Forse superheffingsnota na weigering quotumregistratie

Foto: Ton Kastermans
Een melkveebedrijf in Salland ontving in melkjaar 2014-‘15 een forse superheffingsnota. Volgens de maatschap, bestaande uit vader, moeder en zoon een gevolg van de weigering van het toenmalige Productschap Zuivel om twee quotumoverdrachten en een bedrijfsoverdracht te registreren. Reden voor de veehouders om in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).De ene producent, ofwel de maatschap, stopt en levert geen melk meer. Haar melkquotum wordt niet meer benut en kan verhuurd worden. Een nieuwe producent binnen dezelfde maatschap levert vervolgens melk op een minimaal quotum met een hoog vetpercentage. Deze handelingen doorkruisen volgens jurist Tim Bonhof, vertegenwoordiger van het ministerie van Economische Zaken, het hoofddoel van de melkquoteringsregeling, namelijk het bereiken van een evenwicht tussen vraag en aanbod op de zuivelmarkt door melkproductievermindering. VetmelkenDoor op een beperkt quotum met hoog vet te leveren en te profiteren van de negatieve vetcorrectie, wordt uiteindelijk een substantiële hoeveelheid melk geleverd waarbij geen of een veel lagere superheffing verschuldigd is. Toch is het zogenoemde vetmelken an sich niet waar deze zaak bij het CBb om draait. Vraag is of het productschap voldoende reden had om de transacties te weigeren. Omdat dit het laatste jaar van de melkquoteringsregeling betrof, wilde de zoon het bedrijf overnemen zonder quotum.Quotum van 1,5 miljoen kiloVolgens Theo Linssen, de advocaat van de veehouders, was het de bedoeling dat de zoon het bedrijf in melkjaar 2014-‘15 zou gaan overnemen. Omdat dit het laatste jaar van de melkquoteringsregeling betrof, wilde de zoon het bedrijf overnemen zonder quotum. Reden voor de maatschap om het hele quotum van 1,5 miljoen kilo te verhuren aan een derde partij. De zoon zou als nieuwe producent een vervangend quotum huren van 10.000 kilo met een vetpercentage van 5,5% voor de laatste heffingsperiode. EigendomsoverdrachtDe veehouders kregen, ondanks het tijdig indienen van een verzoek, pas op 14 april 2015, na afloop van het heffingsjaar, te horen dat de registratie van de verhuurde en gehuurde melkquota niet doorging. Als reden werd aangedragen dat de zoon niet als producent wordt gezien, aangezien hij niet de beschikking heeft over eigen productiemiddelen. Volgens de advocaat kon als gevolg van dit besluit de eigendomsoverdracht van het bedrijf van ouders naar zoon niet plaatsvinden in heffingsjaar 2014-‘15. Het feit dat de zoon is toegetreden tot de maatschap maakt hem voor een derde economisch eigenaar van het melkveebedrijf. Deelname aan maatschapLinssen vindt dat de zoon wel degelijk als producent kan worden aangemerkt. Het feit dat de zoon op 1 januari 2010 is toegetreden tot de maatschap maakt hem voor een derde economisch eigenaar van het complete melkveebedrijf. Dit economisch belang is volgens advocaat Linssen een vorm van beheer. Dat zou volgens Linssen, op basis van een Europese verordening, voldoende zijn om de zoon als producent te kunnen aanmerken. De zoon zou in de Gecombineerde opgave hebben aangegeven niet over eigen productiemiddelen te beschikken. Archieffoto: Henk RiswickActiviteiten op dezelfde adresBonhof is van mening dat de maatschap haar bedrijf met quotum niet heeft overgedragen aan een andere producent. Ook het bedrijfsadres is niet verlaten. De activiteiten zijn vanaf 1 januari 2014 op hetzelfde adres voortgezet. Het feit dat de melkgeldafrekening op naam van de zoon op een naastgelegen adres werd bezorgd, en het feit dat dit adres ook in de Gecombineerde opgave 2015 is opgevoerd als bedrijfsadres, is volgens Bonhof onvoldoende om aan te tonen dat het bedrijf is overgedragen aan een andere producent. Daarbij zou de zoon in deze Gecombineerde opgave hebben aangegeven niet over eigen productiemiddelen te beschikken. Voor wat betreft de continuïteit van de leveringen door de maatschap vindt hij steun in de jaarrekening 2014 waaruit blijkt dat de maatschap dat jaar bijna 2 miljoen kilo melk heeft geleverd. Conclusie van Bonhof is dat de zoon geen producent is waar een quotum aan kan worden overgedragen. De leveringen zijn volgens hem aan de maatschap toe te rekenen. Bonhof pleit er dan ook voor het beroep dat de veehouders hebben ingesteld ongegrond te verklaren. Conclusie rechterMocht de rechter tot de conclusie komen dat de zoon geen zelfstandig producent is, dan is er nog een andere mogelijkheid waarop de maatschap een deel van de afgedragen superheffing probeert terug te vorderen. Van een totaal te verleasen quotum van 1,5 miljoen kilo is destijds 1,2 miljoen kilo wel door het productschap geregistreerd. Achteraf, volgens het productschap, als gevolg van een onjuist inzicht in de administratie, maar vanwege het rechtszekerheidsbeginsel in stand gelaten. De laatste tranche van ruim 300.000 kilo werd wel geweigerd aangezien het productschap van mening was dat verleaser dit volume al had benut.Farmel Dairy BVDoor weigering van deze laatste tranche beschikt de maatschap over een restant-melkquotum van ruim 300.000 kilo maar hierover is toch € 88.646 superheffing betaald aangezien deze hoeveelheid was toebedeeld aan koper Farmel Dairy BV. De leveranties vonden echter plaats aan koper Farmel Dairy Products BV. Linssen in van mening dat het productschap er ten onrechte vanuit is gegaan dat het resterende quotum op naam van Farmel Dairy BV moest komen te staan. Dat zou ook blijken uit een door de NVWA opgesteld rapport. De advocaat vraagt de rechter, indien de zoon niet als producent wordt aangemerkt, in ieder geval de laatste tranche alsnog te registreren zodat het fabrieksquotum op naam van Farmel Dairy Products BV komt te staan. Als gevolg hiervan zou de maatschap in ieder geval ruim € 88.000 aan betaalde superheffing over seizoen 2014/2015 kunnen terugvorderen.Uitspraak volgt binnen 4 weken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









