Doelsturing vraagt tijd, maar begin waar het kan
De Tweede Kamer ging donderdag 2 april met wetenschappers, boerenorganisaties en voedselproducenten in gesprek over doelsturing. Hoe snel kan dit, wat zijn de valkuilen en is doelsturing de oplossing?

LVVN-minister Jaimi van Essen (rechts) bracht vorige maand een bezoek aan een akkerbouwbedrijf in Drenthe. Doelsturing en bodembeheer stonden tijdens dat bezoek centraal. Foto: Mariska Vermaas
De boer aan het roer is het credo van doelsturing. Het Rijk stelt doelen, maar de boer mag zelf bepalen hoe hij de uitstoot op zijn bedrijf vermindert en doelen haalt. Doelsturing klinkt mooi, maar er zijn veel open eindjes. Hoe gaat doelsturing er precies uitzien, hoe snel kun je het optuigen, hoe monitor en borg je het, hoe ingewikkeld wordt het en hoe zit het met de juridische zekerheid?
De Tweede Kamer neemt donderdag ruim de tijd om zich te laten informeren over doelsturing. Wetenschappers, boerenorganisaties en voedselproducenten praten de Kamerleden bij. WUR-wetenschapper Gerard Ros geeft snel een winstwaarschuwing. “Doelsturing is een voortdurend leertraject dat tien tot vijftien jaar omvat. Wees realistisch en duidelijk over dat tijdspad, maar begin wél vast.” Ros wijst op het vrijwillige, maar niet vrijblijvende karakter van doelsturing, de noodzaak van monitoring en zorgvuldige borging en bedrijfsspecifieke kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s). “Bewegen kan snel, maar doelsturing hard maken kost tijd.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









