CBB: Geen dwangsom, ondanks overvolle koeienstallen

CBB: Geen dwangsom, ondanks overvolle koeienstallen

CBB: Geen dwangsom, ondanks overvolle koeienstallen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Specifieke regel over de huisvesting van runderen in de Wet Dieren (Wd) en het Besluit houders van dieren (Bhd) ontbreken.Den Haag - De constatering alleen dat er een ernstige overbezetting in de koeienstallen van een melkveehouder is, is niet voldoende om een dwangsom op te leggen. Een melkveehouder kwam er bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) mee weg, terwijl in de ogen van de controleurs het welzijn van de dieren ernstig werd aangetast. Ook het feit dat er vervuild voer in de stallen aanwezig was en dat niet voor iedere koe een eigen ligplaats had, was geen reden op gelegde dwangsom in stand te houden. Tot die conclusie is het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) in zijn uitspraak gekomen. Alleen puur het constateren dat hier sprake zou zijn van een overtreding van de Wet Dieren (Wd) en het Besluit houders van dieren (Bhd) was in de ogen van de CBB niet voldoende om tot een veroordeling te komen.Ernstige overbezettingAmbtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) dachten de zaak hiermee rond te hebben. NVWA heeft in sommige stallen een ernstige overbezetting van meer dan 200% geconstateerd, waardoor er onvoldoende ruimte is en er te weinig ligplaatsen zijn voor de runderen om aan hun 'soortspecifieke' behoeften te voldoen. De NVWA had vorig jaar de melkveehouder verschillende dwangsommen opgelegd als er geen maatregelen genomen zouden worden. Die dwangsommen zouden kunnen oplopen tot €98.000. Tegen deze sancties ging de meelkveehouder in beroep bij de CBB. Tijdens de zitting voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven dacht de NVWA een sterke zaak te hebben met voldoende bewijs. Toch werden die sancties onderuit gehaald.Passend dwangmiddelVolgens CBB wordt in de Wet Dieren (Wd) en het Besluit houders van dieren (Bhd) geen specifieke regels opgenomen voor de huisvesting van runderen. Er kan volgens het CBB in het onderhavige geval weliswaar sprake zijn van overbezetting van de stallen die de diergezondheid zou kunnen schaden. Op zich is een last onder dwang volgens het Collega daarvoor een passend dwangmiddel. Maar zoals de NVWA de zaak heeft aangepakt kan niet, volgens het CBB. Omdat de Wd en het Bhd geen specifieke regels hebben over de huisvesting in de stal had de NVWA moeten vermelden hoeveel koeien elders zouden moeten worden gehuisvest om overbezetting van de stal te voorkomen. Dat is niet gebeurd. Ook de stelling van de NVWA dat voor elke koe een ligplaats beschikbaar moet zijn, is volgens het CBB niet onderbouwd. Omdat ook hiervan niets is terug te vinden in de regelgeving had de NVWA dat aannemelijk moeten maken, bijvoorbeeld op basis van wetenschappelijke literatuur, waaruit blijkt dat elke koe een eigen ligplaats nodig heeft. Dat is niet gedaan door de NVWA.
Op basis hiervan komt het College tot de conclusie dat niet bewezen is dat de melkveehouder de Wet Dieren en het Besluit houders van dieren heeft overtreden voor zover hem ten laste is gelegd. Daarom is beroep van de boer tegen de dwangsommen gegrond.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.