Data en praktische info voor mestseizoen 2021

Foto: Hans Banus

Foto: Hans Banus


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Waar moet ik op letten dit mestseizoen? Wanneer mag ik waar mest uitrijden? Een overzicht met vragen, antwoorden en praktische voorbeelden.Voor 2021 heeft het ministerie van LNV enkele wijzigingen doorgevoerd in de mestregels. Zo moet een perceel maisland eerder gemeld worden, maar mag het later bemest worden. Ook zouden aanvankelijk drempels verplicht worden bij ruggenteelten op klei en lössgronden, om zo uitspoeling van nutriënten te voorkomen. Die laatste maatregel heeft Schouten echter van tafel geveegd. Daarnaast bestaan er ook de al geldende regels, bijvoorbeeld voor verdunning van mest met water bij het uitrijden met een sleepvoetbemester. Maar in welke verhouding? Antwoorden en belangrijke data op een rij voor mestseizoen 2021.Wanneer mag ik dit jaar drijfmest uitrijden?Het uitrijden van drijfmest mag vanaf 16 februari, behalve op gemelde maislandpercelen op zand en lössgrond. Op die gronden start het uitrijseizoen van drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib op 15 maart. Dus: is het huidige perceel waar mais op komt bouwland? Dan mag er vanaf 15 maart drijfmest uitgereden worden. Gaat het om een perceel grasland dat gebruikt wordt voor veevoer en grasoogst? Dan mag vanaf 16 februari drijfmest uitgereden worden. Een overzicht van drijfmest en vaste mest is te vinden in de tabel hieronder.De volledige tabel met data en uitzonderingen voor alle mestsoorten is te vinden op RVO.nl. – Bron: RVOWaar en hoe moet ik melden dat ik mais op zand- of lössgrond ga verbouwen?Teelt van mais op zand- en lössgrond moet uiterlijk 15 februari gemeld zijn bij RVO. Dat moet zowel voor bouw- als grasland. Is het perceel niet gemeld voor die datum? Dan mag daar dit jaar geen mais verbouwd worden. Mocht er tussentijds iets veranderen in de percelen waarop u mais wilt telen, dan meldt u dit uiterlijk 14 maart bij RVO. Is de sleepvoettechniek op klei- en veengrond in 2021 toegestaan?Ja, op grasland op klei- en veengrond mag ook in 2021 de sleepvoettechniek gebruikt worden, mits de mest verdund wordt met water. De gebruiker van de grond moet dit voorafgaand aan de eerste keer uitrijden melden bij RVO. Dat kan van 1 januari tot en met 31 augustus. De mest moet minimaal in verhouding 1:2 verdund zijn. Dus: minimaal 1 deel water op 2 delen mest. Met de sleepvoet wordt vrijwel niet in de grond gesneden, maar wordt de mest in strookjes tussen het gras op de grond gelegd. De strookjes mogen maximaal 5 cm breed zijn en de afstand tussen de strookjes moet minimaal 15 cm zijn.Ik wil drijfmest op grasland op zandgrond met de zodenbemester uitrijden. Geldt hier ook een verplichting om mest te verdunnen?Nee, daarvoor geldt dit jaar (nog) geen verplichting. Er is afgelopen jaar wel veel over gediscussieerd. Het doel van de mogelijkheid is om extra ammoniakuitstoot te beperken, maar eerst moet dit jaar blijken hoeveel emissiereductie het eigenlijk oplevert. Het ministerie van LNV en de landbouwsectoren zijn nog in overleg. Vragen zoals welk deel van de bemesting op zandgrasland met verdunning plaats kan vinden en waar wel óf niet voldoende water beschikbaar is voor verdunnen zijn nog onbeantwoord. Ook loopt er nog onderzoek naar hoe dit kostenneutraal voor de boer ingevoerd kan worden. Lees verder onder de foto. Bemesten van bouwland met drijfmest (archieffoto). Dit jaar is het uitrijden van drijfmest op percelen waar mais komt op zand- en lössgrond toegestaan vanaf 15 maart, in plaats van 16 februari. Boeren moeten uiterlijk 15 februari melden bij RVO op welke percelen mais komt. - Foto: Hans BanusIk wil percelen grasland op klei- en