Eigen idee is nu professionele kalverketen

Oud en nieuw in één foto: Adviseur Jellesma loopt met zijn laptop op zijn oude werkplek. - Foto: Anne van der Woude
Kalveren zelf bij boeren ophalen en niet via een veemarkt. Folkert Jellesma doet het al 20 jaar en maakt nu als 62-jarige nog een fraaie carrièreswitch.
Folkert Jellesma. - Foto:
Anne van der WoudeHet is een mooie kroon op het werk voor Folkert Jellesma. Hij begon in 1999 als witvleeskalvermester met het zelf ophalen van (biestgevoerde) kalveren omdat het aanbod op veemarkten nog wel eens tegen viel. Ook scheelde het geld. Daarna richtte hij studiegroep MKD (Melkveehouder-Kalverhouder-Diergezondheid) op waarin melkveehouders informatie terugkrijgen vanuit de kalverhouderij zodat beide partijen er beter van worden. Het idee: de veehouder stuurt bij en beurt meer voor zijn kalf en de mester krijgt als gevolg hiervan betere, gezondere dieren.Die eigen ideeën worden nu ingebed in een professionele keten. Het bedrijf Gebrs. Fuite in Genemuiden (Overijssel) zag de werkwijze van Jellesma wel zitten en wilde het systeem ook gebruiken. Het bedrijf vroeg hem daarom eind 2016 als adviseur om dit project in goede banen te leiden. “Ik ben een soort ‘oliemannetje’ ”, vertelt Jellesma. “En in die samenwerking met Fuite kan ik mijn creativiteit behouden. Dat is precies het arbeidsplezier dat ik nodig heb.”
Artikel gaat verder onder de foto‘sOud en nieuw in één foto: Adviseur Jellesma loopt met zijn laptop op zijn oude werkplek. - Foto's: Anne van der WoudeVan voerkar naar laptopIn 2 jaar tijd is veel veranderd op het witvleeskalverbedrijf van Jellesma. Begin 2016 waren alle 450 kalverplaatsen op het bedrijf nog bezet en haalde hij jaarlijks 900 kalveren bij 8 melkveebedrijven in de buurt op. Nu staan de afdelingen leeg, op eentje na. Daar staan nog 40 dieren. Het mes snijdt aan twee kanten, verklaart Jellesma. “Enerzijds vroeg Fuite me als adviseur, anderzijds ben ik 62 en heb ik geen opvolger. Dit was een mooie kans die ik niet kon laten liggen. Door het vertrouwen van Fuite durfde ik ook af te bouwen.”Een kantoor met laptop is tegenwoordig het werkterrein van zzp‘er Jellesma. “Mijn taak is om de melkvee- en kalversector dichter bij elkaar te brengen door de MKD-opzet uit te leggen”, vertelt hij. “Wat speelt er bijvoorbeeld in de kalverhouderij? Waarmee moeten melkveehouders rekening houden en wat zijn hun valkuilen? Dat kunnen ze leren via MKD. De kengetallen en resultaten uit de kalverhouderij koppelen we namelijk naar hen terug.”De andere afdelingen staan al leeg. Jellesma gaat het kalverbedrijf verkopen. Samen met zijn vrouw gaat hij naar het naburige Wolvega verhuizen.Professioneel karakterDe werkwijze en MKD-opzet van Jellesma pakten in de afgelopen 20 jaar goed uit. Zowel hij als de 8 melkveehouders haalden door de terugkoppeling van de cijfers meer rendement. Niet in de minste plaats door het ‘uitschakelen’ van de tussenhandel.Nu Fuite het concept van Jellesma omarmd heeft, is de schaalvergroting ook een feit. “We leveren nu wekelijks 360 biestgevoerde kalveren (bika‘s) aan de meer dan 40 mesterijen die op contract zitten bij Fuite”, legt Jellesma uit. “Maar daar zit veel rek in. Fuite heeft relatief grote kalverbedrijven van gemiddeld 800 tot 1.500 dieren. Er zijn altijd snel nieuwe dieren nodig. We hebben de lat daarom op 1.000 bika’s per week gelegd.”Qua groei is dus nog een lange weg te gaan. Maar het gaat snel, merkt Jellesma. “Er zitten nu 180 veehouders in de keten. Die leveren elke week gemiddeld 2 dieren. Wekelijks komen er 2 nieuwe bedrijven bij.”Die bika’s komen voor de helft uit Friesland. Daar begon het tenslotte. Maar inmiddels komen de dieren bijna uit het hele land. Alleen Noord-Holland, Limburg en Zeeland zitten er (nog) niet tussen. Jellesma: “Het gaat snel. We nemen ook