Britse melkveesector uitgemergeld tot op het bot

Foto: Henk Riswick
De Britse melkveesector loopt op zijn tandvlees, omdat er te vaak perioden zijn met lage melkprijzen. Het hoge percentage pacht van grond en gebouwen maakt de bedrijven kwetsbaar.Schrijnende gevallen kenmerken de melkveesector in het Verenigd Koninkrijk. Over de pensioengerechtigde leeftijd, veertig jaar veehouder op een pachtbedrijf, 90 koeien met jongvee, maar niet kunnen stoppen, omdat er geen geld is. Slachtoffers willen niet in de krant, maar elke Engelse melkveehouder kent collega’s die in diepe financiële problemen zitten. De lage melkprijs in 2015 en 2016 trekt duidelijke sporen. Grote en kleine veehouders zijn gestopt vanwege de slechte financiële resultaten en omdat afdoende buffers ontbraken.Het Verenigd Koninkrijk is zeven keer zo groot als Nederland en heeft 64 miljoen inwoners. Toch produceert het minder melk dan de 15 miljoen ton die Nederland dit jaar levert. Het land is zelfs een netto importeur van melkproducten. De melkprijs kan al jaren niet in de schaduw staan van de Nederlandse. Jarenlang in de minHet is armoe troef. Melkveehouder David Fischer melkt 180 koeien op 120 hectare even ten noorden van Manchester. Hij is eigenaar van de gebouwen en pacht het overgrote deel van het land. Zijn koeien hebben een rollend jaargemiddelde van 10.000 kilo met 4% vet en 3,30% eiwit. Volgens Fischer is zijn bedrijf financieel moeilijk rond te zetten. De melkprijs bedroeg in mei 2017 ruim 31 cent en dat blijft volgens zijn contract ook zo tot en met augustus. In de eerste vier maanden van het jaar lag de melkprijs nog wat lager. “Ik lever aan een kleine fabriek die via de melkboer klanten in Manchester voorziet van melk. Ik ben blij met de 1,3 cent per liter die ik meer beur dan gemiddeld. Ik ben beter af dan het gros van de melkveehouders”, aldus Fischer. In 2016 was zijn gemiddelde melkprijs 26 cent, een jaar eerder 29 cent per liter. “Hoe goed je ook bent als boer en ondernemer, niemand kan rondkomen van dergelijke prijzen, laat staan investeren.”Het is armoe troef op veel melkveebedrijven in het Verenigde Koninkrijk. De bedrijven zijn veelal gepacht en de melkprijs ligt al vele jaren ver onder die in Nederland. - Foto: Henk RiswickAan veel bedrijven in Fischers regio is de crisis af te zien. Langetermijninvesteringen worden niet meer gedaan. Er is geen geld voor onderhoud of om te investeren in arbeidsgemak. Het aantal koeien per bedrijf groeit om maar genoeg cashflow te genereren. Melkveehouders stoppen met hun bedrijf. Fischer: “Niet alleen familiebedrijven, ook grote bedrijven met meer dan 600 melkkoeien zijn het afgelopen jaar gestopt. Ondanks de schaalvoordelen liggen de kosten hoger dan de opbrengsten. Kapitaalkrachtige eigenaren trekken de stekker uit de onderneming. De melkkoeien verdwijnen, het personeel wordt ontslagen en de huur van het land wordt opgezegd. De ervaring van de Engelse veehouders is dat de schuld per koe niet hoog moet zijn, anders blijf je na een bedrijfsbeëindiging zitten met een schuld. De crisis in de melkveehouderij blijkt niet alleen uit het stoppen van grootschalige bedrijven. De melkleveranties spreken ook boekdelen. In 2016 werd 5% minder melk geproduceerd dan in 2015. En de krimp zet door. De totale weekaanvoer ligt begin juni nog eens 1,6% lager dan in dezelfde week in 2016.Retailsector stuurt via contractenDe grote supermarktketens Tesco, Sainsburys, Waitrose en M&S zien de ontwikkelingen in de zuivelproductie met lede ogen aan. Rond 2008 kreeg de retail al door dat de grondstof melk wel eens moeilijker te verkrijgen zou zijn. Onder aanvoering van de grootste supermarkt Tesco werden rechtstreekse contracten opgesteld tussen melkveehouders en de