Bodemverdichting kost grasopbrengst

Foto: Herbert Wiggerman
Ook op grasland kost bodemverdichting opbrengst. Proeven met vaste rijpaden laten dat zien. Met gerichte maatregelen is rijschade te beperken.De structuur van de bodem kan een oorzaak zijn van een niet optimale grasproductie. Ook op zware kleigronden is de bodemstructuur volgens adviseur Gerard Meuffels van adviesbureau M-ARC een item waar veehouders nog verbeteringen kunnen behalen. De adviseur ziet dat wanneer er structuurproblemen zijn deze meestal veroorzaakt worden bij het mestuitrijden in het voorjaar. Het gras is er soms al eerder aan toe dan de bodem. En omdat de loonwerker er toch is, worden ook nattere percelen vaak meteen meegenomen.Spoorvorming en bodemverdichtingBodemspecialist Everhard van Essen van adviesbureau Aequator Groen & Ruimte ziet als adviseur voor veehouders die gebruik maken van de BodemConditieScore-tool dat spoorvorming en bodemverdichting een veelvoorkomend probleem is op grasland. Weliswaar minder erg dan op bouwland, maar verdichting vraagt ook op grasland aandacht om opbrengstderving te voorkomen. Verdichting speelt vooral op maaipercelen. Lees verder onder de foto. Bodemadviseur Dirk Jan Roos van Bodemkracht, een samenwerkingsverband van Zuid-Hollandse loonwerkers, gebruikt twee spaden om een stevige, vierkante kluit uit de graszode te kunnen halen. - Foto: Herbert WiggermanGrazende koeien verdichten de grond ookVan Essen vraagt zich af of het vaker berijden de hoofdoorzaak is omdat grazende koeien de grond ook verdichten. Bij het begrazen ontstaat een dichtere zode die meer weerstand biedt tegen ondergrondverdichting. Afgelopen jaar constateerde de adviseur dat verdichte, minder goed bewortelde percelen beduidend meer last hadden van droogteschade dan goed doorwortelde percelen.GraslandbeluchterVerdichting onder de zode kan met een graslandbeluchter verminderd worden, met een graslandwoeler kan een verdichting op grotere diepte aangepakt worden. Bij een optimaal bodembeheer zouden deze maatregelen volgens Van Essen eigenlijk niet nodig zijn, goed bodemleven kan dat zelf oplossen. Lees verder onder het kader. Hogere opbrengst met vaste rijpaden in graslandVaste rijpaden in grasland helpen om de bodemstructuur te sparen, dragen bij aan een betere mestbenutting en maken de ondernemer minder afhankelijk van het weer.
Bij elkaar resulteren rijpaden in opbrengstverhogingen van 4 tot 10%. Dat is de ervaring van Delphy-adviseur Herman Krebbers die een meerjarige praktijkdemo op verdichtingsgevoelige grond in Flevoland begeleidt. Onder natte omstandigheden is het effect groter dan wanneer de grond droog is. Rijpaden op 12 meter afstand zijn het meest praktisch omdat loonwerkers bij het bemesten met een slangaanvoersysteem werken met 12 meter brede bemesters. Schudden en harken op 12 meter is al vrij gangbaar en bij het kunstmeststrooien kan wel een rijpad overgeslagen worden.
Grasmaaien
Maaien op 12 meter is voor de meeste veehouders een stap te ver. Voor deze breedtes zijn zelfrijdende maaiers nodig, loonwerkers kunnen hier op in spelen. Het laden van het gras met een opraapwagen past prima in het systeem. Hakselen met een naastrijdende kipper past daarentegen niet in het systeem. Volgens Krebbers investeren Deense loonwerkers die al langer met rijpaden werken in snelkoppelsystemen waarmee ze kippers achter de hakselaar hangen. Doordat eventuele rijschade beperkt blijft tot de vaste paden kan in natte perioden het moment van bemesten beter afgestemd worden op het moment dat het gras het nodig heeft. Ook bij de oogst van het gras kan na een natte periode eerder gemaaid worden. Brede banden op lage druk blijven ook bij dit systeem belangrijk om sporen in de rijpaden te voorkomen. Dat scheelt opbrengst en bovendien is gras uit sporen slecht op te rapen.Opname van nutriëntenIn verdichte grond zijn minder poriën om lucht en water vast te houden waardoor de beworteling zich niet optimaal kan ontwikkelen. Opname van nutriënten en vocht blijven achter bij gewenst en kost dus opbrengst. Onderzoeken naar de opbrengstderving door berijding laten zien dat de verdichtingsschade groter is bij lagere bemestingsniveaus. Bij proeven op rivierklei bleek dat bij een bemestingsniveau van 400 kilo stikstof per hectare het belasten van de grond met 1,5 bar een opbrengstderving gaf van 3% ten opzichte van onbereden. Bij een bemestingsniveau van 200 kilo stikstof per hectare liep de opbrengstderving bij 1,5 bar op tot 15%.Gebruiksnormen voor bemestingIn de praktijk blijkt dan ook dat mede door de strengere gebruiksnormen voor bemesting de verschillen in grasproductie door verschil in bodemkwaliteit tussen percelen en bedrijven steeds zichtbaarder worden. Uit onderzoek op basis van data van Eurofins Agro naar de ontwikkeling van de bodemvruchtbaarheid in Twente kwam naar voren dat de bodemkwaliteit in 10 jaar tijd gemiddeld op peil gebleven is. In dit onderzoek