BO Akkerbouw: resultaten onderzoek in praktijk brengen

Foto: Jan Willem van Vliet
Akkerbouwers betalen een bijdrage aan onderzoek. Vier projecten beginnen dit jaar, waaronder een vervolg van het project Beter Bodembeheer. BO Akkerbouw wil de resultaten vertalen naar praktijkadviezen.Stengelaaltjes plagen al meer dan 100 jaar akkerbouwers over de hele wereld. De aaltjes kunnen flinke opbrengstdervingen veroorzaken. De Brancheorganisatie Akkerbouw hoopt de komende jaren flinke stappen te zetten om schade door deze aaltjes te voorkomen. StappenDe eerste stap is om met moderne DNA-technieken te achterhalen welke stengelaaltjes voorkomen in Nederland. Vervolgens moet onderzoek duidelijk maken welke maatregelen gewastelers kunnen nemen om schade te voorkomen. Dit alles gebeurt in het vierjarig project ‘Moleculaire karakterisering waardplantenstatus stengelaaltjes rassen’, dat dit jaar van start gaat. Tekst gaat verder onder de afbeeldingEr wordt veel onderzoek gedaan naar aaltjes in de bodem. BO Akkerbouw laat onderzoek doen naar stengelaaltjes. Dat moet leiden tot een advies voor telers.Onderzoek moet helderheid verschaffenHet onderzoek moet helderheid verschaffen over welke stengelaaltjes zich vermeerderen op welke planten, vertelt directeur André Hoogendijk van BO Akkerbouw. “Dat kunnen gewassen zijn, maar bijvoorbeeld ook groenbemesters of onkruiden. Er zijn wereldwijd meer dan twintig soorten stengelaaltjes beschreven. Het is tot nu toe niet mogelijk om onderscheid te maken tussen deze soorten. Het project moet duidelijkheid geven welke soorten in Nederland voorkomen en op welke waardplanten ze zich vermeerderen.”Er zijn wereldwijd meer dan twintig soorten stengelaaltjes beschreven. Het is tot nu toe niet mogelijk om onderscheid te maken tussen deze soortenAndré Hoogendijk, directeur BO AkkerbouwAdviesDat moet volgens Hoogendijk leiden tot een advies voor telers als uit grondonderzoek duidelijk is geworden welke stengelaaltjes op hun bedrijf voorkomen. “Kun je bijvoorbeeld met een andere vruchtwisseling de vermeerdering van specifiek dat soort stengelaaltjes tegengaan? Het onderzoek naar stengelaaltjes komt voort uit het Plan van Aanpak Ditylenchuis dipsaci.”OnderzoeksprojectenOp basis van de oproep van BO Akkerbouw in 2019 aan akkerbouwers om ideeën aan te dragen zijn er in de afgelopen twee jaar 32 onderzoeksprojecten gestart met een looptijd van 2 tot 4 jaar. Deze projecten lopen nog allemaal. Vier projecten beginnen dit jaar, waarvan het onderzoek naar stengelaaltjes er één van is.Beter BodembeheerEen ander project dat dit jaar start, is een vervolg op het project Beter Bodembeheer. Het startte in 2013 en liep af in 2020. Het project krijgt een vervolg in 2021 en 2022, zegt Hoogendijk. “BO Akkerbouw gaat daar € 1,6 miljoen in investeren. Maar de handtekening wordt pas gezet als de verbindend verklaring (AVV) voor de nieuwe periode 2021 tot en met 2030 is afgegeven (zie kader hieronder). Dan weten we zeker dat we het geld voor het onderzoek binnen krijgen.”Tekst gaat verder onder het kaderBijdrage aan onderzoek stijgt 10%De Brancheorganisatie Akkerbouw heeft een verbindend verklaring (AVV) aangevraagd voor het Programma Onderzoek en Innovatie voor 2021 tot en met 2030.
BO Akkerbouw kiest voor een looptijd van tien jaar omdat veel visies en beleidsplannen van de akkerbouwsector en de overheid tot 2030 lopen. De afgelopen AVV liep vijf jaar van 2016 tot en met 2020. Door de AVV zijn akkerbouwers verplicht een bijdrage te betalen. De rekening voor de bijdrage voor 2020 kregen de akkerbouwers in december. Inmiddels heeft meer dan 95% de rekening betaald.
