Emissiearme vloeren liggen stevig onder vuur

Foto: Ronald Hissink
Uit nieuw onderzoek van Mineral Valley Twente blijkt dat emissiearme vloeren misschien minder effectief zijn dan gedacht. Veehouders kunnen het beste wachten voordat ze investeren in een dure emissiearme vloer.► Alleen een emissiearme vloer is niet de oplossing
► Ammoniakprobleem moet je oplossen bij de bron
► Volgen van gebruiksaanwijzing vloer ook belangrijkDe twijfel over de werking van emissiearme vloeren neemt toe. Dat bleek vorig jaar al uit het CBS-rapport ’Stikstofverlies uit opgeslagen mest’. Dit jaar komt Mineral Valley Twente met resultaten uit de proeftuin ‘aan de slag met stikstofuitstoot’, die in dezelfde richting wijzen. De gemiddelde ammoniak-concentratie (NH3) in stallen met emissiearme vloeren was zelfs hoger dan in stallen met reguliere roostervloeren. Ongeveer 50 centimeter boven emissiearme vloeren is gemiddeld 6 ppm NH3 gemeten en onder deze vloeren 18 ppm. Voor reguliere vloeren was dat respectievelijk gemiddeld 4 en 12 ppm. De metingen zijn uitgevoerd in maart 2020 op 36 melkveebedrijven. De variatie in gemeten NH3 tussen de 36 stallen (inclusief 1 grupstal) is groot. In drijfmest direct onder de vloeren varieert het van 8 tot 28 ppm en 50 centimeter erboven van 3 ppm tot 8 ppm. In de stalnok is de NH3-concentratie laag door verdunning met ventilatielucht, het varieert van 1 tot 3 ppm. Lees verder onder de tabel. Klik hier voor een vergroting. Bron: Mineral Valley TwenteEmissiearm: groter emitterend oppervlak“Emissiearme vloeren verlagen de NH3-uitstoot niet”, concludeert Gerrit Stobbelaar, onderzoeker van Omgevingsdienst Twente, die de metingen heeft uitgevoerd. “Dat valt vooral op in stallen waar deze vloeren naast elkaar liggen met dezelfde mest en urine. De vastgestelde emissiefactor van emissiearme vloeren op de RAV-lijst is gebaseerd op ventilatie-debietmetingen en NH3-metingen in de nok. Meet je onder de vloer en een halve meter erboven, dan kom je tot heel andere conclusies”, verklaart Stobbelaar de lage effectiviteit van emissiearme stallen. Hij heeft hiervoor nog twee verklaringen.“Proefstallen zijn nieuw en laten het eerste jaar ook lagere emissies zien. Van 35 proefstallen met een voorlopige emissiefactor zijn later 10 emissiearme vloeren gesneuveld, omdat ze niet aan de norm konden voldoen.” Daarnaast hebben dichte emissiearme vloeren een groter emitterend oppervlak ten opzichte van roostervloeren. “En de laatste 20 jaar is het totale vloeroppervlak per koe in Groen Label-stallen toegenomen van 3,5 naar 5 tot 6,5 vierkante meter per dier. Dat is goed voor het dierenwelzijn, maar dat verhoogt de NH3-emissie nog verder”, zegt Stobbelaar. Lees verder onder de foto. Gerrit Stobbelaar van Omgevingsdienst Twente meet met een draagbare gasdetector van BW Technologies eenvoudig de ammoniakconcentratie 0,5 meter boven een conventionele roostervloer. Hij meet hier 4 ppm ammoniak, terwijl dat 7 ppm is boven de emissiearme cassette- of ecovloer. - Foto: Ronald HissinkMeer twijfel over effectiviteitProfessor Oene Oenema, mestdeskundige van Wageningen University & Research, concludeert dat de gemeten concentraties door Stobbelaar een indicatie zijn dat emissiearme stallen mogelijk niet doen wat ze beloven. “Voor melkveehouders is het nu wel duidelijk dat ze even moeten wachten met beslissingen over bouw van stallen met een emissiearme vloer”, stelt Oenema.Volgens Erik van Well, adviseur veehouderij van CLM Onderzoek en Advies, is het meten van NH3 in stallen niet eenvoudig. “Op basis van NH3-concentratiemetingen ergens specifiek in de stal, kun je geen conclusie trekken over de NH3-uitstoot vanuit die stal. Want het hangt sterk af van ventilatie, wind of