Blijvend en tijdelijk grasland goed inpassen

Laatst bijgewerkt:
Foto: Lex Salverda

Foto: Lex Salverda


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Voor een duurzame en rendabele melkveehouderij spelen keuzes in blijvend en tijdelijk grasland een grote rol. Een overzicht van afwegingen die veehouders kunnen maken bij hun beslissingen hierin.Op melkveebedrijven is de bodemkwaliteit belangrijk voor een goede ruwvoerproductie en rentabiliteit van melkproductie. Daarbij speelt de bodem ook een nuttige rol in waterregulatie, waterkwaliteit door minder uitspoeling, vastlegging van CO2 in organische stof en meer biodiversiteit. Blijvend of tijdelijk grasland beïnvloeden bodemkwaliteit en grasopbrengsten. De vraag is dan hoe veehouders blijvend en tijdelijk grasland het beste kunnen inpassen in hun bedrijfsvoering? Boerderij vroeg het aan een aantal deskundigen.Blijvend graslandBlijvend grasland is land dat ten minste vijf jaar achtereen grasland is geweest. Een perceel moet hiervoor minimaal zes keer als grasland zijn ingetekend in de Gecombineerde opgave. Grasland bestaat voor minimaal 50% uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen.Regelgeving blijvend graslandHet aandeel blijvend grasland mag per EU-lidstaat niet te veel dalen, omdat blijvend grasland volgens het Europese GLB bijdraagt aan vergroening en klimaatbeleid (CO2-vastlegging). Nederland rapporteert vanaf 2015 haar areaal blijvend grasland aan de Europese Commissie. Als het aandeel blijvend grasland meer dan 5% daalt ten opzichte van het referentiejaar 2012 (41% blijvend grasland) moet Nederland een omzetverbod en een herinzaaiplicht invoeren.

“De laatste jaren is het areaal blijvend grasland redelijk stabiel gebleven en in 2018 lag het areaal voor het eerst in jaren weer boven de referentie. Wetgeving zoals derogatie en grondgebondenheid verlagen de kans dat het aandeel blijvend grasland onder de referentie daalt. Ook recente ontwikkelingen bij enkele zuivelafnemers, waarbij aan toeslagen eisen worden gesteld zoals een minimaal percentage blijvend grasland en/of eiwit van eigen land werken positief op het areaal blijvend grasland. Net als het advies van de Commissie Grondgebondenheid om in 2025 minimaal 65% van de eiwitbehoefte van eigen land of uit de directe omgeving te halen. De kans dat we te maken krijgen met een herinzaaiplicht is daardoor met de huidige regelgeving klein”, zegt Harold Boers van Kobra accountants en adviseurs.

Blijvend grasland in Natura 2000-gebieden mag niet worden omgezet voor andere teelten. Er geldt een verbod op ploegen, frezen, spitten en doodspuiten. Doorzaaien en lichte grondbewerking mogen wel. Veehouders zijn verplicht om hun kwetsbaar grasland als blijvend grasland op te geven in de Gecombineerde opgave.Biodiversiteit onder de grondDe laatste jaren is er vanuit Brussel veel aandacht voor handhaven of verhogen van het aandeel blijvend grasland. “De reden is dat blijvend grasland de biodiversiteit onder en boven de grond stimuleert. Niet ploegen bevordert een natuurlijk bodem-ecosysteem met een toenemende ontwikkeling van bodemleven en van organische stof. Dat leidt tot een hoge gewasproductie, vastlegging van koolstof en het vasthouden van nutriënten in de winter”, zegt Jelle Zijlstra, projectleider bedrijfsmanagement melkveehouderij van Wageningen University & Research. Hij geeft aan dat het organische stofgehalte bij blijvend grasland per tien jaar met circa 2 tot 3% kan toenemen. Organische stof bestaat uit de wortelstelsels van gras, micro-organismen en (dode) resten van planten en dieren. “Bij grasland in vruchtwisseling met bouwland of bij vaak ploegen, blijft het organische stofgehalte vrij constant op