelfs beperkt tot een compartiment. Er komen helaas nog steeds kalveren uit Duitsland met een onbekende status, terwijl dat officieel niet mag. Die moeten eigenlijk zo snel mogelijk getest worden en als ze positief zijn gevaccineerd of geruimd.”‘Deel je stal in op gezondheidsstatus van je aanvoer. Breekt er eens iets uit, dan blijft het binnen de afdeling’Dus sorteren bij binnenkomst en overleggen?“Ja, we moeten niet meer alles door elkaar mengen bij loslaten. Pik alleen de minderen eruit en zet die apart. Ga niet slepen met de goede groeiers. Houd de leveranciers zoveel mogelijk bij elkaar en ga uitsorteren binnen een groep.”Dat klinkt als de varkensmesterij. Hebben jullie daar contact mee?“Nee, helemaal niet. Maar daar zitten zeker goede raakvlakken. Tot 26 jaar geleden hadden we thuis wel varkens en als je toen al zag hoe daar werd gewerkt met looplijnen, kleding en dergelijke? Daar kunnen we zeker wat van leren.”Moeten we als kalverhouder dan meer naar compartimenten en aparte kleding?“Zeker! Zet kalveren gelijk meer op soort en houd één afdeling leeg als ziekenboeg/selectie-afdeling. Dat zorgt voor een lagere infectiedruk in de andere afdelingen. Houd de zieken de hele rit apart en zet een kalf ook niet te vroeg over bij diarree in de eerste weken. Leg maar stro in die babybox, niet een dun laagje maar dagelijks bijvullen zodat zo’n kalf een eigen microklimaat krijgt, en voer dan individueel. Vaak redden die kleintjes tot 3 weken oud het niet met het overleggen naar de ziekenboeg.”‘Houd de zieke dieren de hele rit apart en zet een kalf ook niet te vroeg over bij diarree in de eerste weken’ Dan pleit u voor het oude stalmodel, terwijl nieuwe stallen juist groot zijn met veel kalveren onder één dak.“Klopt, in moderne stallen heb je niet de mogelijkheid om ‘verhoogd risico-kalveren te scheiden van het koppel. Terwijl je die wel moet hebben om de ziektedruk en het verspreidingsrisico te verlagen. Nadeel van de grote, hoge ruimtes is ook dat je die niet fatsoenlijk warm gestookt krijgt, tenzij er vloerverwarming is.”Lichte kalveren blijven het zorgenkindje. Hoe moeten we die nu oppakken?“Begin maar met 3 keer per dag voeren. Ze kunnen vaak een beperktere hoeveelheid tegelijk op. Door een keer meer te voeren groeien ze beter en krijg je automatisch minder problemen, mits de rest van de omstandigheden maar goed is.”De Dierenbescherming wil naar een opzetleeftijd van 28 dagen. Gaat dat echt voordelen opleveren?“Voor de kalverhouder is een opzetleeftijd van 28 dagen hartstikke goed. Bij het opzetten zitten de risico’s in de eerste 6 tot 8 weken, dat verminder je. Nadeel is wel dat de mestperiode ingekort wordt, waardoor je minder speelruimte krijgt en er meer druk op de kalveren komt.”Die druk komt dan bij de melkveehouder te liggen?“Daar komen die problemen ook vandaan. Dat zie je al met het lichte kalf. Als ze er nog 2 weken langer voor moeten zorgen, gaan ze dat stiertje wel fatsoenlijk voeren anders zitten ze met de diarree. Het is toch van de zotte dat de kalverhouders alle kalveren moeten afnemen, dus ook de slechte. Dat doet een melkveehouder zelf ook niet, en hun zuivelfabriek haalt de melk ook niet op als die keer op keer slecht is.”Mede-auteur: Robert Bodde
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









