‘Fokdoel begint wereldwijd overeen te komen’

Arie Hamoen - Foto: Koos Groenewold

Arie Hamoen - Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Arie Hamoen ziet het belang van fokkerijdata toenemen. CRV zal er in enige vorm voor gaan betalen. De inspecteur wordt steeds meer een adviseur.Na ruim 30 jaar als hoofdinspecteur neemt Arie Hamoen afscheid bij CRV. “Toen ik begon kwam de automatisering van de gegevensverwerking in beeld en kregen we indexen en lactatiewaarden. De Holsteinisering kwam echt goed op gang. Er werd massaal sperma van importstieren ingezet.”Was de Nederlandse koe niet goed genoeg?“Nederland heeft jaren aan de top gestaan van export van fokvee. Maar in de jaren vijftig en zestig hebben we de slag gemist. Er is toen te veel op exterieur gelet en te weinig op productie. We hadden toen meer op de prestaties van de koeien moeten letten in plaats van op de buitenkant.”Is dat voor een hoofdinspecteur die vooral naar de buitenkant kijkt geen vreemde opmerking?“Nee, ik vind dat je best naar een fraaie koe kan kijken, maar dan wel met een functioneel oog. Vroeger vonden we bijvoorbeeld een vlak kruis mooi, maar we weten allemaal dat een iets hellend kruis beter is. Verder werd er sterk gelet op kwaliteit en fijnheid. Maar dan weet je ook dat koeien eerder kleiner worden dan groter. Dat is overigens ook een uitdaging voor de huidige Belgisch Witblauwe-fokkerij.”Naam: Arie Hamoen (65). Organisatie: CRV. Functie: Hoofd Stamboek en Registratie. - Foto: Koos GroenewoldNu hoor je regelmatig de klacht dat koeien te groot zijn geworden.“Wat is te groot? Selectie op melkproductie geeft nu eenmaal grotere koeien. We zijn niet voor niks van 5.000 naar 9.000 kilo melk per koe gegaan. Ik denk dat 1,50 meter groot genoeg is om de productie goed aan te kunnen. De laatste tien centimeter naar 1,60 meter is niet nodig om de productie in stand te houden of te verhogen.”Wat is de rol van het stamboek daarin?“Als stamboek zitten we op de stoel van de consumentenbond. Wij verzamelen data en zetten die om in indexen, adviezen en fokwaarden. Je kan dus zien dat stier A groter fokt dan stier B. De boer kiest, wij geven alleen informatie. Koeien die te groot zijn, worden lager gepunt in frame.”Wordt de koe dan mooier?“Mooi is een subjectief begrip. Het gaat om de combinatie van een mooi uiterlijk en efficiëntie, en de koe moet daarin functioneel blijven. Scherpe koeien werden te hoog gewaardeerd, maar met een iets kleinere, rondere koe win je geen show. We weten dat die koe gemiddeld wel langer op het boerenbedrijf blijft lopen dan de extreem scherpe.”‘Nederland heeft een van de grootste roodbontpopulaties, dat verdient een podium’Moeten roodbont en zwartbont niet op een standaard in fokkerij en in de ring?“Bij het inschrijven werken we al met één standaard. In de ring en in de fokwaarden zijn ze nog gescheiden. Nederland heeft een van de grootste roodbontpopulaties. Dat verdient een eigen podium. Als we op de NRM nog 70 dieren kunnen krijgen zonder dat er te veel verschil zit in kop en ondereind van de rubrieken, moeten we dat gewoon vasthouden. Als we onder de 50 koeien komen, moeten we dat misschien herzien. Die 50 heb je nodig als je per leeftijdsklasse minstens twee rubrieken van redelijke omvang wil.”Had in het kader van functionaliteit ‘robuustheid’ in de bovenbalk moeten blijven bestaan?“Robuustheid is ingevoerd om veehouders richting te geven in de functionaliteit van het dier. Robuustheid is na een aantal jaren weer vervangen door type. Dat was een politieke discussie. Concollega’s vonden dat robuustheid niet eenduidig was. Ze gaven als voorbeeld dat als twee stieren ieder 100 voor robuustheid scoren, het niet duidelijk is of dat nu komt uit breedte in de voorhand of bijvoorbeeld conditie. Ik vind dat onzin. Twee stieren die 100 voor uier hebben zijn ook niet gelijk. De een kan een prima achteruier hebben en een minder vooruier, en de ander precies andersom. Je moet bij bovenbouwkenmerken altijd ook de onderbalkkenmerken in ogenschouw nemen. Dat was bij robuustheid niet anders.”Hoe zou Nederland zijn leidende rol weer terug kunnen krijgen?Ik weet niet of dat nodig is. Ik schat in dat we nu bij de top 5-landen horen. En wie bepaalt wanneer een land ‘beter’ is? Is Canada beter dan Nederland? Ik durf het niet te zeggen. Belangrijker is dat het fokdoel overal ter wereld overeen begint te komen. We zoeken allemaal naar een probleemloze koe die gemakkelijk oud wordt en een passende productie heeft. Ofwel levensduur gecombineerd met efficiëntie.”‘Als een stier met een beetje ander bloed prima past bij het fokdoel, moet je die gewoon kunnen inzetten’Hoe kun je onderscheidend zijn bij een globaliserend fokdoel?