bewegingen, temperatuur en veel andere factoren”, zegt Van Well. “Alleen een emissiearme vloer is niet de oplossing. Wij hebben een emissiearme stal gemeten, waar de emissies anderhalf keer zo hoog waren als de norm. Na vervangen van rubbers van de mestschuif en twee keer zo vaak de mestschuif laten lopen, was de emissie wel op de norm. Dat geeft aan hoe belangrijk management is.”De ministeries van LNV en IenW nemen de signalen over de werking van emissiearme stallen serieus. “We publiceren eind september het advies over emissiearme stallen van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) en onze reactie hierop”, laat Joris Drost, persvoorlichter van het ministerie van IenW, weten. De ministeries lieten ook onderzoek uitvoeren naar de veiligheid van emissiearme vloeren naar aanleiding van stalexplosies. “De resultaten hiervan komen voor het einde van dit jaar ook beschikbaar”, zegt Drost.Wacht met emissiearme vloerVeehouders kunnen de conclusies van de ministeries beter afwachten voordat ze investeren in een emissiearme vloer. De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) strijdt al jaren tegen verplichte invoering van emissiearme stalvloeren en wil voorlopig geen nieuwe emissiearme vloeren. “Ten eerste vanwege veiligheid voor mens en dier en brandgevaar. Onder dichte vloeren hopen mestgassen zich op en dat leidde tot stalexplosies en dode koeien. Vrijkomen van hoge concentraties H2S-gas is ook dodelijk voor mensen”, zegt NMV-voorzitter Harm Wiegersma. “Ten tweede is het zeer twijfelachtig of een emissiearme vloer winst oplevert in ammoniakemissie in vergelijking met een traditionele roostervloer.”Elies Lemkes, landbouwgedeputeerde van de provincie Noord-Brabant, vindt het nog te vroeg om conclusies te verbinden aan het onderzoek van Mineral Valley Twente. “We willen eerst het rapport zien en bespreken met deskundigen. Het is wel duidelijk dat het verschil in NH3-emissies tussen bedrijven groot is. De bedrijfsvoering, voeding, management, genetica en zeker ook de juiste toepassing van emissiearme systemen spelen hierin een rol”, zegt Lemkes. “Goed onderhoud en afstelling van de mestschuif is bijvoorbeeld van essentieel belang voor NH3-emissie. Als stalsystemen zijn opgenomen op de RAV-lijst, moeten de leveranciers samen met veehouders ervoor zorgen dat deze systemen in de praktijk ook daadwerkelijk de beoogde NH3-reductie realiseren.”Zoeken naar oplossingen bij de bronDe NMV pleit voor bronoplossingen in plaats van technische oplossingen voor het ammoniakprobleem. “Dat betekent mest en urine scheiden aan de bron. Ook het veranderen van mestsamenstelling door bijvoorbeeld voermaatregelen, toevoegen van koolstof of stro aan de mest of beluchting kan zorgen dat er minder NH3 ontstaat. Belangrijk is om eerst de effectiviteit van een methode te bewijzen voordat deze verplicht wordt”, stelt Wiegersma.Voer minder eiwit en verbeter de verteringStobbelaar en Carl Koch van Koch Eurolab vinden ook dat het verminderen van NH3-vorming uit mest de beste oplossing is. “Het RE-gehalte van melkveerantsoenen kan vaak omlaag”, stelt Koch. “Voer een rantsoen op basis van voeranalyses en stuur zo nodig bij op basis van mestanalyses. Dat kan de NH3-uitstoot fors verlagen.” Koch heeft daarmee dalingen gezien van gemiddeld 12,5 kilo NH3 per stalplaats naar 4 tot 8 kilo NH3. “Voer minder eiwit en verbeter de vertering, want dat verhoogt het microbiële eiwit gemaakt door bacteriën in de pens”, zegt Koch. Sturen op een analyse van verse mest op bacteriedodende (antimicrobiële) stoffen, RE-gehalte, vochtpercentage en schadelijke schimmels helpt in het doelgericht voeren van koeien. Net als het zeven van mest om het percentage onverteerd materiaal te bepalen.
