China’s voerkosten dalen door inzet genetisch gemodificeerde rassen
De Chinese overheid wil de voedselzekerheid vergroten en minder afhankelijk worden van import. Daarvoor zet het land genetisch gemodificeerde soja- en maisrassen steeds breder in. Hoewel de overschakeling traag verloopt, belooft dit grote veranderingen voor de wereldmarkt.

Door de inzet van genetisch gemodificeerde soja kan China zijn afhankelijkheid van importen verminderen. Foto: Ton Kastermans
De Chinese voerkosten zijn twee keer zo hoog als die van Brazilië of de VS. De prijzen voor inheems graan en sojabonen zijn er hoog door structurele problemen zoals de gemiddelde bedrijfsgrootte en logistiek, aldus Ian Lahiffe, een in Peking gevestigde consultant op het gebied van landbouw en foodtechnologie. “China worstelt om zijn veehouderij concurrerender te maken.” De Chinese overheid zet er volgens hem op in om de teeltkosten voor binnenlands geproduceerde mais en soja te verlagen, en daarmee de voerkosten. Bovendien moedigt ze investeringen in alternatieve eiwitten en alternatieve veevoerbronnen aan om importen te vervangen.
China worstelt om zijn veehouderij concurrerender te maken
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