zijn meerdere bodemvruchtbaarheidskenmerken meegenomen zoals de totale hoeveelheid stikstof en de bodemvoorraad fosfaat en kali, de activiteit en samenstelling van het bodemleven, de samenstelling van het klei-humuscomplex, het organische stofgehalte en de zuurgraad.De spreiding van de resultaten rondom het gemiddelde laat echter zien dat er tussen percelen in dezelfde regio en grondsoort grote verschillen zijn. Uit de Twentse cijfers blijkt dat over het geheel gezien opbrengstverhogingen van 10% tot 15% droge stof uit gras mogelijk zijn.Juiste bodemstructuurBodemleven speelt een belangrijke rol in het behoud en verbetering van de bodemkwaliteit. Het maakt nutriënten beschikbaar voor de plant, het zorgt voor de juiste bodemstructuur, niet te vast, maar ook niet te los. De grond kan zo goed water doorlaten, maar ook voldoende vasthouden en planten zijn daardoor in staat intensiever en dieper te wortelen. Verse organische stof is een belangrijke voedselbron voor het bodemleven. Vaste mest is een goede voedingsbron, maar ook gras dat na het bloten van een perceel blijft liggen. Ook de pH heeft invloed op de activiteit van het bodemleven. Meer over organische stof en pH verderop in dit themanummer. Lees verder onder de foto. Uitpluizen van de zode geeft een indruk van de activiteit van het bodemleven. - Foto: Henk RiswickEen profielkuil geeft optisch inzicht in de bodemkwaliteitHet graven van een profielkuil geeft direct inzicht in de kwaliteit van een bodem. Een verdichte laag valt op door een andere kleur dan de rest van het profiel en door scherpere breukvlakken van de kluiten. Graswortels hebben een hekel aan verdichting en aan een natte bodem. Beworteling is daarom een belangrijke indicator voor de bodemkwaliteit. Aan de intensiteit van de beworteling is de mate van verdichting af te lezen. De streefwaarden voor het aantal wortels op een kluit van 20x20 centimeter zijn: >200 op 10 centimeter diepte en >100 op 20 centimeter diepte. Bodemleven, zoals bacteriën, schimmels en wormen, is belangrijk voor het goed functioneren van de bodem. Het zorgt voor omzetten van plantenresten in organische stof, het beschikbaar maken van nutriënten voor het gewas en het luchtig houden van de bodem. Het aantal regenwormen in de grond is een goede indicator voor de totale hoeveelheid bodemleven. Hoe meer wormen, ook hoe meer onzichtbaar bodemleven. De richtlijn is een aantal van 200 wormen per vierkante meter grasland. Lees verder onder de foto. Een natte plek wordt in de werkzaamheden meegenomen. Zo wordt deze steeds groter. - Foto: Henk RiswickZorg voor een goede ontwateringOp plaatsen waar water te lang blijft staan wordt de bodem zuurstofarm en sterft het wortelstelsel af. Als regel wordt aangehouden dat water niet langer dan 24 uur mag blijven staan. Daarna gaan de wortels afsterven. Gras gaat niet meteen dood maar doordat het kleinere wortelstelsel kan het minder goed voedingsstoffen opnemen waardoor de droge stofproductie achterblijft. Door het geringe wortelstelsel kunnen gronden die in de winter te nat zijn, in de zomer verdrogen omdat de wortels niet diep genoeg gaan om water uit diepere lagen te benutten. Bij grasland is de grond goed ontwaterd als de grondwaterstand in de winter gemiddeld niet hoger komt dan 40-80 centimeter beneden maaiveld.
Een natte plek versterkt zichzelf. Doordat er water blijft staan verzakt en verslempt de grond verder. Doordat er geen zuurstof is, is er geen bodemlevenactiviteit of beworteling om de natuurlijke waterinfiltratie te herstellen. Zorg voor een goede drainage of trek greppels om water bovengronds weg te laten lopen. Lees verder onder de foto. Sporen direct na de oogst lossen voorkomt dat de het bodemleven verstikt. - Foto: Michel ZoeterMaak sporen direct na de oogst los zodat water weg kanTrek op kleigrond zo snel mogelijk na de maisoogst sporen los, werk daarbij zo ondiep mogelijk. Losmaken voorkomt dat er water in deze sporen blijft staan of via de sporen naar een ander laag deel in het perceel loopt. Gebruik hiervoor een woeler en geen cultivator. Een woelpoot maakt in tegenstelling tot een cultivator een smalle strook los, zodat de grond zijn stevigheid behoudt. Een cultivator maakt de hele grond los. Deze losse grond werkt bij regen als een spons, het neemt water op en droogt in de herfst niet meer op, zodat het perceel dan niet meer te ploegen is.
Maak de sporen op lichtere zavel en kleigronden, maximaal tot op bouwvoordiepte los. Dieper losmaken heeft het nadeel dat er – zeker onder nattere omstandigheden – schade ontstaat aan de ondergrond. Werk op zwaardere grond minder diep om versmering zo veel mogelijk te beperken. Bovendien kost iets dieper werken veel meer trekkracht zodat de trekker eerder slipt, waardoor dan weer extra versmering en verdichting optreedt.Lees ook: Zo krijg je meer organische stof in de bodem
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