supermarktketen. De melkprijs in deze contracten werd gebaseerd op een kostprijsberekening. Melkveehouders ontvangen zowel in goede als slechte tijden rond de 34 cent op basis van deze ‘Tesco-contracten’. In de leveringsvoorwaarden staan naast bepalingen over kwaliteitsborging, ook artikelen rondom duurzaamheid. De ‘carbon footprint’ (uitstoot van broeikasgassen, red.) is een issue in Groot Brittannië, maar ook eisen rond de arbeidsomstandigheden staan in de contracten. Met deze contracten sloegen de supermarkten twee vliegen in één klap. Ze kregen leveringszekerheid en konden direct de duurzaamheid van hun melk richting de consument communiceren. Een groot deel van hun melk en zuivelproducten betrekken de grote retailers echter niet van ‘hun’ melkveehouders, maar van derden. Circa 800 van de 9.400 melkveehouders in Engeland, Wales en Schotland hebben een contract op basis van een berekende kostprijs. Gezamenlijk leveren die nog geen 15% van de totaal geproduceerde melk. Het merendeel van de melk die de supermarkten kopen, hebben ze af boerderij voor een prijs van circa 31 cent.Ook de moderne, grootschalige bedrijven hebben moeite om hun kosten te dekken. - Foto: Robert PrinsMark Farel is bedrijfsleider op een bedrijf met 1.400 melkkoeien, bij Liverpool. Het bedrijf maakt een prima indruk met goed verzorgde stallen en melkrijk vee. “Momenteel melken we gemiddeld 40 kilo per koe per dag, met 4% vet. We hebben een rechtstreeks contract met de supermarkt en zijn daarvan afhankelijk. Het stelt ons in staat een efficiëntieslag te maken en te investeren in de toekomst”, aldus Farel. Het is niet duidelijk of, hoe en hoe lang het contract nog voortgezet wordt. De supermarkten breiden hun eisen uit, beperken de aanvoer en verminderen de ‘luxe betalingen’. De contractprijzen verschuiven daardoor steeds meer van kostprijs naar een mix van kostprijs en marktprijs. Oplossing blijft uitHoe het verder moet met de melkveebedrijven in het Verenigd Koninkrijk is onduidelijk, zo blijkt uit verschillende gesprekken. Melkveehouders proberen nog meer op de kosten te letten en hopen op betere tijden. De zuivelindustrie roept al jaren dat de toekomst beter gaat worden door de aantrekkende wereldvraag naar melk. Op zich is dat een verwonderlijke stelling voor een sector in een land dat structureel meer zuivel importeert dan exporteert, en dat vaste exportmarkten ontbeert. Ondanks de leidende rol van buitenlandse ondernemingen als het Deense Arla en het Duitse Müller, is de zuivelsector nog steeds erg gefragmenteerd en blijven er veel kleine verwerkers actief, die de retailers kunnen beleveren. Of de voorziene Brexit een opleving voor de zuivelindustrie wordt, is ook nog maar de vraag. “We weten het niet, de tijd zal het leren”, is het bijna standaard antwoord van veehouders.Melkveehouderij in cijfers
Het Verenigd Koninkrijk (VK) bestaat uit vier gebieden: Engeland, Schotland, Wales en Noord Ierland. Er lopen in het VK ongeveer 1,8 miljoen koeien die jaarlijks 14 miljard kilo melk produceren. Hiervan wordt 6,45 miljard kilo in het binnenland afgezet als verse melk en melkproducten. In 2006 telde het VK 18.626 melkveehouders, in 2016 waren dat er nog 13.227, waarvan er 9.400 leveren aan zuivelaars in Wales, Engeland en Schotland. De grootste afnemers van melk zijn Arla (waaraan 2.700 veehouders leveren) en Muller (met 1.900 toeleveranciers). De prijs voor weidegrond van eerste kwaliteit is gemiddeld € 20.300 per hectare, de pacht daarvan bedraagt circa € 260 per jaar. Ongeveer de helft van de melkveehouders zit op een volledig pachtbedrijf, de anderen zijn veelal eigenaar van de gebouwen en pachten grote delen van hun areaal.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