een duidelijk lager niveau”, aldus Zijlstra.Doorzaaien van tijdelijk en blijvend grasland is altijd toegestaan om de productiviteit te verbeteren. Doe dat al als er nog 80% goede grassen staan om veronkruiding te voorkomen. - Foto: Koos Groenewold60-20-20-systeemVolgens Nick van Eekeren, senior onderzoeker van het Louis Bolk Instituut (LBI) stijgt in blijvend grasland het organische stofgehalte naar 6 tot 7% op zandgrond en van 12 tot 20% op kleigrond. “Houd dat zoveel mogelijk in stand en profiteer daarvan, want het is sterk bepalend voor de grasproductie. Met ploegen verlies je veel van die rijkdom door uitspoeling, want er komen meer nutriënten vrij dan het gewas kan opnemen en dat is jammer”, zegt Van Eekeren. Hij pleit voor een 60-20-20-systeem op melkveebedrijven met derogatie. Ofwel 60% blijvend grasland met zo min mogelijk graslandvernieuwing, 20% grasklaver in rotatie met 20% maisland. In de 20/20-rotatie combineren veehouders drie jaar grasklaver met drie jaar bouwland en profiteert mais van stikstofnalevering van grasklaverteelt. “In 60% permanent grasland kunnen bodemleven en organische stof zich optimaal ontwikkelen. Dat stimuleert de productiviteit en weerbaarheid van de zode bij veel en weinig water”, stelt Van Eekeren.Scheuren grasland op klei en veenOp klei- en veengrond is scheuren of vernietigen van gras toegestaan in drie perioden:1 februari tot en met 15 september: toegestaan als na het vernietigen van grasland in deze periode een stikstofbehoeftig gewas wordt gezaaid. Bemesten met een stikstofhoudende meststof mag alleen als de aanwezige hoeveelheid stikstof in grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas (aantonen met een grondmonster). 16 september tot en met 30 november: in deze periode is scheuren of vernietigen van grasland alleen toegestaan als direct daarna tulpen, krokussen, irissen of blauwe druifjes (muscari) worden geplant.1 november tot en met 31 december: kleigrond: alleen als het eerstvolgende gewas geen gras is. Veengrond: gras op veengrond mag niet worden vernietigd.Onderzoek naar bodemkwaliteitIn 2014 deed LBI met LTO Noord onderzoek naar de bodemkwaliteit onder oud en jong grasland op tien melkveebedrijven. Hieruit bleek de drogestofopbrengst, met 300 kilo N per hectare, voor zowel jong en oud grasland hetzelfde. Er waren geen verschillen tussen het aantal soorten bodemleven en planten. “De hogere biomassa per individuele worm onder oud grasland is positief in de voedselvoorziening van weidevogels”, zegt Van Eekeren. Hij vindt dat Europese regels voor blijvend grasland een andere invulling moeten krijgen, omdat ze contraproductief werken. “In de praktijk wordt ploegen van grasland in het vijfde jaar gestimuleerd, vanwege angst dat de status ‘blijvend’ grasland extra beperkingen of waardedaling van de grond betekent. En dat staat haaks op het stimuleren van blijvend grasland door de EU.”In tijdelijk grasland is de beworteling op 20 centimeter diep beter dan in blijvend grasland. Ook brengt scheuren van gras en opnieuw inzaaien meer lucht in de grond en verbetert de structuur. - Foto: Lex SalverdaTijdelijk graslandAls grasland korter dan vijf jaar in de vruchtwisseling is, is het tijdelijk grasland. “Tijdelijk grasland heeft in de eerste jaren een hogere opbrengst en voederwaarde dan blijvend grasland en minder last van probleemonkruiden, zoals paardenbloem en ridderzuring”, vertelt Tom Niehof, productmanager voedergewassen van Barenbrug. “De kans op succes bij zaaien van klaver en kruiden is groter in tijdelijk gras en het heeft minder snel last van ziektes, zoals roest en bladvlekkenziekte.”Scheuren grasland op zand en lössOp zand- en lössgrond is scheuren of vernietigen