Het onderzoek is gewasoverstijgend en draait om thema’s als bodemgezondheid, vitale gewassen, biodiversiteit en klimaat. Theoretisch kan BO Akkerbouw zo € 3,5 miljoen per jaar innen bij de akkerbouwers. Onder de vorige AVV was dat € 3,2 miljoen. Dat bedrag wordt niet gehaald vanwege kortingen. Telers die een machtiging hebben afgegeven via de RVO krijgen € 50 korting. Dat zijn er ruim 13.000. Bijdragen lager dan € 25 worden niet geïnd. En de BO maakt kosten voor personeel en organisatie. Daardoor blijft er zo’n € 2,6 miljoen per jaar over voor het onderzoek.
BO Akkerbouw verhoogt het totaal van de bijdragen in de nieuwe AVV met 10%, gelijk aan de inflatiecorrectie over 2016 tot en met 2020. De tarieven worden € 4,50 per hectare graan (+10 cent); € 9,00 per hectare suikerbieten of zetmeelaardappelen (+20 cent) en € 13,50 per hectare consumptieaardappelen (+30 cent). Pootaardappelen vielen in de vorige AVV in dezelfde categorie als consumptieaardappelen, maar worden in de nieuwe AVV een aparte categorie. Pootgoedtelers betalen vanaf dit jaar € 16 per hectare, als het ministerie de AVV toewijst. De beoordeling daarvan loopt nog.Resultaten concreter makenDe resultaten uit acht jaar onderzoek moeten concreter worden gemaakt voor de akkerbouwers, zegt Hoogendijk. “Onderzoek naar bodemgezondheid kost veel tijd. We willen de komende twee jaar de resultaten vertalen naar praktijkadviezen. Dat gaat bijvoorbeeld over gereduceerde grondbewerking.”Onderzoek naar bodemgezondheid kost veel tijdVeel belangstelling, veel vragenAkkerbouwers hebben daar veel belangstelling voor, constateert Hoogendijk. “Welke soorten grondbewerkingen zijn er? Wat is het effect daarvan? En wat voor invloed hebben de verschillende soorten gereduceerde grondbewerking op bijvoorbeeld gewasresten en organische stofgehalte? Hoe beïnvloeden ze de hectareopbrengsten en welk effect heeft het op de weerbaarheid van de bodem tegen ziekten en plagen? Welke invloed hebben de grondbewerkingen op thema’s als waterbeschikbaarheid, klimaatverandering en biodiversiteit? Wat zijn de kosten en baten?”Onbeantwoorde vragenDaarnaast wil BO Akkerbouw duidelijk krijgen welke vragen over bodemgezondheid nog onbeantwoord zijn, aldus Hoogendijk. “Ook willen we in beeld krijgen hoe je de bodemkwaliteit beter kunt meten. Wat zijn referentiewaarden en wat zijn streefwaarden? En welk advies kunnen we de akkerbouwers geven om die streefwaarden voor de bodemgezondheid te realiseren?”GewasrestenHet derde onderzoek dat dit jaar start is het vierjarig project ‘Rol van gewasresten op bladpathogenen in bouwplanverband’. Er loopt al zo’n gewasrestenonderzoek bij aardappelen. Nu gaat een onderzoek naar suikerbieten van start. Dat draait om de bladschimmels cercospora, stemphylium en ramularia, zegt Hoogendijk. “We weten dat deze schimmels kunnen overleven op resten van bietenblad. Het onderzoek moet duidelijk maken of deze bladschimmels ook overleven op resten van andere gewassen, zoals graanstoppels of stroresten. Zijn er bijvoorbeeld ook groenbemesters of onkruiden die overleving mogelijk maken zodat in een volgende teelt de bieten sneller worden besmet. Het aantal middelen om schimmels te bestrijden in de bietenteelt neemt af. Dan kan deze informatie helpen de schimmeldruk beperkt te houden.”Tekst gaat verder onder de afbeeldingBO Akkerbouw laat onderzoek doen naar mest uit nieuwe stalsystemen. Het moet niet zo zijn dat de uitstoot van broeikasgassen in de stal wordt beperkt, maar dat bij de aanwending extra broeikasgassen vrijkomen. - Foto: Henk RiswickStalsystemenHet vierde project dat dit jaar begint, draait om meststoffen uit nieuwe stalsystemen. Het loopt tot en met 2024 en wordt uitgevoerd samen met het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM), Zuivel NL en de Stichting Brancheorganisatie Kalversector. Hoogendijk: “Er worden nieuwe stalsystemen ontwikkeld