Droogte kenmerkt maisseizoen

Foto: Hans Prinsen
De droogte die aanhield tot de derde week van juni kenmerkt het groeiseizoen van de mais tot nu toe. En de maisteelt maakt een duidelijke wending richting de vroege maisrassen, vooral ingegeven door regelgeving. Fors minder veehouders kiezen voor onderzaai.De start van het maisseizoen was voor de meeste bedrijven min of meer gelijk. Tot 9 maart was het enorm nat, maar daarna droogde de grond goed op en is de mais veelal nog wel in redelijk vochthoudende grond gezaaid. De meeste mais ging tussen 20 april en 10 mei de grond in. In die periode was het aan de koude kant en er kwam op veel plaatsen nachtvorst voor waar de jonge maisplantjes een flinke knauw van hebben gekregen. Het resultaat is dat die percelen er ook wat wisselend bij staan en ook de gewasbescherming is er lokaal door uitgesteld om de mais niet nog een klap op de kop te geven.DroogteVerder speelt droogte de hoofdrol in het seizoen tot in elk geval half juni. Op een aantal bedrijven is de mais zelfs beregend voor opkomst om voor kieming van het zaad te zorgen. Dat is vrij uniek. Mais wordt wel beregend maar vaak pas later in het seizoen en rond de bloei. Ook op percelen waar de mais wel opkwam, maar min of meer stilstond door de droogte bood beregening uitkomst. Nu het medio juni heeft geregend, zijn de verschillen tussen vroeg en laat gezaaide mais min of meer verdwenen, stellen loonbedrijf Van Lankveld in Zijtaart (N.-Br.) en loonbedrijf Verhoef in Nijkerk (Gld.) vast. Overal schiet de mais in de laatste week van juni en de eerste dagen van juli de grond uit. Ook loonbedrijf Lindenboom in Dalfsen (Ov.) ziet dat de mais nu snel bijtrekt. Toch blijft Van Lankveld in het begin nog wel verschillen zien. De vroeg gezaaide mais is rond 23 juni zo’n 60 centimeter lang en daar heeft hij ook de laatste onderzaai toegepast. De vroege mais was rond die datum al zowat anderhalve meter. De verschillen in de percelen komen vooral voort uit het feit of ze wel of niet beregend zijn voor en vlak na opkomst. De beregende percelen lagen eind juni nog duidelijk voor. Lees verder onder deze 2 foto‘s.
Op 3 juni beregende Adrion van Beek en zijn dochter Veronique in Breda hun mais. Hij heeft zijn mais nog nooit zo vroeg beregend. Inmiddels staat de mais wel hoger dan 2 meter. - Foto: Peter RoekBeregening van mais op kleigrond op 19 mei.Minder onderzaaiDe onderzaaitoepassing is overigens door de boeren zeker niet meer omarmd. Werd er vorig jaar nog door zo’n 60% van de veehouders op zand en lössgronden gekozen voor onderzaai om te voldoen aan de verplichting om voor 1 oktober een vanggewas te hebben gezaaid, dit jaar is dat flink afgenomen. Dat geldt vooral voor de zuidelijke en oostelijke provincies, zo geven loonbedrijven aan die door Boerderij zijn benaderd. Daar heeft een kwart tot de helft van de veehouders die vorig jaar nog onderzaai toepasten dat dit jaar niet meer gedaan. Dat was ook al duidelijk te merken aan de bestelling van het maiszaad, zo geven loonbedrijf Lammertink in Markelo (Ov.) en loonbedrijf Van Eijck in Alphen (N.-Br.) aan. De vroege rassen hebben volgens deze loonbedrijven dan ook een flinke inhaalslag gemaakt qua opbrengst in zowel tonnen als zetmeel, en doen niet zoveel meer onder voor de middenvroege rassen. Daar hebben verschillende leveranciers van maiszaad ook duidelijk op ingezet. Dat merkt ook loonbedrijf Meulenpas in Mill (N.-Br.). Ook dat ziet een hogere vraag naar vroege rassen en een beperkte daling van het onderzaaien. Lees verder onder deze 2 foto‘s.