van gras toegestaan in vijf perioden:1 februari tot en met 10 mei: toegestaan als na het vernietigen van grasland in deze periode een stikstofbehoeftig gewas wordt gezaaid. Bemesten met een stikstofhoudende meststof mag alleen als de aanwezige hoeveelheid stikstof in grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas (aantonen met een grondmonster). Bij derogatie en inzaai van mais direct na het scheuren kunnen veehouders rekenen met 65 kilogram korting op de stikstofgebruiksnorm voor de gescheurde percelen. Dit hoeft niet bij RVO.nl gemeld te worden.11 mei tot en met 31 mei: toegestaan als direct daarna gras wordt gezaaid. Andere stikstofbehoeftige gewassen mogen vanaf 11 mei niet meer worden gezaaid. Bemesten van de eerste snede met een stikstofhoudende meststof of het geven van een startgift mag alleen als de aanwezige hoeveelheid stikstof in de grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas (aantonen met een grondmonster). 1 juni tot en met 15 juli: toegestaan voorafgaand aan zaaien van lelies of gladiolen in het jaar erna, mits er dit jaar eerst een aaltjesbeheersend gewas wordt gezaaid op het gescheurde perceel. Na het scheuren moet direct (uiterlijk op 16 juli) één van de volgende aaltjesbeheersende gewassen (Japanse haver, tagetes erecta of tagetes patula) worden gezaaid en moet dit in elk geval 100 dagen op het land staan, zodat het effectief is tegen aaltjes. Vanaf 23 oktober mag het aaltjesbeheersende gewas worden vernietigd. Het maaien van Japanse haver is toegestaan om zaadvorming te voorkomen. De lelies of gladiolen mogen uiterlijk het volgende voorjaar worden ingezaaid.1 juni tot en met 31 augustus: toegestaan, mits direct daarna gras-inzaai, wel vanaf 1 juni hiervoor aanmelden bij RVO.nl. Reken vanaf 1 juni met een korting van 50 kilo per hectare op uw stikstofgebruiksnorm. Bemonsteren na scheuren hoeft niet. 16 september tot en met 30 november: toegestaan, mits direct daarna tulpen, krokussen, irissen of blauwe druifjes (muscari) worden geplant.Samenwerkingsmogelijkheden regionale kringloopTijdelijk grasland biedt mogelijkheden om samen te werken met akkerbouwers in een regionale kringloop. De stikstofnalevering van ondergewerkt gras stimuleert de opbrengst van (akkerbouw)volggewassen. Niehof sluit zich aan bij het 60-20-20-systeem, met gestructureerd doorzaai van blijvend grasland met gras of grasklavermengsels om een kwalitatief hoge grasmat te behouden. “Blijvend grasland ontwikkelt na jaren een hoger aandeel minder goede grassen. Zaai daarom door als er nog 80% goede grassen staan. Bij 60% goede grassen, adviseren we om opnieuw in te zaaien.”Keuze grassenKlaver kan de opbrengst van grasklaverpercelen met 10% verhogen en het levert meer eiwit op. Volgens Niehof is persistentie voor blijvend grasland erg belangrijk. Kies dan grassen met een hoge score voor winterhardheid en standvastigheid (> 8), omdat het gras dan langer mee gaat. “We veredelen daarom verder in de richting van hoge levensduur van grassen met een specifiek mengsel”, aldus Niehof.Op zoek naar nieuwe geneticaOok Limagrain zoekt altijd naar nieuwe genetica, zowel voor blijvend als tijdelijk grasland. “Als je kijkt naar de rassenlijst Engels raaigras, dan steeg de droge stofopbrengst per hectare in de afgelopen tien jaar met 5% ofwel 600 kilo droge stof extra per hectare”, zegt Jos Groot-Koerkamp, manager veehouderij van Limagrain. “Opnieuw inzaaien of doorzaaien met nieuwe genetica is altijd een plus. Tijdelijk grasland inzaaien met kruidenmengsels verhoogt ook de biodiversiteit”, stelt Groot-Koerkamp.Tijdelijk grasland is volgens Limagrain vooral interessant bij grondruil met een akkerbouwer of het toepassen van kringlooplandbouw met andere voedergewassen, zoals voederbieten of veldbonen. “Bij een bedrijfskringloop verhoog je de opbrengst per hectare van het gehele bedrijf en kan de aankoop van krachtvoer omlaag. Ook dat is milieuwinst.”