voor koeien, kalveren en varkens om de uitstoot van ammoniak of broeikasgassen te beperken. De akkerbouwer wil weten welke waarde de mest heeft die in dergelijke stallen wordt geproduceerd. En we moeten afwenteling van problemen voorkomen. Het moet bijvoorbeeld niet zo zijn dat de uitstoot van broeikasgassen in het stalsysteem wordt beperkt, maar dat er bij de aanwending door de akkerbouwer extra broeikasgassen vrijkomen.”Topsectorenbeleid overheidDe genoemde vier projecten vallen allemaal onder het Topsectorenbeleid van de overheid. Dat betekent dat de overheid meefinanciert. Het project Beter Bodembeheer kost de komende 2 jaar € 6,4 miljoen. Daarvan wordt de helft betaald door de overheid. De andere helft is voor rekening van het bedrijfsleven, waarvan BO Akkerbouw € 1,6 miljoen betaalt. Het onderzoeksproject naar stengelaaltjes vergt een investering van € 520.000 waarvan BO Akkerbouw de helft betaalt. Het mestproject kost € 1,46 miljoen, waarvan BO Akkerbouw € 80.000 betaalt. De rest wordt betaald door de overheid en de andere onderzoekspartners. Het suikerbietenonderzoek wordt toegevoegd aan het project naar gewasresten dat al loopt voor aardappelen. Bietentelerscoöperatie Cosun betaalt de bijdrage die nodig is voor het bietenonderzoek. BO Akkerbouw steekt er uren in ter waarde van ongeveer € 2.000 gedurende vier jaar.Ideeën uit de sectorAkkerbouwers kunnen zelf ideeën aandragen voor onderzoek (zie kader hieronder). Hoogendijk constateert dat akkerbouwers veel belangstelling hebben voor onderzoek naar gereduceerde grondbewerking en naar groenbemesters. “Steeds meer akkerbouwers telen groenbemesters na hun gewassen. Dat is gestimuleerd door de vergroeningseisen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Akkerbouwers zien de positieve effecten van groenbemesters en willen daar meer van weten.”Tekst gaat verder onder het kaderOnderzoek gebaseerd op ideeën van akkerbouwersHet onderzoek dat de Brancheorganisatie Akkerbouw laat uitvoeren is gebaseerd op ideeën van akkerbouwers. Die konden tot 7 februari ideeën indienen.
Dat deden meer dan 500 akkerbouwers, zegt directeur André Hoogendijk. “In maart gaan de ideeën naar de onderzoekscommissie en de sectie Teelt en daarna naar het bestuur. In april gaan de ideeën naar onderzoeksinstellingen, die dan een projectvoorstel kunnen indienen.”
Eind mei komen de projectvoorstellen bij BO Akkerbouw. Hoogendijk: “Deze worden voorgelegd aan het digi-panel van 100 akkerbouwers. We roepen akkerbouwers op zich aan te melden voor het panel. Het panel legt prioriteiten aan in de ideeën. In de zomer wordt alles uitgewerkt tot concrete voorstellen. Dan gaan we op zoek naar co-financiers, bijvoorbeeld via het Topsectorenbeleid.”
In het najaar gaan de definitieve voorstellen naar de onderzoekscommissie, de sectie Teelt en het bestuur van BO Akkerbouw, vertelt Hoogendijk. “Het bestuur besluit dan welke projecten worden uitgevoerd. In december 2021 krijgen de akkerbouwers de rekening voor hun bijdrage aan het Programma Onderzoek en Innovatie. Dan starten de projecten in 2022.”KlimaatveranderingOok de klimaatverandering speelt onder de akkerbouwers. Hoogendijk: “De laatste jaren werden ze steeds vaker geconfronteerd met droogte of juist met wateroverlast in korte tijd. Akkerbouwers willen weten hoe ze daar in hun bedrijfsvoering op kunnen inspelen. Bijvoorbeeld met druppelirrigatie droogteschade voorkomen of juist onderzoek naar hoe regenwater sneller kan infiltreren in de grond na een stortbui.”ZiektebestrijdingOok ziektebestrijding is een aandachtspunt voor akkerbouwers. Er lopen vier plannen van aanpak naar erwinia, de Meloidogyne aaltjes, aardappelmoeheid en stengelaaltjes. Deze lopen nog dit jaar door en worden dan geëvalueerd in hoeverre er resultaten zijn bereikt en of er een vervolg moet komen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









