‘Een landbouwmethode’

Foto: Henk Riswick
Wat ben ik eigenlijk aan het doen?Het grondbeginsel van ‘mijn methode’ is dit: elke wisseling van een gewas brengt een teruggang van een populatie met zich mee. Dat geldt zowel voor schadelijke organismen, zoals aaltjes, schimmels en luizen, als voor hun antagonisten, de roofaaltjes, roofschimmels en lieveheersbeestjes. Van die eerste teruggang is iedere boer op de hoogte. Daarop is de vruchtwisseling gebaseerd. Als je op een perceel elk jaar een ander gewas teelt, heb je minder kans op ziekten uit de bodem. Aardappelaaltjes nemen met 35% af als er geen aardappelen worden geteeld.Vruchtwisseling zorgt voor krimp van de populatie schadelijke, maar zeker ook nuttige, organismen. - Foto: Henk RiswickMaar niet alleen schadelijke organismen nemen af door een wisseling van gewassen, ook de nuttige. Een bacterie die pathogene schimmels opruimt, heeft in het najaar, als er niets wordt nageteeld, niks te doen en neemt misschien ook met 35% af. Hetzelfde geldt voor luizeneters, die verhongeren in een gewas dat door luizen gemeden wordt.Met grote variatie gewassen biodiversiteit en vijanden stimulerenHoe biologischer je wilt boeren, hoe meer het streven gericht moet zijn op het minimaliseren van deze teruggang. Dat kan op verschillende manieren. Door midden in een groot perceel blokjes in te zaaien met waardplanten voor natuurlijke vijanden, zoals dille, facelia of borage. Een andere mogelijkheid is strokenteelt, waarin luizeneters van het ene perceel waar ze het jaar ervoor explosief zijn toegenomen, makkelijk kunnen overstappen naar het perceel ernaast. Een verviervoudiging van de populatie natuurlijke vijanden ten opzichte van een monocultuur is geen uitzondering, las ik laatst.Mijn motto is: ‘Biologisch duurt het langst’‘Mijn methode’ bestaat uit een grote variatie in gewassen. Ik streef op het hele bedrijf naar 16 gewassen per jaar. Na de 10 hoofdgewassen (waaronder peen, aardappelen, witlof, spinazie, kool en graan) ook 6 verschillende groenbemesters. Zo hoop ik niet alleen de biodiversiteit te stimuleren, maar ook op zoveel mogelijk plekken op het land zoveel mogelijk verschillende natuurlijke vijanden zo maximaal mogelijk te laten uitbreiden in waardplanten en schuilplaatsen. (Dezelfde strategie gaat trouwens op voor akkervogels.) Nu zijn er op elk moment van het jaar verspreid over de kavel oergezonde populaties luizeneters aanwezig die, zodra een plaag zich aandient, er bovenop springen.Biologisch, zonder middeltjes van buitenNu zullen velen denken: “Wat een open deur, ik doe al jaren wat je zegt. Ik ben heel natuurlijk bezig.” Hartstikke goed, denk ik dan, ik schrijf dit ook alleen maar om voor mezelf te verwoorden wat ik eigenlijk aan het doen ben. En ook al gaat er vast wel eens wat mis, ik heb sterk de indruk dat het werkt. Het verschil met anderen is misschien dat ik er ook op vertrouw zonder middeltjes van buiten. Het devies ‘Biologisch als het kan, chemisch als het moet’, is dan ook niet aan mij besteed. Mijn motto is: ‘Biologisch duurt het langst’.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









