Guus Janssen heeft een melkveehouderij met 30 hectare gras en 20 hectare mais, 98 melkkoeien en 35 stuks jongvee, traditionele melkstal en weidegang. Guus is een melkveehouder die naast het ondernemen ook nog plezier heeft in de fokkerij. Een goed functionerende en probleemloze melkkoe in de stal is het doel. RundveeFoto

Eerste excellente koe voor familie Janssen

Twee stamboekinspecteurs komen kijken of Corrie 222 de eerste excellente koe kan worden bij de familie Janssen in Velp (N.-Br.). Boerderij keek hoe de keuring in zijn werk gaat.

Guus Janssen heeft een melkveehouderij met 30 hectare gras en 20 hectare mais, 98 melkkoeien en 35 stuks jongvee, traditionele melkstal en weidegang. Guus is een melkveehouder die naast het ondernemen ook nog plezier heeft in de fokkerij. Een goed functionerende en probleemloze melkkoe in de stal is het doel.

Enkele weken geleden was inspecteur Kouwenberg van het CRV-stamboek, (de opvolger van het NRS) op het bedrijf. Vierdekalfskoe Corrie 222 maakte zo’n goede indruk dat de inspecteur haar voor de tweede keer wilde bezichtigen om in aanmerking te komen voor de excellent-status. Guus Janssen heeft de koe alleen geschoren voor het tweede bezoek.

Marc Kouwenberg (links) en zijn collega Kees Ruijter bekijken Corrie aandachtig. De excellent-keuring wordt door twee inspecteurs gedaan. De keurmeesters beoordelen per jaar gezamenlijk zo’n 135 duizend dieren en circa 200 dieren krijgen een excellent-beoordeling voor het algemeen voorkomen.

Kouwenberg en Ruijter doen de eerste bezichtiging als de koe nog vast aan het voerhek staat. Op deze manier kunnen ze in alle rust de verschillende onderdelen goed bekijken en beoordelen. De afstamming van Corrie 222 (Malki x Twist) doet niet ter zake. Wel wordt er rekening gehouden met de leeftijd, het aantal kalvingen en het lactatiestadium van het dier.

Veehouders en keurmeesters kijken veelal als eerste naar de uier van de koe. De melkklier is ook een belangrijk onderdeel. De melk die uit dit orgaan komt is de voornaamste bron van inkomsten. Een uier die gezond is (en blijft) en niet slijt of mankementen vertoont is een gemak voor dier en mens. De uier van Corrie 222 heeft veel lengte, is ondiep en zeer vast aangehecht in haar lichaam.

Voor deze reportage is koe Dirkje 250 naast Corrie 222 geplaatst. Ze is ongeveer even oud en via de stier Twist een nichtje van Corrie 222. Hoewel Dirkje bovengemiddeld exterieur heeft, blijkt dat ze niet de kwaliteiten heeft van Corrie. Op vrijwel alle onderdelen is ze een slag minder.

Marc duidt de achteruierhoogte aan. Maar ook de volheid, aanhechting en de breedte van de achteruier zijn zichtbaar. De lijn die midden in de uier zichtbaar is, wordt de ophangband genoemd.

Ook van Dirkje wordt een foto genomen. De uier van Corrie is hoger en breder aangehecht. Ook is de uier van Corrie voller met een beter zichtbare ophangband. Beide koeien zijn ‘s morgens gemolken en de keuring vond om 12.30 uur plaats.

Marc verduidelijkt de breedte van de koe en de breedte van de achteruier. De bouw van de koe en de uier zijn de sterkste punten van Corrie 222.

Staand aan het voerhek kunnen ook de benen goed beoordeeld worden. De kromming van de benen, die van zijaanzicht wordt beoordeeld, moet een optimum zijn. Extreem rechte benen zorgen voor een houterige beweging tijdens het lopen. Extreem kromme benen kunnen problemen aan klauwen en koten veroorzaken. Het zijaanzicht van Corrie is perfect, de klauwen zijn goed ontwikkeld met voldoende hoogte en mooi van vorm.

Ook van achteraanzicht worden de benen beoordeeld. Ideaal moeten de benen parallel aan elkaar staan. Daarbij helpt als het bekken breed is zodat er voldoende breedte is voor de heupen. Er is voldoende ruimte voor een volle uier aanwezig.

De kruisbreedte wordt met de hand gemeten. Duim en middelvinger worden op de zitbeenderen gelegd. Ook voor dit kenmerk geldt een optimum. Een te smal kruis kan bij kalvingen problemen veroorzaken. Een extreem breed kruis heeft onvoldoende kracht aan het bekken.

Terwijl Marc alle onderdelen in de tablet vastlegt, kijkt Kees nog eens goed naar de speenplaatsing. Na afloop van de keuring krijgt de veehouder het resultaat te zien. Vijf bovenbalkkenmerken: frame, type, uier, benen en algemeen voorkomen.

‘Koeienkijkers’ mogen graag even aan het vel van de achteruier trekken. Een soepele huid duidt op een goede doorbloeding en goede gezondheid. Met middeltjes kun je eenvoudig een glimmende huid maken, waardoor het oog misleid kan worden. Een ruime en soepele huid moet je voelen.

Daarbij geeft het een indruk van spieren, de spanning of ontspanning. Zoals een topsporter ondanks grote inspanning toch nog ontspannen kan zijn.

Benen, beengebruik, frame en type wordt ook beoordeeld als de koe los loopt. Tijdens het lopen blijkt de verhouding en verbindingen tussen de afzonderlijke onderdelen. Als deze goed op elkaar zijn afgestemd wordt het functioneren voor de koe gemakkelijker. Het beengebruik moet krachtig, vloeiend en ruim zijn, zodat het dier een leven lang makkelijk kan lopen. Corrie is een koe die voldoet aan het fokdoel dat CRV-stamboek voor ogen heeft.

Marc en Kees omschrijven Corrie 222 als volgt: “Het is een koe met de ideale hoogtemaat voor een volwassen koe (1,54 m). Het is een lange diepe koe met een heel sterke bovenbouw, een mooi gevormd kruis en een hele brede sterke schouderpartij. De uier is lang en zeer goed aangehecht en breed van achteren met een goede balans en correcte speenplaatsing. De benen zijn een tikje krom met mooie hoge klauwen die van achter misschien iets meer parallel mochten staan maar die ze zeer goed gebruikt. Al met al een koe om trots op te zijn en waar boer en inspecteur veel waardering voor hebben.”

Enkele dagen later liep Corrie 222 voor het eerst in 2021 in de weide. Daar komen haar kwaliteiten volop naar voren. Een excellente koe voor elke veehouder.