‘Caring Dairy staat voor wat we willen zijn’

Foto: Lex Salverda
Cono beloonde 10 jaar geleden als eerste voor duurzaamheid en startte bijscholing van zijn leden. ‘Best een beetje vreemd’, aldus Klaas Sluis.Kaasmaker Cono viert dit jaar het 10-jarig bestaan van Caring Dairy, het programma dat het duurzaamheidsbeleid van de coöperatie voor een groot deel vorm heeft gegeven en gekleurd. Het was ook het programma dat andere zuivelbedrijven dwong om serieus werk te maken van duurzaamheid en dat mede heeft geleid tot de oprichting van de Duurzame Zuivelketen.Nieuwe faseEn al verliep de invoering niet altijd zonder slag of stoot, “Caring Dairy staat voor wat we willen zijn,” zegt voorzitter Klaas Sluis. “Het is ons duurzaamheidsgeweten.” Hij weet dat ook de leden er inmiddels best trots op zijn. Vorig jaar is een nieuwe fase ingezet. Daarvoor hebben zich al ruim 200 leden aangemeld, geheel op eigen initiatief. Sluis vindt dat mooi. “Er staat eigenlijk niet eens zo’n heel grote beloning tegenover, maar de beleving dat we hiermee voorop blijven lopen, dat doet ook wat.”‘Melkveehouders moesten meedelen in de verdiensten’Hoe is Cono met Caring Dairy in contact gekomen?“Ik weet nog dat boeren van Hoogwegt, dat destijds zelf melk collecteerde en verwerkte, er mee bezig waren. Dat was 3 jaar voordat wij ermee begonnen. Die boeren moesten toen, in 2005, allerlei dingen doen op gebied duurzaamheid voor het Caring Dairy-programma. Ze kregen als beloning alleen een reisje naar de Verenigde Staten, waar het programma vandaan kwam. Het was ontwikkeld door ijsmaker Ben & Jerry’s, intussen een onderdeel van Unilever. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘daar krijgen we in Noord-Holland helemaal niks mee voor elkaar.’ Met toenmalig directeur Eric Hulst was ik wel al voortdurend in gesprek over de vraag hoe we extra waarde konden toevoegen aan onze melk. Wij hadden van alles bekeken en toen kwam Caring Dairy in beeld. Ik zei tegen Eric dat, als we er iets mee gingen doen, de melkveehouders dan wel mee moesten delen in de verdiensten. Dat gebeurde. Er werd een premie van een halve cent per kilo op gezet en het bestuur ging met het verhaal de zalen in.”
Interview gaat verder onder de foto.Klaas Sluis: “Mijn dierenarts zegt: de Cono-boer is gemiddeld een betere boer, met meer kennis van zaken, koegericht. Ik denk mede door de workshops.” - Foto: Lex SalverdaVooral u deed dat toen?“Ja, dat is wat een voorzitter moet doen. Als de directeur of andere manager dat doet, zeggen de boeren: die moet eerst maar eens 7 dagen in de week vroeg zijn bed uit gaan. Dan heeft die pas recht van spreken en is die voor ons geloofwaardig.”En het verhaal sloeg aan?“Het was toen nog een beetje vreemd. De reactie was ook wel eens een beetje negatief, zo van: dan moeten we zoveel doen, registreren en workshops volgen. Wat ook meespeelde dat het programma wel een beetje op Amerikaanse leest was geschoeid, uitgaande van de situatie daar. Zo was er een vraag of er genoeg toiletten op het bedrijf waren. Dat was bedoeld voor de Mexicaanse arbeiders en er werd gevraagd of je wel genoeg op vakantie ging. Dat wekte wel eens wat irritatie op, want waar bemoeide men zich mee. Ook was er de vraag of je wel goed met je buren overweg kon. Uit de zaal vroeg men dan wel eens: Wat moet ik dáár nou weer mee? (Sluis krijgt een twinkeling in de ogen). Ik zei: schrijf maar op dat je vooral ontzettend goed met de buurvrouw overweg kunt.”‘Het is een programma van permanente educatie’Sluis vervolgt: “Toch hadden we binnen een jaar 95% deelname bij de leden. We konden mensen overtuigen en zorgden ook dat het ondertussen nog een beetje gezellig bleef. Bovendien, bij alle typisch Amerikaanse elementen heeft het natuurlijk ook veel belangrijke dingen gebracht, zoals het Koekompas en – wat je er ook van vindt – later ook het Kringloopkompas. Mijn dierenarts zegt: de Cono-boer is gemiddeld een betere boer, met meer kennis van zaken, koegericht. Ik denk wel dat het mede door al die workshops komt. Het is eigenlijk een programma van permanente educatie.”Geleidelijk aan ging de ontwikkeling van het programma verder, maar helemaal van een leien dakje ging het niet, toch?“Op een gegeven ogenblik ontstond er commotie over iets dat nu volledig door de tijd is ingehaald. Dat was rond 2012-2013. Je kunt zeggen dat we te snel gingen of dat de tijd er nog niet rijp voor was, maar een groep boeren – ze noemden zich de kritische veehouders – vonden dat het belonen op resultaat te ver ging en afweek van de coöperatieve beginselen. Toen is er ook een zekere pas op de plaats gemaakt. Toch waren en zijn ook degenen die wel eens mopperden ook altijd trots op de Cono. Het is denkelijk toch het anders zijn dan de rest van melkveehoudend Nederland, de eigenzinnigheid die ons kenmerkt. Typerend is dat zelfs bij de meest felle discussies altijd is gezegd: we hangen de vuile was niet buiten, zelfs niet als men ons er naar vraagt.”