veengrond bemesten met de sleepvoetbemester. Het is 10 april en buiten is het 21 graden Celsius. Mag dat?Nee. In de nieuwe derogatievoorwaarden staat de eis dat grasland bemesten op klei- en veengrond met een sleepvoetbemester niet is toegestaan bij een temperatuur van boven de 20 graden Celsius. Volgens het ministerie van LNV is deze nieuwe eis door de Europese Commissie in de voorwaarden opgenomen. Een derogatie kan volgens het ministerie leiden tot een hogere ammoniakemissie omdat meer mest mag worden aangewend dan volgens de Europese nitraatrichtlijn is toegestaan. Er is veel kritiek vanuit de sector. De maatregel betekent namelijk dat boeren op warme dagen ‘verplicht’ worden om in de avond- en nachturen mest uit te rijden. Dat kan – in het geval van bemesting door een loonwerker – de kosten flink verhogen, los van overlast die omwonenden kunnen ervaren.Ik ben rundveehouder en heb een vrijstelling voor bovengronds uitrijden van mest. Kom ik dan in aanmerking voor derogatie dit jaar?Nee, deelname aan derogatie is met ingang van dit jaar niet mogelijk voor rundveehouders die gebruikmaken van de vrijstelling bovengronds uitrijden. Het is de een of de andere regeling. De gebruiksnorm voor dierlijke mest bij derogatie wordt verhoogd van 170 kg naar 230 kg. Dat geldt alleen voor landbouwgrond op zand- en lössgrond in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant of Limburg. Voor landbouwgrond in de rest van Nederland is dit 250 kg. Een verschil met vorig jaar is dat boeren zich dit jaar eerder moesten aanmelden. Dat kon tot uiterlijk 1 februari 2021, terwijl dat in 2020 van 2 augustus t/m 4 september omdat verlenging van de derogatie pas later definitief werd. Hoeveel compost mag ik gebruiken?Afhankelijk van het fosfaatgehalte van compost hoeft tot 50% van het fosfaat niet meegeteld te worden voor de gebruiksruimte. Hierbij geldt een maximum van 3,5 gram/ kg droge stof die niet meegeteld wordt. Bij compost met minder dan 7 gram fosfaat worden de fosfaataanvoer berekend door de hoeveelheid fosfaat per kg droge stof te vermenigvuldigen met 50% x hoeveelheid compost in ton. Het gebruik van compost kan aantrekkelijk zijn, omdat het een goede bodemverbeteraar kan zijn en omdat niet alle fosfaat in de compost meegeteld hoeft te worden voor de gebruiksruimte. Dit heet de fosfaatvrije voet. Lees ook: Nu al opletten voor mestbeleid in 2025Welke grondmonsters mag ik gebruiken?Voor de nieuwe bepaling van de fosfaattoestand en fosfaatklassen is een overgangsregeling ingesteld voor ‘oude grondmonsters’. Grondmonsters die uiterlijk 31 december 2020 zijn gestoken, mogen nog vier jaar rekenen volgens de oude fosfaattabel zoals geldig in het jaar 2020. Voor percelen waarvan de geldigheid van de monsters in 2020 is verlopen, mag in 2021 ook nog met de oude tabellen gerekend worden. Vanaf 2021 wordt de fosfaattoestand bepaald op basis van de zogenoemde gecombineerde indicator. Dat is een combinatie van het P-Al en de P-PAE-waarde volgens grondmonsters en bijbehorende analyseverslagen voor grasland en bouwland (de P-PAE-waarde wordt ook wel weergegeven als P-CaCl2). Tot en met 2020 was dat op basis van P-Al (grasland) en Pw (bouwland). Voor een deel van de percelen betekent dat minder fosfaatruimte, voor andere meer. De verschillen kunnen fors zijn. Om in aanmerking te komen voor hogere fosfaatgebruiksnormen moeten de analyseresultaten net als tot nu toe uiterlijk 15 mei worden doorgegeven via de Gecombineerde opgave.Nog niet alle wijzigingen van het mestbeleid zijn gepubliceerd door het ministerie. Kijk voor alle mestregels en actuele wijzigingen op boerderij.nl/mest en op RVO.nl/mest.Medeauteur: Mariska Vermaas

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.