Eigen eiwit niet per bedrijf afrekenen

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De melkveehouderij committeert zich aan grondgebondenheid. Niet via de mest, maar via de voeding. De veelbesproken 65%-eigen eiwit-eis speelt daarin een rol. Maar niet opgelegd per bedrijf.De eis dat elk bedrijf in 2025 voor 65% in eigen eiwit moet voorzien, is een stip op de horizon. Dat zeggen NZO en LTO. “In de tussentijd kan ook nog veel gebeuren, mede afhankelijk van de uitwerking van het toekomstig mestbeleid en bijvoorbeeld de aanpak van de stikstofproblematiek”, zegt René van Buitenen, woordvoerder van NZO. ‘Gaat om grote lijn’“Het is zeker niet zo dat een bedrijf, dat in 2025 niet voor 65% in eigen eiwit voorziet, geen melk meer kan leveren”, zegt Wil Meulenbroeks, voorzitter vakgroep melkveehouderij van LTO. “Het gaat om de grote lijn. Iedereen moet stappen zetten om het aandeel eigen eiwit te verhogen. Daarbij is de winst van een bedrijf dat van 40 naar 45% eigen eiwit gaat net zo groot en waardevol, als de winst van een ander bedrijf dat van 62 naar 67% gaat.”Deze uitspraken zullen een opluchting zijn voor alle, vooral intensieve, bedrijven die moeite hebben om de norm van 65% eigen eiwit te halen. De 65%-eis wordt vooral een sectorgericht doel in plaats van dat elk bedrijf apart daaraan moet voldoen.Commissie-adviesDe 65% eigen eiwit-norm komt uit het advies van de Commissie Grondgebondenheid (zie kader). In 2017 startte deze commissie met de zoekopdracht om de definitie van grondgebondenheid van de melkveehouderij in te vullen, in opdracht van NZO en LTO vakgroep melkveehouderij. Het daaruit volgende advies, dat in 2018 gegeven werd in het rapport Grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij, werd vooraf al door de partijen bindend verklaard.Tekst gaat verder onder het kaderAchtergrond rapport Commissie GrondgebondenheidDe Commissie Grondgebondenheid produceerde in opdracht van LTO en NZO het rapport ‘Grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij.

Achterliggende reden is dat de melkveehouderij vooral groeide in het aantal koeien per bedrijf, terwijl de toename van grond in gebruik onder die bedrijven in verhouding veel minder snel groeide. Dat had intensivering tot gevolg. Zo kende het gemiddelde bedrijf in 2000 nog rond de 60 koeien, terwijl in 2018 de bedrijven gemiddeld 100 koeien melken.

De Commissie kiest voor percentage eiwit van eigen land als indicator voor grondgebondenheid. Dit kengetal is de mate waarin de veehouder in staat is van eigen land of in de buurt het benodigde eiwit voor de voeding van zijn dieren zelf te telen. Het rapport meldt expliciet: ‘Elk melkveebedrijf moet grotendeels kunnen voorzien in eiwit (ruwvoer) afkomstig van eigen grond.’