“Het belangrijkste is dat we in Nederland stieren blijven fokken die bij ons gestelde fokdoel passen. Dat zal niet de showkoe zijn, maar de functionele, efficiënte koe. Een probleem daarbij kan zijn dat de regelgeving van de EU sterk vasthoudt aan raszuiverheid. Stieren als KIan, met een beetje MRIJ-bloed, zouden het wel eens moeilijk kunnen krijgen om zonen geregistreerd te krijgen. Het kan zijn dat je dan een bijboek moet maken. Ik vind dat vreemd. Als een stier met een beetje ander bloed prima past bij het fokdoel en wat de veehouders vragen, moet je die gewoon kunnen inzetten.”En kruisen?“Dat is weer een stap verder. Dan maak je gebruik van heterosis. Het nadeel is dat je toegeeft op uniformiteit. Binnen Holstein is voldoende bandbreedte om passende stieren te vinden die op de geselecteerde eigenschapen waarde kunnen toevoegen. Bloedspreiding blijft daarbij een punt van aandacht, maar de huidige inteeltgraad is al jaren stabiel en prima werkbaar.” Ander probleem in de fokkerij is de nauwe achterspeenplaatsing?“De gerichte fokkerij op voorspeenplaatsing en ophangband hebben de achterspenen nauwer gemaakt. In de melkput is dat soms een probleem. Bij de oudere typen melkrobots speelt dit vaker. Ik denk dat te korte spenen eerder een probleem zijn geworden. Speenlengte is een van de achttien onderdelen van de onderbalk. Maar beoordelen blijft wel oogwerk. Daarom trainen we zes keer per jaar om de standaard gelijk te houden.” ‘Advies op basis van officiële fokwaarden, zonder commercie erachter’Gaat de rol van die inspecteur veranderen?Ja. Die gaat steeds meer richting advisering. Het stamboek moet zinvolle data verzamelen en een objectief klankbord zijn voor veehouders op gebied van begeleiding en vaststellen van het fokdoel. Het advies van de inspecteurs moet gebaseerd zijn op officiële fokwaarden, zonder commercie erachter. De inspecteur moet het net ophalen en het opmerken als de koeien veranderen ten opzichte van het fokdoel. Hij moet de veehouder zo nodig adviseren om bij te sturen qua fokdoel en management.”Hoe belangrijk is het dat veehouders data blijven leveren voor berekenen van de fokwaarde?“Heel belangrijk. Alle data uit mpr en inschrijven van de koeien geeft info over de stieren. Dat verbetert de betrouwbaarheid van de fokwaarde. Maar we moeten en zullen nog veel meer gebruik moeten maken van de nieuwe data. Met name de data die de robot ons levert. Met robots kunnen we tegenwoordig het gewicht bijhouden, de conditiescore, uierbalans, ofwel het verloop van de uiervorm door de lactatie.” Hoe bereikt het stamboek dat veehouders data blijven leveren?Veehouders moeten beseffen dat ze het in de eerste plaats voor zichzelf doen, fokdoel- en stierkeuze advisering, daarnaast pas omdat op deze manier de fokwaarden betrouwbaar blijven. CRV zou er ook voor kunnen gaan betalen. Feitelijk doet ze dat al door middel van het geven van kortingen en verstrekken van extra info, bijvoorbeeld bij Fokkerij Data Plus. Samen met de adviezen die de inspecteur leveren moet de veehouder daar voordeel uithalen. ‘Digitalisering vervangt op korte termijn nog geen inspecteur’Blijft het aantal inspecteurs houdbaar?Toen ik begon waren er zo’n twintig inspecteurs. Dat is nu nog steeds zo. We zien nu de eerste bewegingen naar inschrijven op basis van video’s. Dat staat nog in de kinderschoenen. Ik zie grote bedrijven nog niet direct video’s van 30 melkvaarzen insturen. Digitalisering vervangt dus op korte termijn nog geen inspecteur. Als de inspecteur kan aangeven waar de sterke en zwakke kanten van de koeien liggen, kan de veehouder daar voordeel uithalen. Dat in de toekomst het aantal inspecteurs afneemt is wel waarschijnlijk, gezien de afname van het aantal bedrijven en wellicht ook het aantal dieren.Tot slot, wat vindt u de mooiste koe die u hebt mogen keuren?“Dat is een lastige. Het gaat er ook om in welke tijd je ze plaatst. Bij de eerste NRM was Sonni van Blikman apart, maar je kunt haar niet vergelijken met de Koba van Bons of Hellen van De Vries. Ik heb in mijn carrière maar één uitzondering gemaakt bij het verlenen van het maximaal aantal van 94 punten. Wilhelmina 388 van Teus van Dijk kreeg 95 punten op basis van een combinatie van zaken: een geweldig exterieur, leeftijd en melkproductie. Een uitzondering op de regel moet kunnen, anders is het geen regel.”Mede-auteur: Wijnand HogenkampVan registratie naar genoomonderzoek
Dataverzameling is de core business van CRV waarvan de voorloper, het Nederlands Rundvee Stamboek (NRS) in 1874 is opgericht om de afstamming van dieren te registeren. De bewezen afstamming vergemakkelijkte de export van het fokvee. Later kwamen daar de exterieurbeoordeling en de melkcontrole bij, wat via data-analyse uitmondde in het opstellen van fokwaarden, indexen en lactatiewaarden. Nieuwste loot is genoomonderzoek wat startte bij de stieren maar nu ook uitgerold wordt bij de vrouwelijke dieren.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.