Boer laat zich ringeloren

Ik kreeg een artikel uit Australië in mijn mailbox: ‘Farming Business makes no sense’. Helaas, daar zit veel in. Boeren laten zich ringeloren. Het artikel hieronder in grote lijnen.Ik kreeg onlangs onderstaand artikel uit Australië in mijn mailbox: Farming Business makes no sense, van www.familyforfarm.com.au. Je wordt er niet vrolijk van. Hieronder dit (vertaalde) Australische artikel. Het gaat dus over de situatie daar, maar Nederlandse boeren zullen veel zaken ook herkennen.Ik weet nu waar ik in mijn denken de fout in ben gegaan; de twee woorden Boeren en Onderneming mogen niet samengaan. Ze horen namelijk niet bij elkaar. Ik zeg dit vanwege de volgende overwegingen; enkele vragen die we onszelf als boeren moeten stellen:1. Hoe is het mogelijk dat 2 liter melk 1 dollar in de supermarkt kost en een halve liter water meer dan $3 kan kosten?2. Een boer fokt een kalf op en na negen maanden krijgt hij er $400 voor op de markt. Dan verkoopt de vleesverwerker het vlees aan de groothandel, die het weer aan een restaurant verkoopt. Dat levert het vlees als diner aan de klant. Dit hele proces zal circa drie maanden in beslag nemen en dan brengt het karkas aan het eind van het verhaal ongeveer $3.000 op. Wie heeft het meeste werk gedaan en wie kreeg de laagste waarde voor zijn harde werken? Juist, ja. Wie is dus de pineut? De boer.Ik pretendeer niet om denigrerend te doen over de rol van de boer, maar ik denk dat deze beroepsgroep dit probleem over zichzelf afroept. Boeren accepteren namelijk zaken die niemand anders op zijn werkplek zou pikken:1. Wie accepteert een lager rendement op zijn investeringen dan een boer?2.Wie pikt zulke lange werkdagen voor zo’n lage vergoeding anders dan een boer?3. Wie anders dan de boer geeft zijn producten aan een ander om daarmee meer geld te verdienen/‘maken’?4. Wie anders dan de boer beschermt blijmoedig zijn individualiteit?5. Wie anders dan boeren concurreren met elkaar, maar werken nooit samen en verenigen zichzelf niet in groepen om zo zaken te verbeteren?6. Wie is bereid om zijn producten aan de supermarktketen te leveren voor een prijs waar zijn collega-boeren het niet voor wensen te verkopen?7. Wie doet iedere keer weer hetzelfde en verwacht dan toch een andere uitkomst? (Dit geldt wel als de Einstein-definitie voor krankzinnigheid.)Sprekend over krankzinnigheid: wie is bereid te werken onder ondraaglijke omstandigheden, van de vroege morgen tot de late avond, om verse melk te maken? Ik ben ervan overtuigd dat de stedeling de complexiteit die melkproductie met zich meebrengt, zoals herd management of voederproductie, nooit zal kunnen waarderen.Water levert €400 per liter opEven terug naar de fles water. De man die deze fles water produceert, hoeft alleen maar te letten op zijn machines, dat die blijven draaien, en dat in een airconditioned fabriek. En daarvoor vangt hij twee tot vier keer zoveel als een boer.Ik heb even Google geraadpleegd en kwam al met al op waterprijzen van ca. €400 per liter. Wel even een verschil met wat een boer voor een liter melk vangt.De billijkheid in dezen is ver te zoeken. Hoe is dit zo ver gekomen? Dat is een discussie op zich. Maar wat iedereen kan begrijpen, is dat dit naar mijn mening niet zo kan door gaan. We moeten anders en vooral slimmer gaan denken.Eerst ondernemer zijn, dan pas boerAls boer moeten we eerst ondernemer worden en daarna pas boer zijn. Boeren zullen moeten samenwerken niet alleen om kennis te delen over hoe je op je bedrijf werkt. Maar we zullen moet gaan praten over ‘Hoe bouwen samen een betere onderneming op’. Dit is wat de ondernemingen in de steden ook doen en zo moet het op het platteland ook gaan gebeuren. Dit betekent dat we op het platteland niet allemaal kleine ondernemingen hebben, maar enkele grote, die zo veel mogelijk samenwerken.Opkomen voor de boerenleefstijlNiet méér van hetzelfde; nu is het tijd voor verandering en actie. Iedere dag dat we dit belangrijke onderwerp niet onder ogen zien, nemen we een groter risico om onze vertrouwde boerenleefstijl te verliezen. Veel stedelingen in Australië hebben hun roots op het platteland en komen er nog regelmatig of hebben goede herinneringen aan bezoeken aan vrienden en relaties op het platteland. Onze tedere gevoelens voor het plattelandsleven zullen nooit uit onze herinneringen verdwijnen en we moeten dan ook zorgen dat de Australische landbouw overleeft, door een vitaal en, nog belangrijker, een goede, winstgevende onderneming te zijn, die meer en meer mensen trekt en niet zo als nu de mensen afstoot.Industrielandbouw: nomaden in een dood landschapIk denk wat voor de Australische landbouw geldt, ook opgaat voor de Europese landbouw. Misschien telt het wel voor de wereldlandbouw. Ik moet er niet aan denken dat het platteland bestaat uit eindeloze velden zonder bewoning. Het enige wat we in een industriële landbouw kunnen verwachten, zijn nomaden die met hun machines het land bewerken; daarna is het tot de volgende bewerking een doods landschap. De melkveehouderij kan eenvoudig in grote units worden gedaan, met robots en een handjevol mensen, in een stedelijke omgeving. Als dit is wat we als boer willen, dan zegt de Australische schrijver van het artikel: “Ga zo door en de plattelandsbevolking sterft uit.”Richt je op de margeWillen we blijven boeren in een aantrekkelijk landschap, dan moet er duidelijk een mentaliteitsverandering komen, waarbij we niet meer moeten denken aan ‘Hoe meer, hoe beter’, maar eerst: hoe krijg ik meer marge uit de keten? Hiervoor is het aloude medicijn coöperatie geschikt voor, maar dan moet deze wel dieper doordringen in de keten en zich niet beperken tot: ‘produceren en wel zo veel mogelijk’. Ook onze zuivel- en vleesfabrieken zullen zich moeten toeleggen op afzet tegen rendabele prijzen voor hun leden-leveranciers.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









