‘Biodiversiteit hoort bij moderne landbouw’

Foto: René den Engelsman
De biodiversiteit in de landbouw is dramatisch teruggelopen, maar er is kans op herstel.Het gaat bergafwaarts met de biodiversiteit in de landbouw. In de afgelopen halve eeuw zijn eerst de meeste wilde plantensoorten nagenoeg verdwenen en daarna broedvogels als kemphaan, watersnip en grauwe gors. Tussen 1990 en 2016 liep de populatie veldleeuweriken terug met 60%, die van grutto met 60% en van patrijs met 90%. Daar staat tegenover dat de populaties ‘kleine grazers’ (ganzen) sterk groeiden, en voor boeren zelfs een plaag werden, al broeden zij zelden op boerenland. De oorzaak van de achteruitgang is niet zozeer de (lichte) krimp van het landbouwareaal, maar vooral: grond werd dieper ontwaterd, gras werd vroeger, vaker en gelijktijdig gemaaid en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nam toe, ten koste van kruiden en insecten. Op bouwland werd graan deels vervangen door rooivruchten en mais. Maar wat wil je? De markt vroeg niet om biodiversiteit.De populatie grutto's is in zo'n 25 jaar met 60% gekrompen. - Foto: René den EngelsmanDaar kwam bij: toenemende predatie door soorten als vos, hermelijn, buizerd en blauwe reiger. Hun rol wordt door boeren soms overschat, maar door natuurbeschermers soms onderschat. Plaatselijk kunnen predatoren flink huishouden.Geef de moed niet op, er zijn kansenWas er dan geen overheidsbeleid? Jawel, in 1975 kwam de overheid met de zogeheten Relatienota. Die hield in dat 100.000 hectare landbouwgrond beheergebied zou worden, waar boeren tegen vergoeding hun land natuurvriendelijk konden gebruiken. Nog eens 100.000 hectare zou worden aangekocht door terreinbeheerders. Dat was samen minder dan 10% van het toenmalige landbouwareaal. De rest, 90%, werd feitelijk vogelvrij verklaard. Bovendien werd zelfs van die 200.000 hectare nog geen 60% gerealiseerd. En binnen die 60% waren er wel succesverhalen in het beheer, maar meer tegenvallers. Niet alleen door predatie, maar ook doordat heel wat percelen ongeschikt waren of geen goed beheer kregen. Moeten we de moed dan maar opgeven? Nee, ik zie 4 lichtpuntjes:Provincies en collectieven letten wat vaker op kwaliteit van beheer dan voorheen.Bij boeren en op de agrarische scholen is de interesse voor bodemkwaliteit, inclusief de ondergrondse biodiversiteit, sterk toegenomen. Akkerbouwers krijgen meer belangstelling voor bovengrondse functionele biodiversiteit: bijvoorbeeld bloeiende perceelranden met bestuivers en natuurlijke vijanden van plagen.De markt begint eindelijk om biodiversiteit te vragen. Eerst alleen nichemarkten als Weideweelde en Weerribben Zuivel, nu ook grotere zuivelaars en een verrassende coalitie van Albert Heijn, Natuurmonumenten en 2 aardappelverwerkers. Mogelijk wordt dat net zo interessant als weidemelk.Wie weet zijn we op weg naar een landbouw waar zowel onder- als bovengrondse biodiversiteit er weer gewoon bij hoort. Of je dat dan ‘natuurinclusief’ noemt, zal me worst wezen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