‘We stonden vaak onderaan in de melkprijsvergelijking’Hoe komt dat?“Ik heb dat al een beetje aangegeven, maar we hebben bij Cono samen ook wel een moeilijke tijd meegemaakt. Rond 1994, toen ik voor het eerst in het bestuur kwam, verkeerde de coöperatie in zwaar weer. We hadden een eigen vermogen van amper 12% en relatief veel niet-leden. Ik geloof ongeveer 100. Zelf was ik er eerst ook een van. We stonden in die tijd vaak onderaan in de melkprijsvergelijking. Dat was overigens in een vergelijking met veel meer zuivelbedrijven dan nu. Er was desondanks altijd vechtlust. Op één van de vergaderingen pakte iemand een krant met zo’n melkprijslijstje en zei: vooruit, dan keren we de krant toch gewoon om! (Sluis schatert bij het terughalen van de herinnering). Die houding!”Inmiddels kunt u tevreden terugkijken, met Cono echt als beste betaler.“Het is een doorlopend proces. Als je vooruit wilt, heb je altijd een groep die niks wil, een groep die je erg moet overtuigen, én een groep voorlopers. Daartussen heb je een groep die het misschien nog niet weet. De kunst is het om die tussengroep mee te nemen met de voorlopers. Wij hebben de leden goed meegenomen.” Sluis pauzeert even, om het punt te markeren. “Toch is dat nog niet zo eenvoudig, want een echte ondernemer is van nature eigenwijs en niet zo volgzaam.”Te eigenwijs?“Ik denk het wel. En je moet dingen doen die niet altijd direct resultaat opleveren, zoals werken aan CO2-reductie, antibioticareductie, verlaging van de stalbezetting. Maar ze snappen het.”
Interview gaat verder onder Facebookbericht.Niet alle duurzaamheidsmaatregelen zitten in het Caring Dairy-programma“Nee, de 100% stalbezetting niet, ook niet het zachte ligbed en de koeborstels, en natuurlijk de weidegang. Daarmee zitten we op 96% en een gemiddelde van 1.800 uren per jaar aan weidegang, ver boven de minimumnorm van 720 uur, die de meeste zuivelbedrijven hanteren.Waarin zit de meeste meerwaarde van het Caring Dairy-programma?“In de workshops en de resultaten die onze leden daarmee bereiken. Eerst had men best wel een beetje moeite met het verplicht volgen van die workshops. Nu wordt het hogelijk gewaardeerd. De leden doen er veel nuttige kennis mee op. Ik denk dat 10 jaar Caring Dairy ook veel heeft betekend voor de hele Nederlandse zuivel. Andere bedrijven hebben veel dingen van ons overgenomen. Het Caring Dairy-programma kan en mag niet zomaar worden gekopieerd. Dat is beschermd, maar delen eruit kan men natuurlijk wel overnemen.Wie borgt en certificeert Caring Dairy?“Het is een programma van voorwaarden van Ben & Jerry’s in de Verenigde Staten. We hebben er regelmatig overleg over met Vermont (hoofdkantoor Ben & Jerry’s, red.). Er is ook een adviesraad die meekijkt, met daarin onder meer het Wereld Natuurfonds en de Dierenbescherming. Verder is de controle verdeeld tussen dierenartsen en Qlip.”‘Elders worden we weer erg gewaardeerd als gangmaker’Cono is altijd een voortrekker geweest op gebied van weidegang en duurzaamheid. Waren collega-bedrijven daar altijd blij mee?“In de zuivel ben ik diverse keren aangesproken met: we willen niet dat jullie je gaan profileren met de resultaten van die duurzaamheid. Elders worden we weer erg gewaardeerd als gangmaker. Bovendien weten wij dat inmiddels heel veel zaken op gebied van duurzaamheid een ‘licence to sell’ zijn.”Er wordt weer gewerkt aan verdere stappen in het Caring Dairy-beleid. Hoe ver gaan jullie?“We proberen Caring Dairy met alle leden continu te verbeteren en te versterken, de nieuwe pilot is hier een mooi voorbeeld van. Bij alles staat de kwaliteit, de smaak en de smedigheid van onze kaas voorop. Dat is prioriteit nummer 1, 2 en 3. De lekkerste kaas maken is onze kernactiviteit. Al het andere ondersteunt ons in onze positie.”Bijna 25 jaar Cono-bestuurderMelkveehouder Klaas Sluis (69) is bijna 25 jaar bestuurlijk actief voor coöperatie Cono, waarvan 12 jaar als voorzitter. Sluis begon zijn bestuurlijke carrière overigens in de veefokkerij, nog steeds een hobby van hem. In 1994 werd hij bestuurder bij Cono. De melkveehouder uit Hem wordt in de november dit jaar opgevolgd door Evert Kremer uit Stegeren. Het besluit over de bestuurswisseling werd eind vorig jaar genomen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