Onderzaai in de Achterhoek. Een rondgang onder loonbedrijven leert dat de animo voor onderzaai in het oosten en zuiden van het land minder is dan vorig jaar. - Foto: Hans PrinsenDe opkomst van de onderzaai op het bedrijf van Benny Kasper in Dalfsen op 24 juni.Matig geslaagdAchterliggende reden voor de verminderde belangstelling voor onderzaai is dat deze toepassing, mede door de droge omstandigheden vorig jaar, lang niet overal goed tot zijn recht kwam. Veehouders hebben kosten gemaakt en zagen die niet terug. Dit jaar zal dat anders zijn geeft loonbedrijf Van Lankveld aan. Nu is er onderzaai toegepast in vochtige grond na de regen die in de derde week van juni is gevallen en zal de opkomst en beginontwikkeling beter zijn. Landbouwtechnisch is onderzaai een flopOok loonbedrijf Verhoef zag het beeld van minder vraag naar onderzaai en meer vraag naar vroege rassen. Het bedrijf ervaart ook dat de onderzaai vorig jaar na de oogst wel opkwam tussen de rijen, maar niet of weinig in de rijen dicht trok. Ook ziet hij nu de verschillen met de percelen waar geen onderzaai is toegepast. Op die percelen is vorig jaar de stoppel na de oogst bewerkt en is ook de grond, met eventuele sporen losgemaakt. Het vanggewas dat na oogst pas is gezaaid, na grondbewerking, heeft overal de bodem goed doorworteld en dan zie je nu toch een betere bodemgesteldheid dan op de percelen waar onderzaai is geweest zonder bodembewerking na oogst. Loonbedrijf Van Eijck ervaart hetzelfde. Voor de stikstofuitspoeling is onderzaai misschien een goed idee, maar landbouwtechnisch is het natuurlijk gewoon een flop, zo stelt het loonbedrijf. Werktuigcoöperatie Weco De Hondsrug in Borger (Dr.) ziet weinig verschillen in de belangstelling voor onderzaai of vroege rassen in vergelijk met vorig jaar. Misschien iets minder onderzaai, maar niet veel. In deze regio heb je gewoon moeite om mais voor 1 oktober goed rijp te krijgen, welke vroegheid je ook kiest. Daarom ben je bijna wel aangewezen op onderzaai, zo overweegt het loonbedrijf.Benny Kasper (45) in Dalfsen (Ov.) is goed tevreden over de opkomst van de onderzaai die enkele weken geleden plaatsvond. Kasper heeft 105 melkkoeien en 4 hectare mais (23 april gezaaid, 15 juni onderzaai). - Foto: Wijnand HogenkampOnderzaai lijkt nu al beter dan in 2019Benny Kasper in Dalfsen kijkt tevreden naar het resultaat van de onderzaai tussen de snijmaisrijen. “Het lijkt nu al beter dan vorig jaar”, stelt hij vast.
“Vorig jaar is de onderzaai wat later uitgevoerd en daarna is er nauwelijks nog vocht bijgekomen. Er stond weinig vanggewas toen we de mais er af haalden. Later trok het tussen de rijen wel bij, maar je wilt graag het hele veld bedekt zien. Daarom hebben we dit jaar de onderzaai iets eerder uitgevoerd. Vlak voor de buien van 15 tot 19 juni. In die periode viel hier flink wat water, opgeteld toch zo’n 60 millimeter. Dat helpt ten eerste goed tegen de droogte waar de mais toch wel iets last van kreeg. En het zorgde ook voor een prima kieming van de onderzaai. Die is nu al duidelijk zichtbaar tussen de rijen.”
