Carel de Vries: ’Er moet een fundamentele verandering komen’
De milieu-uitdagingen waar de landbouw voor staat, vereisen een nieuw sturingsmodel, vindt Carel de Vries. Hij pleit voor het zogeheten Markemodel.

Carel de Vries (63) is oud-bedrijfsleider van proefboerderij De Marke, en daarna o.a. projectleider Koeien & Kansen, Bioveem. en melkvee innovatie-organisatie Courage. Hij is ook betrokken bij Floating Farm; het drijvende melkveebedrijf in de haven van Rotterdam. In 2010 hielp hij FrieslandCampina met de ontwikkeling van Foqus Planet. In 2014 heeft Carel met Johan Temmink (ForFarmers) de VKA (Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers) opgericht, waarvan hij tot 1 januari 2020 projectleider was. - Foto: Hans Prinsen
Carel de Vries, een rijzige vent met jeugdige uitstraling. Een eeuwige optimist, typisch iemand waar het glas altijd halfvol is, of liever nog iets voller. Kansen zien, perspectief creëren via talloze projecten in de melkveehouderij. Dat is zijn rode draad. Zo staat De Vries mede aan de wieg van de Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA), een vereniging met een kleine 300 leden. Nog voordat de term ‘kringlooplandbouw’ opgeld deed, gingen de Achterhoekers er al mee aan de slag. Om te laten zien dat ze milieu- en mineralendoelen serieus nemen, maar dan wel gebaseerd op harde feiten.Vanuit deze basis ontwierp VKA het Markemodel, dat dit voorjaar is gepresenteerd. Het is een nieuw regionaal sturingsmodel, dat ervoor moet zorgen dat de grote uitdagingen op gebied van onder andere stikstof, biodiversiteit, klimaatverandering worden gerealiseerd en waarbij boeren financieel worden beloond voor bewezen prestaties. De kern van het model is dat boeren en regionale markt- en overheidspartijen samen afspreken welke natuur- en milieudoelen ze willen bereiken.Samen met het Agrarisch Collectief VALA (Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek) zijn er afspraken gemaakt met FrieslandCampina, Rabobank, Waterschap Rijn en IJssel en de provincie Gelderland om dit model in de Achterhoek te gaan uitproberen. De Vries verwacht dat financiering vanuit LNV binnenkort rond komt.
Waarom bepleiten jullie een nieuw sturingsmodel?“Omdat het huidige model niet effectief genoeg is. De doelen worden niet gehaald en boeren zijn gefrustreerd. Voor de toekomst van de grondgebonden landbouw in Nederland is dé grote uitdaging: hoe positioneer je de sector in de samenleving? Die positie wordt immers in toenemende mate ter discussie gesteld. We moeten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) naar Maatschappelijk Toegevoegde Waarde (MTW) creëren. Want als samenleving hebben we een paar grote dossiers te kraken: biodiversiteit, stikstof, water, klimaatverandering. En je hebt geen perspectief als sector als je je positie in de samenleving niet verdient.”Hoe komt het dat de positie van de landbouw, de melkveehouderij, zo onder vuur ligt?“Dat hebben we voor een groot deel aan onszelf te wijten. We hebben geen tot te weinig werk gemaakt om de negatieve effecten van onze agrarische succesformule – specialisatie, intensivering, groei – op te lossen. Dat er problemen zijn met water en biodiversiteit weten we al decennia. En Europese afspraken zijn er ook al lang. De EU-nitraatrichtlijn bestaat al 30 jaar, de Habitatrichtlijn dateert van 1992, de Natura 2000-gebieden bestaan sinds 2004, de Kaderrichtlijn Water is sinds 2000 van kracht. We klagen er wel over, maar als sector hebben we niet echt eigenaarschap getoond voor onze eigen problemen. We laten iedere keer anderen vertellen wat onze problemen zijn en hoe ze opgelost moeten worden. Het is een beleid van pappen en nathouden, er is onvoldoende leiderschap getoond. Daarbij hebben we het ook laten gebeuren dat waardevolle zelfsturende mechanismen zijn gesloopt: eerst het Landbouwschap, daarna de Productschappen. We zijn de regie over onze eigen sector kwijt. En wie betalen de rekening? De zwaksten in het systeem: natuur en milieu én de individuele boer.”We laten iedere keer anderen vertellen wat onze problemen zijn en hoe ze opgelost moeten wordenIs het Markemodel alleen voor de melkveehouderij?“Nu nog wel, maar het is bedoeld voor alle grondgebonden agrosectoren. We beginnen met de melkveehouderij omdat ze op dit dossier voorop loopt en omdat de VKA vooral een melkveehoudersclub is. En met de KringloopWijzer hebben we een monitoringsysteem.”In jullie brochure, dat het Markemodel uitlegt, schrijven jullie dat je van een systeemgestuurd model wilt naar een waardengestuurd model. Wat bedoel je?De ogen van Carel beginnen te stralen als hij aan zijn uiteenzetting begint. ‘’We hebben nu een systeemgestuurd model. Boeren moeten opgelegde regels naleven. Dat werkt niet: je moet naar een waardengestuurd systeem. Waarbij iedereen, overheid, marktpartijen en boeren, dezelfde waarden en doelen delen. Zodat iedereen de intrinsieke motivatie krijgt: dit wil ik.”Is dit niet naïef en idealistisch?