‘100% blijvend grasland niet goed voor Nederland BV’Rijk Baltus heeft alleen maar tijdelijk grasland in een gezamenlijk bouwplan met een akkerbouwer. Hij haalt 18,5 ton droge stof van een hectare.Maatschap Rijk (51) en Linda Baltus (46) in Middenmeer (N.H.) heeft een melkveebedrijf en is deelnemer aan Koeien en Kansen. - Foto: Lex SalverdaSamenwerking met achterbuurmanMaatschap Baltus heeft een melkveebedrijf in de Wieringermeer, waar veel akkerbouwers in de buurt zitten. “Ik werk al 16 jaar samen met mijn achterbuurman, een akkerbouwer. Het gezamenlijke bouwplan creëert een win-winsituatie”, zegt Rijk Baltus, die zijn grond heeft verdeeld in drie blokken voor respectievelijk pootgoed (1 op 3), gras (rietzwenk en klaver) en mais. Na de pootgoedteelt zaait Baltus gras in. Op het tweede blok staat het eerstejaars gras en op het derde blok het tweedejaars gras. Na de eerste snede is een deel bestemd voor mais, dat wordt ingezaaid met een strokenfrees. Het tweedejaars grasland benut hij voor de voederwinning.Melkveehouder Rijk Baltus in Middenmeer heeft alleen tijdelijk grasland in rotatie met mais en pootgoed. Hij vindt de kwaliteit van het bodemleven prima. Het gras levert 18,5 ton droge stof per hectare op. - Foto: Lex SalverdaOpbrengst grasland gestegenDe opbrengst van het grasland is de afgelopen jaren, door veel focus op graswinning, gestegen naar 18,5 ton per hectare. Daarmee is de maatschap zelfvoorzienend in ruwvoer. De maatschap bemest maximaal volgens de normen. “Vanwege onze deelname aan de BES-pilot mogen we extra fosfaat uit dierlijke mest inzetten. Voor de extra stikstof hieruit leveren we kunstmeststikstof in.”Het niet-bemeste, nieuw ingezaaide gras rechts is groener dan het tweedejaars gras links door stikstofnalevering van de ondergeploegde graszode een jaar geleden. - Foto: Lex SalverdaRotatie is economisch beter“Het om de drie jaar omploegen van grasland, levert een extra verdienmodel op voor ons bedrijf en dat van mijn buurman. Voor Nederland BV is 100% blijvend grasland niet goed, omdat we dan niet het volledige potentieel van onze landbouwgrond benutten.” In 2004 molk de maatschap 8 ton melk en nu is dat 1,26 miljoen liter op hetzelfde aantal hectares. “Ondanks de groei in intensiteit zijn we nog steeds zelfvoorzienend in ruwvoer, omdat we de grasopbrengsten verhogen in een gezamenlijk bouwplan met pootgoed en tijdelijk grasland.” Steeds opnieuw inzaaien van grasland kost extra geld, maar dat kan volgens Baltus uit vanwege de opbrengsten van grondverhuur voor pootgoedteelt en de hogere grasopbrengsten. “Dat blijvend grasland beter zou zijn voor de bodemkwaliteit dan niet-blijvend grasland vind ik onzin. De opbrengsten van mijn grond zijn het bewijs. Het onderwerken van graszoden geeft een hoge stikstofnalevering en dat stimuleert de opbrengsten van alle gewassen. Net als de open bodemstructuur van nieuw grasland met veel zuurstof in de bodem.”Kringlooplandbouw op regionaal niveauBaltus zag het organische stofgehalte van zijn grond vanaf 2003 stijgen van 1,5 naar 2,9%. “De minister wil graag kringlooplandbouw. Op regionaal niveau doen wij dat”, zegt Baltus. Hij vindt het jammer dat hij daarvoor niet wordt beloond door FrieslandCampina. Dat eist voor PlanetProof een deel blijvend grasland.Voor meer informatie over dit onderwerp kun je terecht op de Themadag Mais en gras: in vruchtwisseling of continuteelt op donderdag 6 februari in Nijkerk.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.