iedereen aan zolang het een beetje op de route ligt. Er is geen ondergrens. Al kunnen we op grote veebedrijven het vlotst werken.”Al deze kalveren worden met 5 gecertificeerde transportwagens opgehaald. De laatste is op 1 januari in gebruik genomen. “Dat is ons groene visitekaartje”, zegt Jellesma. “De wagen voor 95 kalveren biedt extra klimaatcomfort: airconditioning en verwarming. Ook is een drinkinstallatie ingebouwd.”5 transportwagens halen de kalveren wekelijks op. Dit is het groene visitekaartje met optimaal kalverklimaat. - Foto: Folkert JellesmaUniformiteit enigszins overschatMaar hoe werkt het MKD-systeem in de praktijk? “Als de bika’s bij de veehouder worden opgehaald, worden ze direct gewogen en geclassificeerd”, legt Jellesma uit. “Dat gebeurt aan de hand van het Seurop-systeem (zwartbont of Belgisch-Witblauw) en het gewicht per dier. Vervolgens rolt daar een prijs uit. Die ligt altijd hoog omdat er geen tussenhandel is. Die ‘buit’ delen we. In de praktijk is dat minimaal € 10 en soms zelfs € 50 in extensieve gebieden. Dat is geen exacte wetenschap, maar wel wat we in de praktijk tegenkomen.”Als de dieren op het kalverbedrijf arriveren, wordt op gewicht een voorselectie gedaan. Later worden snelle drinkers en mindere kalveren gescheiden. Vervolgens gaat het selecteren de hele ronde door. Jellesma: “Het gaat vooral om het oog en de vakmanschap van de kalverhouder. Grote koppels en uniformiteit zijn niet zo belangrijk als vaak gesteld wordt. Kalveren máák je uniform door continue te blijven sorteren.”Dit is de enige afdeling op het eigen bedrijf waar nog witvleeskalveren staan. Hier staan nu 40 dieren.Melkveehouder krijgt per kalf terugkoppelingTijdens de mestronde blijven kalverhouders een vinger aan de pols houden. De melkveehouders krijgen per kwartaal per UBN en per individueel kalf informatie terug. Jellesma: “Dat gebeurt via een puntenscore aan de hand van veel kengetallen zoals bijvoorbeeld gewicht, HB-gehalte, karkas en uitval. Zo weten ze hoe ze samen met een dierenarts of andere specialist aan de slag kunnen gaan om betere kalveren te leveren én zo meer geld te beuren. Daar kunnen we hen ook bij helpen.”De aanpassingen die veehouders vervolgens doen, werpen hun vruchten af in de kalverstal. “In de praktijk krijgen kalverhouders een vlottere opstart. Ze hoeven minder bij te sturen. Kalveren drinken vaak ook meteen; de stress is er uit.” Zelf merkte Jellesma dat ook in het medicijngebruik toen hij zelf nog jaarlijks 900 kalveren van acht verschillende bedrijven afnam. “De dierdagdosering was toen 15, terwijl dit landelijk 30 is. Met zoveel herkomstbedrijven zegt dat wel iets. MKD heeft gewoon een betere, gezonde basis. Zonder verzamelcentra en met veel minder vervoersbewegingen.”Antibioticagebruik uniform monitorenAlle kengetallen ten spijt is er nog wel één blinde vlek: het antibioticagebruik. Dit wordt nu niet uniform gemonitord en teruggekoppeld naar melkveehouders. De oorzaak is simpel: kalverhouders zijn zelf verplicht registratie bij te houden. De integraties zijn hier niet verantwoordelijk voor. Hierdoor heeft elke boer wel zijn eigen werkmethode.Jellesma en Fuite willen daar op termijn vanaf. In het ideale scenario komt er één uniform systeem. Dan weten alle aangesloten melkveehouders straks precies per individueel kalf wat er wel/niet aan heeft gemankeerd. Dan zijn alle belangrijke kengetallen zoals herkomst, groei, uitval, afmestgewicht en antibioticagebruik keurig ingebed in één systeem.Op zijn eigen bedrijf had Jellesma dit al precies in kaart gebracht. Qua ziektes – bijvoorbeeld IBR of diarree – wist hij zo wat hem te wachten stond en kon hij daarop anticiperen.Bekijk ook de fotoreportage die Boerderij in 2016 op het bedrijf van Jellesma maakte
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