“Nee, ik heb in de VKA gezien dat het werkt. Boeren en sturende partijen als FrieslandCampina, Waterschap Rijn en IJssel, Vitens, Provincie Gelderland vinden elkaar in gezamenlijk vastgestelde doelen. Je moet werken volgens het principe ‘waarom – hoe – wat’. Begin met: waarom willen we dit? Waar geloven we gezamenlijk in? Als die basis er is, volgt het antwoord op de vragen: hoe gaan we dat doen en wat is daarvoor nodig? We zijn in de landbouw altijd begonnen met het hoe en wat. Als we dat niet veranderen, blijven we tegenover elkaar staan en blijven we met trekkers naar Den Haag rijden.”Jullie schrijven dat de verandering van het sturende systeem van markt- en overheidspartijen veel ingewikkelder is dan het veranderen van de praktijk van boeren. Wat bedoel je?“Markt en overheid moeten op dezelfde manier gaan sturen. FrieslandCampina, Rabobank, Provincie, het Rijk, het Waterschap: elke partij heeft nu zijn eigen sturingssysteem, met eigen doelen, controle, protocollen en definities. Die komen als een spaghetti op het boerenerf en die moet er dan één gerecht van zien te maken…. Er moet eenduidigheid, gezamenlijkheid komen in doelen, sturing én een stapel van beloningen. En dat is nog niet zo eenvoudig. Boeren veranderen veel makkelijker dan hun institutionele omgeving.”Even een zijstap: hoe kijk jij aan tegen het stikstofrapport van Erisman/Strootman, dat drastisch ingrijpen in de veestapel in onder andere de Gelderse Vallei voorstelt?“We zijn al zolang aan het doormodderen dat lomp hakwerk bijna onvermijdelijk lijkt. Het is een wanhoopsvoorstel. Het is echt de ultieme middelensturing. Net zoals het D66-pleidooi om de veestapel te halveren. Dat brengt ons nergens. We moeten nu eindelijk echt eens op de doelen gaan sturen. Kwaliteit bepaalt het volume, andersom werkt niet.”Voor de melkveehouderij kunnen we alle problemen oplossen, kunnen we alle milieudoelen halen met vrijwel dezelfde veestapel als op dit moment. Maar we moeten nu ons stinkende best doen dat te bewijzen. En we moeten heel snel schakelen om bewijsbaar die doelen te halen.”Komt het Markemodel dan niet te laat?“Toen ik in 1991 begon als bedrijfsleider op proefboerderij De Marke heb ik dat ook wel eens gedacht. Maar het onderzoek naar efficiënt mineralengebruik heeft ons de jaren daarna veel gebracht. Het is nu of nooit: er móet een fundamentele verandering komen in Nederland.”Jouw schoorsteen rookt van projecten die jij opzet en regisseert. Ben je niet vooral bezig werk voor jezelf te verschaffen?“Je moet me afrekenen op wat ik zeg en wat ik voor elkaar krijg. Met de VKA heb ik én anderen het voor elkaar gekregen dat boeren vanuit een intrinsieke motivatie werken aan kringlooplandbouw gestuurd door hun eigen data. Het zijn de boeren zelf die hebben gezegd: we gaan door en nu als vereniging. Toen die een feit werd heb ik me teruggetrokken.”Wat geeft je het idee dat het gaat werken?“We hebben het ontwerp gemaakt. Nu willen we het gaan testen in de praktijk. Ik zie en merk heel veel positieve energie. Iedereen vindt dit een heel goed idee, inclusief de beoogde sturende partijen hier in de Achterhoek: FrieslandCampina, Rabobank, Waterschap, Provincie en het Rijk. Het móet ook werken, anders rest ons als sector lomp hakwerk.”Beloning volgens het MarkemodelEen financiële beloning is onderdeel van het Markemodel. Die zou er zo uit moeten zien, is het plan. Als basis zijn de 284 VKA-bedrijven genomen in de jaren 2017-‘19. Daarbij is naar zeven prestatie-indicatoren gekeken: CO2, ammoniak, stikstof, fosfaat, biodiversiteit, kruidenrijk grasland en eiwit van eigen land. Voor elke indicator zijn 0-5 punten te halen. De helft van deze bedrijven haalt nu 14 punten. Bedrijven die meer dan 14 punten scoren krijgen € 30,- per hectare voor elke extra punt. De gemiddelde VKA-boer krijgt in dit voorstel een beloning van € 4.500, bij de toppers loopt het richting de € 30.000.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Je kan je ook een hoop schuld aan laten praten.Zo beroerd is het allemaal nog niet in de landbouw,je moet ook eens kijken wat er wel goed gaat in de landbouw er zijn altijd wel wat soorten planten of dieren waar het met de een wat beter gaat en een ander wat slechter zo gaat het al 2000jaar!