De ene organische stof is de ander niet

Foto: Joep van der Pal

Foto: Joep van der Pal


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het karakter van de organische stof in de bodem is op ieder perceel anders. Met kennis van dit karakter is de bemesting beter te sturen.De kwaliteit van de organische stof in Nederlandse landbouwgrond verandert. Het aandeel zwavel en stikstof in de organische stof neemt wat af, maar het aandeel koolstof stijgt. Dat blijkt uit een quickscan die onderzoekslaboratorium Eurofins Agro uitvoerde over grondmonsters van de afgelopen jaren. Langetermijnanalyses laten zien dat het organische stofgehalte gemiddeld niet afneemt. Een hoger koolstofgehalte betekent dat de organische stof stabieler wordt. De afbraak gaat minder snel, maar dat betekent ook dat er door afbraak ook minder stikstof en zwavel vrij komt.Berekening C/OS-ratioEurofins Agro bepaalt bij het grondonderzoek sinds twee jaar niet alleen het organische stofgehalte van de bodem, maar ook het koolstofgehalte. Uit deze getallen wordt de koolstof/organische stof-ratio (C/OS-ratio) berekend. Dit getal is een maat voor de stabiliteit van de organische stof. Hoe hoger het getal hoe stabieler de organische stof.Kwaliteit organische stof in NederlandEurofins Agro stelde een bodemkaart samen waarop het koolstofgehalte in de organische stof per postcodegebied is aangegeven. Dit percentage varieert van minder dan 45 in de rode gebieden tot meer dan 60 in de blauwe gebieden. Hoe hoger het percentage hoe stabieler de organische stof. Oorzaak van verschuiven van kwaliteitDe belangrijkste oorzaak van het verschuiven van de kwaliteit van de organische stof is volgens productmanager Arjan Reijneveld het groeiend gebruik van compost en groenbemesters en zeker ook verminderde depositie van zwavel. Zwavel is een belangrijke bouwstof van organische stof. Dat ondanks de lagere zwavelaanvoer het organische stofgehalte op peil blijft is volgens Reijneveld een compliment voor de agrarische sector. In veel omringende landen neemt het organische stofgehalte in de bodem namelijk af.Als het zwavel en stikstofgehalte afnemen en het organische stofgehalte gelijk blijft is het logisch gevolg dat het koolstofgehalte in de organische stof toeneemt. Andere reactie bodemDoor de verschuiving in gehaltes verandert het karakter van de organische stof en gaat een bodem anders reageren. Voorheen werd in Nederland gewerkt met een vaste waarde van 50% koolstof. Meetresultaten van ruim 100.000 grondmonsters laten een variatie in koolstofgehalte zien van 40 tot 65%, met een gemiddeld gehalte van 53%.Meer inzicht in kwaliteit organische stofHet meten van koolstof in organische stof is een eerste stap in de richting van meer zicht in de kwaliteit van de organische stof in de bodem. Eurofins Agro doet dat sinds twee jaar. Het onderzoekslaboratorium ontwikkelt nu nog aanvullende bepalingen om meer inzicht te krijgen in de verschillende fracties binnen de organische stof. Daarbij moet volgens Reijneveld gedacht worden aan onderscheid in fracties die vocht binden of juist mineralen vasthouden en de fracties die aantrekkelijk zijn voor bacteriën of voor schimmels. Dat kan met de zogenoemde pyrolysemethode, deze is voor komend seizoen praktijkrijp. Het doel is om meer informatie te geven ter ondersteuning van het bodemmanagement. Meer inzicht helpt bij de keuze van de juiste bodemverbeteraar; past drijfmest, past stro of een groenbemester of is inzetten van bokashi of compost beter? Ook voor de klimaatdiscussie is meer zicht op de kwaliteit van belang.Belang van inzichtReijneveld schetst het belang van dat inzicht in een voorbeeld. Bij twee percelen op dezelfde grondsoort is het organische stofgehalte gelijk. Alleen het ene perceel heeft 40% koolstof en het andere 65% koolstof in de organische stof. Door het verschil in koolstofgehalte in de organische stof zullen percelen zich heel anders gedragen. Het verschil in koolstofgehalte is deels een historisch gegeven en verandert in de loop van de tijd door verschil in gebruik, grasland of bouwland of verschil in bouwplan of door manier van bemesten.Het perceel met veel koolstof levert minder stikstof en zwavel omdat de organische stof minder snel mineraliseert. Daardoor moet op dit perceel meer bemest worden voor een gelijke gewasgroei. Het verschil kan oplopen tot wel 50 kilo stikstof per hectare. Dit kan als een nadeel gezien worden omdat je meer stikstof nodig hebt. Een stabielere organische stof is echter soms ook een voordeel omdat de bodem dan minder grillig is.Stikstof en zwavel komen veel minder vrij in een periode wanneer dat niet gewenst is. Zo zal dit perceel aan het eind van de zomer, als de meeste gewassen moeten afsterven, niet ineens heel veel mineraliseren als de omstandigheden er naar zijn. Bovendien is het risico op uitspoeling ook minder.Een vracht champost op een groenbemester. Champost zorgt voor stabiele organische stof, het blad van de groenbemester geeft snelle organische stof. - Foto: Joep van der PalInteressant voor telers die losse grond hurenDeze informatie is volgens Reijneveld vooral interessant voor telers die losse grond huren omdat door kennis van de kwaliteit van de organische stof beter in te schatten is hoeveel mineralen er in de loop van het seizoen voor het gewas beschikbaar komen. Van hun eigen percelen weten telers veelal uit ervaring hoeveel deze mineraliseren.Effect op samenstelling bodemlevenHet koolstofgehalte heeft ook effect op de samenstelling van het bodemleven. Een hoger koolstofgehalte bij eenzelfde organische-stofgehalte leidt tot een meer ‘schimmeldominante’ bodem. Een lager koolstofgehalte geeft een meer bacterie dominante bodem. Een meer schimmel dominante bodem wordt over het algemeen als positief ervaren.Gerichte bemestingKennis van het koolstofgehalte in de organische stof kan ook gebruikt worden om de kwaliteit van de organische stof op langere termijn met gerichte bemesting te sturen. Drijfmest bevat relatief veel zwavel en stikstof, deze mest levert daardoor snel afbreekbare organische stof. Compost of bokashi daarentegen zorgen door hun hoge koolstofgehalte voor een stabiele organische stof.Groenbemesters zitten daar volgens Reijneveld tussen in. De wortelmassa zorgt voor veel stabiele organische stof terwijl de bladmassa juist snelle organische stof levert. Stabielere organische stof houdt meer vocht vast, kan meer kationen binden en verbetert de bewerkbaarheid van grond.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.