Niet beregend
Hoewel de mais wel iets last had van de droogte heeft Kasper niet beregend. “Het zou eventueel wel kunnen, maar ik vind het gewoonweg nog te vroeg. Mais is een subtropisch gewas, dus als er regen valt, herstelt het zich snel. Alleen rondom de bloei moet je natuurlijk wel opletten dat het niet verdroogt.”
Ondanks dat Kasper voor onderzaai kiest, teelt hij wel een vroeg ras. Op advies van Feijen Diervoeders in Dalfsen heeft hij gekozen voor Stacey van LG, met als doel kwaliteit met genoeg zetmeel binnen te krijgen. Doel is een zo goed mogelijk kwalitatief product in de kuil te krijgen.
Analyses mest
De mais is bemest met drijfmest en wat vaste mest. Van alle mestputten heeft Kasper een analyse op gehalten beschikbaar. “Je moet wel weten hoeveel meststoffen je er op brengt, vind ik. Na bewerking met de schijveneg is op 23 april gezaaid. Daarbij is ook 150 kilo maismap in de rij gegaan en 25 kilo Physiostart. Dat is genoeg om de mais aan de gang te helpen. Tijdens de zaai was de grond nog voldoende vochtig en de mais stond er ook vlot op. De gewasbescherming is goed geslaagd, alleen staat er hier en daar nog wel wat hanepoot. Dat is wel een dingetje. Ik kan ook geen glyfosaat gebruiken want dat mag niet als Cono-leverancier.”Jolan van Noije (59) in Escharen (N.-Br) ziet dat vorst en droogte de stand van de mais heeft beïnvloed. Van Noije heeft 50 melkkoeien en 4,5 hectare maisland (22 april gezaaid). - Foto: Van Assendelft Fotografie‘Droogte en vorst maakt stand mais wisselvallig’Jolan van Noije heeft wel eens een makkelijker start van het maisseizoen gekend dan dit jaar.
Na de nattigheid die tot in maart duurde, droogde de zandgrond van Van Noije goed op. Op 22 april ging het maiszaad de grond in. “Wij gebruiken een vroeg ras van Pioneer, want we willen voor 1 oktober hakselen. Dat lukt al jaren prima, dus ik zie geen reden waarom dat dit jaar niet zou lukken. Mede daarom gebruiken we ook geen onderzaai. Ik wil liever na de oogst de mogelijkheid hebben om de grond nog te bewerken en klaar te maken voor inzaai van een vanggewas of een volgende teelt. Want ik probeer toch wel zo veel mogelijk te rouleren. Zo is een deel van het maisland na de oogst van vorig jaar ingezaaid met gras/klaver. Op een andere perceel heeft snelle lenterogge gestaan.”
Vorst
“Na de opkomst heeft het hier in de regio nog een paar keer flink gevroren. Daar heeft de mais wel last van gehad. Samen met de droogte maakt het dat de mais wat wisselvallig staat. En door de nachtvorst hebben we de gewasbescherming ook wat uitgesteld. Toen we gespoten hebben was het onkruid dan ook al wat groter. Het duurde ook langer dan normaal dat de bespuiting effect had en het onkruid dood ging.”
Beregenen als het droog blijft
“In de week van 15 tot 19 juni is er plaatselijk veel regen gevallen, maar wij hebben maar 12 millimeter gehad in die week. Dat is te weinig. Ik hoop dat er binnenkort nog wat valt. Als het echt moet kan ik wel beregenen. Als het zo droog blijft, gaat dat ook gebeuren. Wij hebben ons met de beregening tot nog toe geconcentreerd op het grasland.”
“Verder zijn we nog bezig met een proefje. We hebben op een perceel, om en om twee rijen van twee verschillende rassen gezet. Ik wil wel eens zien wat daar uitkomt. Het gaat om twee rassen waarbij de een flinttype is, en de ander denttype. Ik ben vooral benieuwd naar de zetmeelproductie en samenstelling.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









