Fokwaarden schuiven, maar top NVI blijft stabiel
Elk jaar in april worden er in stierindexberekeningen wijzigingen doorgevoerd. In de NVI-ranking zijn de veranderingen nauwelijks waar te nemen, maar bij de onderliggende kenmerken is wel het nodige te zien. Voor de veehouder blijven fokwaarden voor kilo melk, conditie, levensduur of vruchtbaarheid hetzelfde, maar er vinden ongemerkt verschuivingen plaats.

De vaars Langemeins Jantje 129 in 2010. Wie kon voorspellen dat zij in 2026 de koe met 239.000 kilo melk, de hoogste levensproductie in Nederland, zou zijn? Fokker Gerrit Koopmans meldt dat Jantje nog altijd aanwezig is en 30 liter daags geeft. Foto: Henk Riswick
Badger SSI Ahead Jaffa staat voor de tweede keer aan de kop van de NVI-lijst bij de zwartbonte Holsteinkoeien. De Amerikaanse stier Jaffa is amper in Noord-Amerika gebruikt. Veruit de meeste dochters lopen in Nederland. De stier is jong afgevoerd omdat hij als jonge stier internationaal onvoldoende opviel en onvoldoende verkocht. Een prima melkaanleg en hoge gehaltenvererving zijn de basis van de hoge NVI-ranking, waardoor hij nu wel opvalt. Veel meer melkgevende dochters zal hij in Nederland niet meer erbij krijgen.
Luc Geerts uit Ulicoten (N.-Br.) melkt tien Jaffa-dochters. Allemaal vaarzen waarvan de oudsten de eerste lijst bijna afsluiten en de jongste net één MPR heeft gehad. De voorspelde productie van de vaarzen is 10.315 kilo melk, 4,52% vet en 3,65% eiwit. De Jaffa-dochters scoren een lactatiewaarde van 110 en geen dochter zit onder het bedrijfsgemiddelde. Luc Geerts omschrijft ze als persistente, correcte, onopvallende vaarzen met wat grof beenwerk. Het is jammer dat Jaffa niet meer invloed krijgt, maar wellicht worden zijn (klein)dochters bestempeld als stiermoeder.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









