Biograsland 30% soortenrijker

Foto: Henk Riswick
In biologische graslanden met overwegend Engels raaigras komen gemiddeld tot 30% meer plantensoorten voor dan in gangbare graslanden met overwegend Engels raaigras.Dat blijkt uit een studie van Wageningen University & Research gehouden op 45 Nederlandse weiden (biologisch en gangbaar). Vastgesteld is dat het grondwaterniveau en de bemestingstoestand van de bodem met stikstof en fosfor de meeste invloed hebben op de samenstelling en variatie van de vegetatie. De kalitoestand, het maairegime, beweidingsregime en de leeftijd van het grasland hebben ook invloed, maar minder sterk. Beweiden met schapenHet aantal soorten planten stijgt naarmate de grondwaterstand lager is, er laat wordt gemaaid, minder wordt bemest, het grasland ouder is en er met schapen wordt beweid. Een aantal van deze factoren is het gevolg van de gemaakte keuze voor de biologische dan wel gangbare teeltwijze. Alleen de grondwaterstand is zeker onafhankelijk van deze keuze. Meer biodiversiteit op armere grondenDe onderzoekers stellen dat de armere gronden, die van nature minder opbrengend zijn, al eerder uit economisch oogpunt in aanmerking zijn gekomen voor omschakeling naar biologisch. Mede als gevolg daarvan is de biodiversiteit daar toegenomen. Op biologische bedrijven is in elk geval de bemesting, zeker die van stikstof, lager dan die op gangbare bedrijven. Wie de biodiversiteit wil vergroten, lijkt de beste kansen van slagen te hebben als hij, los van de keuze biologisch of gangbaar, kiest voor gronden die van nature al armer van nutriënten zijn en minder opbrengend. Op deze gronden is de vegetatie al soortenrijker en hebben soorten daar meer kans om zich blijvend te vestigen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









