Deze melkveehouder werkt makkelijk dankzij fokkerij

Laatst bijgewerkt:
Foto: Hans Banus

Foto: Hans Banus


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Wim van Adrichem heeft als doel koeien met weinig problemen. In ieder geval moet de koe niet te vaak in het zicht zijn. Met fokkerij stuurt hij daarop.“De afstamming van een koe moet je me niet vragen”, zegt Wim van Adrichem. “Een koe functioneert goed of niet, dat is het belangrijkste.” De veehouder geeft duidelijk aan wat belangrijk voor hem is en wat overbodig. Ondanks de grootte van het bedrijf, ruim 450 koeien aan de melk, is er aandacht voor fokkerij. Niet de fokkerij van keuringen of de nieuwste trend, want dat kost te veel tijd en draagt niet bij tot een beter draaiend bedrijf. Degelijk en efficiënt is de insteek. Elke drie maanden bezoekt paringsadviseur Wim de Boer het bedrijf van Van Adrichem en worden zo’n 100 dieren bekeken die de komende drie maanden te insemineren zijn. Het managementsprogramma draait de fokkerijprestaties uit, de pinken zijn met het aAa-systeem beoordeeld. Met de eis van 40% Belgisch blauw in het achterhoofd wordt bepaald welke stier bij welke koe past. De Boer en Van Adrichem zitten twee uur later achter de koffie. Het advies voor de komende maanden is klaar, keuzes zijn gemaakt en verder geen gedoe. Kleiner met een spiertjeAl lopend langs het voerhek wijst de veehouder verschillende dieren aan met kenmerken die voldoen en andere dieren waarop wat valt aan te merken. “Grote koeien imponeren als ze jong zijn, maar vallen als derde- of vierdekalfskoe uit. Ze zijn te onhandig en hebben meer problemen met opstaan. Dat is het begin van het einde”, zo is Wims ervaring. Een wat kleiner dier met een spiertje functioneert veelal beter omdat die dieren soepeler zijn en in mindere tijden reserves hebben. Naast ontwikkeling en bespiering zijn de kruisvorm en de benen een aandachtspunt. “Rondom het afkalven hebben de dieren het meeste zorg nodig. Een vlotte bevalling werkt positief voor dier en verzorger. Omdat wij al 23 jaar met het aAa-systeem werken, zijn de kruizen voldoende ruim en sterk en daardoor heeft ons vee weinig problemen bij het afkalven”, aldus Van Adrichem. Er zijn nog enkele koeien met een rood velletje, enkele met een witte kop en dieren met een vlekkerige aftekening in het koppel van Van Adrichem. Dat duidt op invloeden van het Fleckvieh en Scandinavisch Roodbonte rassen. - Foto: Hans BanusDe gemiddelde leeftijd en de gehalten van de veestapel van Van Adrichem blijken nabij het Nederlands gemiddelde te liggen. De melkproductie is met 10.200 kilo wel duidelijk hoger. Een hoge productie is ook een doel, want voor constante groei van het bedrijf is een bovengemiddelde melkopbrengst de basis, zo redeneert Van Adrichem. Weinig favorietenBij het maken van een rondje blijken er genoeg dieren te zijn die aanspreken. Dat zijn veelal koeien die 6 à 7 keer hebben gekalfd en elk jaar een kalf brachten. Er lopen enkele dieren met een rood velletje in het koppel, enkele met een witte kop en enkele met een vlekkerige aftekening rondom. Dat duidt op invloeden van Fleckvieh en Scandinavisch Roodbonte rassen. “We vonden ondanks alle advies dat de Holstein-stieren te groot en smal fokten. De kruising van de Holstein met Fleckvieh bracht kleinere dieren met mooie bespriering en kracht.” Toch gebruikt de veehouder nu geen Fleckvieh meer, omdat de duurzaamheid en productie van de nazaten niet meevallen. De Noorse stier Braut wordt nog wel gebruikt. Zijn dochters staan goed op de benen en hebben voldoende productieaanleg. Verder lopen er een heleboel dieren van de eigen dekstier. Gemiddeld zijn de dochters daarvan niet beter of minder dan van de ki-stieren. Anneke 216 is een koe die Van Adrichem waardeert. Ze is nu in haar zevende lactatie en heeft een gemiddelde tussenkalftijd van 362 dagen. Haar productie is gemiddeld met 32 kilo per dag. Anneke 216 is probleemloos. - Foto: Henk RiswickAanpassen aan groeiDe pinken worden met regelmaat gemeten en pas gedekt als ze voldoende gewicht hebben. Gemiddeld kalven de pinken af op 23 maanden leeftijd. Dat is vroeg en de doelstelling is nog een maand scherper. Na het afkalven komen de vaarzen in een eerste- en tweedekalfsgroep, zodat de jeugdige dieren zich tijdens de lactatie verder kunnen ontwikkelen tot volgroeide volwassen dieren.Van Adrichem merkt dat de koeien door de jaren heen gemiddeld groter en zwaarder zijn geworden. Een deel van de ligboxen staat op 1,05 meter breedte en dat is te smal voor de huidige dieren. Komende winter worden de boxen vervangen en wordt er een kartelbuis geplaatst zodat de dieren voldoende ruimte hebben bij staan, liggen en opkomen. Van Adrichem twijfel nog over de breedte van de nieuwe opstelling, want de boxen van 1,15 meter breed zijn prima voor de dieren, maar voor de hygiëne niet optimaal. Een uier moet goed te melken zijn met spenen die recht naar beneden wijzen. Daar moeten de spenen lang en dik genoeg zijn. Extra kwaliteiten in uieraanhechting en uierhoogte zijn geen prioriteit. - Foto: Henk RiswickOver de gerealiseerde korte tussenkalftijd van 386 dagen is nu twijfel. Er zijn koeien die zo persistent zijn dat ze na 1.000 dagen lactatie nog steeds 27 kilo daags geven. De melk heeft, laat in de lactatie, hoge gehalten, wat resulteert in een winstgevende productie. Een kalf minder maar meer persistentie van de koeien kan uiteindelijk net zoveel opleveren met minder werk en risico als de huidige doelstelling. Van Adrichem heeft dan wellicht geen perfecte veestapel, maar duidelijk bovengemiddeld in uier en productie; economische en makkelijk te hanteren koeien. Laat dat nu het motto zijn van de Van Adrichems.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.