‘De Nederlandse dwaling’

Uienoogst in Nederland. Onze grootschalige manier van landbouwen en exporteren is niet zaligmakend; het is ecologisch erg belastend en kan zelfs ontwrichtend werken. Foto: Mark Pasveer
Onze manier van doen legt zijn kosten over de grens
De hele wereld zit om onze productiewijze te springen, zo is de gedachte, want Nederland is het allerbest. Iedereen zou ons voorbeeld moeten volgen en ons product moeten kopen. Landbouweconoom Petra Berkhout geloofde er erg in toen ze zei: “Blijkbaar is de kwaliteit van de producten goed of kunnen deze in het buitenland minder makkelijk worden geproduceerd”.
De werkelijkheid is minder rooskleurig. Sinds we in de vorige eeuw met EU-geld onze landbouwoverschotten over de hele wereld exporteerden, zijn we gewoon doorgegaan met de toen aangelegde handelskanalen vol te storten. Waar je ook komt, overal zie je onze producten liggen. Maar dat heeft een prijs. In Senegal concurreren Nederlandse uien de plaatselijke uienteler uit de markt. In Peru ligt onze (melkpoeder)melk goedkoper in de winkel dan de lokale boer het er kan brengen. Roemenen klagen over de Nederlandse aubergines die gladverpakt maar staalhard en zonder smaak in hun supermarkten liggen. Als je een Duitse kok vraagt naar het Nederlandse vlees (deed ik ooit) moet hij hartelijk lachen. Hij zou het zijn hond nog niet geven.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Sinds de VOC wordt voedsel de hele wereld over gesleept. Een weg terug is er niet meer, tenzij iedereen weer genoegen neemt met gedroogde appeltjes en knollen in winter en voorjaar. We geven de boeren en hun dieren de schuld van het klimaatprobleem en stikstof, terwijl de verbranding van delfstoffen de hoofddaders zijn. Ook hiervoor geldt, een weg terug is er niet meer.