Het gekozen kengetal is minder eenvoudig in vergelijking met kengetallen als grootvee-eenheden per hectare of fosfaatplaatsing, maar geeft de ondernemer wel meer ruimte in zijn eigen bedrijfskeuzes. Het kengetal stimuleert in sterke mate de teelt van gras, immers het telen van gras levert meer eiwit op dan bijvoorbeeld mais. Op basis van de cijfers van de KringloopWijzer, werd gesteld dat de veehouderij in 2017 als geheel al dicht bij die 65%-eigen-eiwit-eis zat. Met een kleine inspanning zouden enkele procenten winst te behalen zijn en is ook 65% eigen eiwit haalbaar. Dat geldt dan alleen voor de sector als geheel.Clou rapportDe clou van het rapport, en dat wat veel melkveebedrijven zorgen baart (of nu beter gezegd: baarde), zit hem echter in de zin dat élk bedrijf aan de eis moet voldoen. Zie rapport, pagina 3: verklaring: “Concreet houdt dit in dat de teksten in hoofdstuk 3 (Invulling grondgebondenheid in 2025) en bijlage 2 (Uitwerking buurtcontracten) bindend zijn”, en pagina 19 halverwege)Al snel werd duidelijk dat naarmate de bedrijven intensiever zijn, het lastiger wordt om deze eis te halen. In de 65%-eigen-eiwit-eis zit nog wel de ruimte om, bij 50% eigen eiwit in het benodigde ruwvoer, de resterende 15% aan te mogen kopen uit de buurt, zijnde een straal van 20 kilometer rond het bedrijf.Tekst gaat verder onder de fotoDoor delen van kennis via projectgroepen wordt er nadruk gelegd op verdere verbetering van de ruwvoerproductie. Dat verhoogt de eiwitopbrengst per hectare. - Foto: Henk RiswickOmslagpuntHet omslagpunt ligt zo rond de 20.000 kilo melk per hectare, zo blijkt uit cijfers van Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA) in het Oosten van Nederland over de jaren 2017-‘19. Ondanks twee droge jaren in de cijfers, met lagere ruwvoerproductie tot gevolg, kunnen bij 15.000 kilo melk per hectare gemiddeld alle bedrijven aan de 65%-eigen-eiwit-eis voldoen. Bij 25.000 kilo melk per hectare moet gemiddeld 50% eigen eiwit in het benodigde ruwvoer haalbaar zijn.Grote spreiding tussen bedrijvenGerjan Hilhorst, onderzoeker Wageningen-UR en nauw betrokken bij VKA: “Uit de cijfers van Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers, blijkt ook de grote spreiding tussen bedrijven. Er zijn bedrijven die met 25.000 kilo melk per hectare toch in staat blijken om boven de 50% eigen eiwit te kunnen komen met aanvulling met eiwitaankoop uit de buurt. En er zijn ook bedrijven die onder de 50% eigen eiwit blijven bij een intensiteit van 16.000 à 17.000 kilo melk per hectare.” Hilhorst: opgelegde eis niet fairOverigens vindt hij een opgelegde eis van 65% eigen eiwit per bedrijf ook niet fair naar de meest intensieve bedrijven. “We zien vaak dat juist de intensieve bedrijven een hoge ruwvoerproductie per hectare halen en een hoge voerefficiëntie. Dat leidt tot hoge stikstofbenuttingspercentages in de voeding en bodem, en lage stikstofoverschotten in de bodem. Een intensief bedrijf is op dat gebied niet minder duurzaam dan een extensief bedrijf. En het verlagen van de hoeveelheid in het rantsoen verhoogt ook de hoeveelheid eiwit van eigen land. Je moet bedrijven niet afrekenen op één eis; maak er dan een pakket van.”Je moet bedrijven niet afrekenen op één eis; maak er dan een pakket vanGerjan Hilhorst, onderzoeker Wageningen-URStimulerenVakmanschap speelt in het halen van de eigen-eiwit-eis dus een rol, met name de mate waarin bedrijven in staat zijn goede opbrengsten van hun mais en grasland te realiseren en dit ook via de voeding weten te benutten in de vorm van een goede melkproductie. Daarnaast heeft de bedrijfsopzet invloed, want zo verbruiken bedrijven zonder jongvee geen ruwvoer dat niet bestemd is voor melkproductie. “Je kan aan die knoppen draaien om het eigen eiwit te verbeteren. Juist dát willen we stimuleren”, zegt Meulenbroeks. “Het streven naar meer eigen eiwit is ook financieel aantrekkelijk. Aanschaf van eiwit is duur; zeker op dit moment zijn de eiwitprijzen hoog. Dus hoe meer je zelf teelt, hoe minder aankoop nodig is. Ook is er een verbetering mogelijk door het ruweiwitgehalte in het rantsoen van de koeien te verminderen. Dan is er totaal minder eiwit nodig en stijgt automatisch het aandeel eigen eiwit.”Tekst gaat verder onder de fotoVerlagen van het ruw eiwit gehalte in het rantsoen vermindert aankoop van vooral soja en verhoogt het aandeel eigen eiwit. Dat is economisch ook interessant. - Foto: Ruud PloegAmmoniakuitstootBijkomend effect van een lager ruweiwitniveau in het rantsoen is een vermindering van de ammoniakuitstoot, waar afgelopen zomer ook al het nodige om te doen was. Deze combinatie maakt dat het aandeel eigen eiwit over de breedte van de sector dus zal toenemen. Als dat boven de 65% uitkomt, waar het sterk op lijkt, is het dus onnodig om ook apart deze eis aan elke veehouder op te leggen.‘Niet sanctioneren, maar stimuleren en faciliteren’Meulenbroeks: “Met een sectorale verbetering van het telen van eigen eiwit is er minder aanvoer nodig. De aanvoer van eiwit bestaat vooral uit soja en dat komt van ver. We hebben nu al een hoge grondgebondenheid, maar als we die soja-import een flink deel kunnen verminderen tonen we als sector dat we nog veel meer grondgebonden zijn. We willen niet sanctioneren, maar stimuleren en faciliteren. Dat gebeurt via een hele reeks van werkgroepen, studiegroepen en projecten die zich allemaal richten op verbeteren van de eigen eiwitvoorziening, hetzij via verbetering van de ruwvoeropbrengst, hetzij via vermindering via de voeding.”We willen niet sanctioneren, maar stimuleren en faciliterenWil Meulenbroeks, voorzitter vakgroep melkveehouderij van LTOMelkstromenMet de stimulering van de eigen eiwitproductie voegen LTO en NZO zich wel naar het advies uit het rapport van de commissie. Daarmee lijkt het toch dat de organisaties het advies vooral sectoraal aanvliegen. Meulenbroeks: “De beloning voor verbetering moet meer gezocht worden in melkstromen en toeslagen daarop. Nu al is eigen eiwit als een van de onderdelen in PlanetProof opgenomen. Wie aan die eisen kan voldoen, kan aan die melkstroom leveren en zo een plus genereren op de melkprijs. Maar het is geen verplichting om eraan mee te doen.”Vergelijking met weidegangDe eigen-eiwit-eis kan dus best vergeleken worden met weidegang. Je kunt er aan meedoen en een premie ontvangen. Je kunt er ook voor kiezen om het niet te doen, maar dat betekent niet dat je geen melk meer kan leveren. Stimulering van weidegang gebeurt door de toeslag te verhogen. In de loop der jaren is die opgelopen tot wel € 2 per 100 kilo melk, afhankelijk van aan welke melkfabriek je levert.ZuivelbedrijvenDe uiteindelijke uitvoering ligt bij de individuele zuivelbedrijven. “Als de 65%-eigen-eiwit-eis per bedrijf zou moeten gaan gelden, moeten we ons praktijkreglement aanpassen”, geeft Jan Willem ter Avest van FrieslandCampina aan. “Wijzigingen in het praktijkreglement worden bij ons voor advies voorgelegd. En dat moeten we aan de voorzitters van onze districten voorleggen en op basis daarvan besluit het coöperatiebestuur over de uitvoering. Uiteraard worden leden tijdig op de hoogte gebracht en meegenomen in het proces.” Hij laat zich niet uit over de discussie die dat zou opleveren. “Vooralsnog ligt zo’n voorstel er niet. Sterker nog, er is intern ook nog niet over gesproken.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.