De meting van ammoniak onder de cassettevloer geeft een concentratie van 22 ppm. - Foto: Ronald HissinkDe meting van ammoniak onder de conventionele roostervloer geeft een concentratie van 16 ppm. - Foto: Ronald HissinkCombinatie van maatregelenOenema vindt dat ook informatie nodig is over ventilatiedebiet en aantal koeien per 100 vierkante meter vloeroppervlak. “Dat is nodig om de gemeten NH3-concentraties door Stobbelaar goed te interpreteren. De vloer is maar één aspect. Het gaat om een combinatie van maatregelen: rantsoen, aantal koeien, ventilatie, temperatuur en vooral ook het goed schoonhouden van de vloer door mestrobot of mestschuif zijn belangrijk voor de mate waarin NH3-emissies ontstaan.”WeidegangCLM pleit al langer voor maatwerk per bedrijf. “Wat NH3-emissie betreft, doen de best scorende bedrijven met een reguliere roostervloer het beter dan de slechtst scorende bedrijven met emissiearme vloeren. Dat laat zien dat bedrijfsspecifieke aspecten en maatregelen belangrijk zijn”, zegt Van Well. Hij noemt eiwitarme voeding, meer weidegang, sproeien van de vloeren, frequentie van mest schuiven en onderhoud van de mestschuif als mogelijkheden. Net als mest en urine gescheiden opvangen en versneld afvoeren uit de stal. “Als veehouders met management net zo veel reductie van NH3-emissie kunnen halen als met een emissiearme vloer, is dat veel goedkoper en moet je dat vooral stimuleren. Het kan lastig zijn om dat te borgen, maar daar moet wat op te verzinnen zijn”, vindt Van Well.Grote variatie in mestsamenstelling en NH4-concentratiesDe variatie in mestsamenstelling op de 36 deelnemende melkveebedrijven is erg groot en hangt van bedrijfsspecifieke kenmerken af, die in een stalpaspoort zijn vastgelegd (zie kader hieronder).
“Ammoniakuitstoot hangt veel meer af van de mestsamenstelling dan van het type vloer. De mestsamenstelling bepaalt uiteindelijk welk deel van ammonium (NH4) in de mest vervluchtigt tot gasvormig NH3”, zegt Carl Koch van Koch Eurolab, een laboratorium gespecialiseerd in onder andere emissies van lachgas, ammoniak en zwavelwaterstof, mestkwaliteit en verteringsprocessen in koeien.
“Hoe hoger het NH4-gehalte, hoe meer ammoniak er kan vervluchtigen. Het totale NH4-gehalte gecorrigeerd aan droge stof 9,5%, varieert tussen bedrijven van 0,9 tot 3,45 kilo per ton mest. Dat is een factor 3. Het totale ammoniumgehalte komt niet overeen met de hoeveelheid emitteerbare ammonium uit de mest. Want een deel zit in de mest gebonden aan organische stof of aan struviet.” Het gehalte gemakkelijk emitteerbaar ammonium varieerde tussen bedrijven van 0,08 tot 0,83 kilo per ton mest. Dat is 4 tot 42% van het totale ammonium in de mest. “Een verschil tussen hoogste en laagste van factor 8. Er is nog meer onderzoek nodig om de grote verschillen te verklaren. Maar juist door de grote variatie liggen er kansen om de NH3-emissie uit de melkveehouderij flink te verlagen. We moeten achterhalen wat de bedrijven met lage ammoniumgehaltes en lage niveaus aan emitteerbaar ammonium anders doen in hun management dan bedrijven die hierop veel hoger scoren”, concludeert Koch. Lees verder onder de foto. “Voer een rantsoen op basis van voeranalyses en stuur bij op basis van mestanalyses. Dat kan de ammoniakuitstoot fors verlagen”, zegt Carl Koch van Koch Eurolab. - Foto: Ronald HissinkStalpaspoort: bedrijfsspecifieke kenmerkenIn het onderzoek van Mineral Valley Twente zijn op elk bedrijf heel veel bedrijfsspecifieke kenmerken vastgelegd in een zogenoemd stalpaspoort. “Het doel is om te bepalen wat de relatie is tussen deze kenmerken met mestsamenstelling, NH4-gehalte, percentage emitteerbare ammonium en percentage gebonden ammonium in de mest en de NH3-concentratie in de stal en NH3-emissie”, zegt Stobbelaar.
“Als je dat weet, kun je met management sturen in verlaging van de ammoniakemissie.” Mestsamenstelling hangt volgens Stobbelaar en Koch van heel veel verschillende bedrijfsomstandigheden af. Zoals het type boxstrooisel, wel of geen kalk in de boxen, rantsoensamenstelling, spoelwater, gebruik van formaldehyde of kopersulfaat bij klauwproblemen, mesttoevoegingen, wel of geen mestschuif en nog heel veel meer. Maar ook van productieniveau en zelfs van het koeienras. “Want we hebben bij dubbeldoelrassen met melkureum van 24 een lagere concentratie NH3 (8 tot 10 ppm onder de vloer) gemeten dan bij Holstein-bedrijven met melkureum 24. Waarschijnlijk omdat deze rassen in vergelijking met Holsteins meer eiwit omzetten in vlees”, zegt Stobbelaar.Wat vinden de vloerenleveranciers?“De conclusie dat emissiearme vloeren niet zouden deugen, kun je niet trekken”, zegt Eric van den Hengel, voorzitter van het innovatieplatform veehouderij. Hij is spreekbuis voor een deel van de fabrikanten van emissiearme vloeren. “Want onderzoeken die nodig zijn voor toekenning van de emissiefactor van een vloer voor de RAV-lijst, zijn niet te vergelijken met het onderzoek van Mineral Valley Twente en de methodiek van het CBS-rapport. De toegekende emissiefactoren zijn gebaseerd op onderzoek volgens gecertificeerde meetprotocollen vastgesteld door RVO en het ministerie van IenW. In het onderzoek van Mineral Valley Twente is het ventilatiedebiet niet meegenomen, waardoor het niets zegt over emissies van NH3.” Van den Hengel vindt het CBS-rapport tendentieus. “Het is misleidend en er staan dingen in die niet kloppen.”Leverancier van de cassettevloerHans Nijman van Anders Beton, leverancier van de cassettevloer BWL2010.34, wijst op de gebruiksaanwijzing van deze vloer. “Hierin staat dat mest tenminste iedere twee uur van de vloer verwijderd moet worden voor een goede werking. Onder die voorwaarde is deze vloer ook getest. Gebeurt dat niet of blijft de vloer met mest besmeurd, dan haal je de emissiefactor van 6 ook niet”, zegt Nijman. “Wat ontploffingsgevaar betreft kun je emissiearme vloeren ook niet over één kam scheren. Bij onze cassettevloer met kleppen is het risico op ontploffing minder groot dan met plaatvloeren die veel dichter zijn.”Betonhuis neemt afstand van conclusiesVolgens Betonhuis, de branchevereniging van de cement- en betonindustrie, voldoet het door Mineral Valley Twente uitgevoerde onderzoek niet aan relevante normering. “De gehanteerde onderzoeks- en meetmethode is niet geschikt om inzicht te geven in de werking van emissiearme vloeren”, zegt Jeroen de Vrieze, adviseur van Betonhuis. “Om die reden neemt Betonhuis afstand van de conclusies op basis van de door Mineral Valley Twente uitgevoerde metingen met betrekking tot de werking van emissiearme vloeren.”“Onze eco- of cassettevloer BWL2010.34 geeft alleen de te verwachten emissiefactor van 6 als veehouders de mest elke twee uur goed verwijderen”, zegt Hans Nijman van vloerleverancier Anders Beton. - Foto: Ronald Hissink
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









