‘Betere bodem met strooiseleter en pendelaar’

Laatst bijgewerkt:
Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De bouwvoor is voor wormen een moeilijke omgeving. Grondbewerking en gebrek aan voedsel beperken de gewenste diversiteit, stelt hoogleraar Jan Willem van Groenigen.De toekomstige landbouw wil en moet milieuvriendelijker en duurzamer worden. Minister Schouten (LNV) wil de Nederlandse agrarische sector volledig verduurzamen. Zo moet Nederland in 2030 wereldwijd koploper zijn in kringlooplandbouw. Dat betekent minder afhankelijkheid van eindige grondstoffen zoals fosfaat en van stikstofrijke kunstmest, dat veel energie kost om te maken. Duurzaam beheer van bodem en water is hierbij essentieel.Ontwikkelingen in de niet-kerende grondbewerkingen in duurzame landbouw worden op de voet gevolgd door hoogleraar bodemkundige Jan Willem van Groenigen, verbonden aan de WUR. Van Groenigen is wormenexpert en onderzoekt de bijdrage die wormen leveren aan een hogere gewasopbrengst en de functie van verschillende soorten voor de bodem.Wat kan een akkerbouwer doen om meer wormen in zijn bodem te krijgen?“Het allerbelangrijkste is te zorgen dat de wormen eten hebben op de plek waar ze het zoeken en op het tijdstip dat ze het nodig hebben. Dat betekent dus: zo veel mogelijk gewasresten zo lang mogelijk op het land laten liggen. Ook bodembedekkers kunnen helpen – de bodem moet zo kort mogelijk braak liggen in de winter. Over het algemeen zitten er in de ecologische landbouw meer wormen in de bodem dan in de gangbare landbouw. Dat zou best wel eens iets te maken kunnen hebben met minder gebruik van pesticiden, maar we denken dat het vooral komt door een combinatie van meer bodembedekkers, het gebruik van dierlijke en plantaardige meststoffen, minder intensieve grondbewerking en het feit dat er in de ecologische landbouw vaak grasland in de rotatie zit. Dat laatste leidt tot meer organische stof in de bodem, met dus meer voedsel voor sommige soorten wormen. En natuurlijk wat in de natuurbescherming de ‘groen-blauwe dooradering van het landschap’ heet: zorg dat er genoeg plekken zijn in het landschap waar de wormen, en andere nuttige beestjes, zoals bestuivers, kunnen schuilen en van waaruit ze de akkers kunnen koloniseren. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan onbemeste bufferstroken rond je land, eventueel ingezaaid met planten of bloemenmengsels.”Lees verder onder de foto.Jan Willem van Groenigen (48) is hoogleraar Bodemkunde aan Wageningen Universiteit. Hij studeerde Bodemkunde in Wageningen en deed postdoctoraal onderzoek aan de universiteit van Californië in Davis. Van Groenigen is sinds 2003 verbonden aan onderzoeksinstituut Wageningen Environmental Research. - Foto's: Koos GroenewoldWelke wormen moet je vooral in je bouwland hebben?“We verdelen wormen meestal in 3 groepen:de strooiseleters die bovenin de grond leven en die vooral belangrijk zijn voor het afbreken van gewasresten, waarbij voedingsstoffen voor de plant vrijkomen; de grondeters die wat dieper in de grond leven, die bodemorganische stof eten en belangrijk zijn voor zowel bodemvruchtbaarheid als de bodemstructuur; en de pendelaars die gewasresten eten en diepe verticale gangen graven, en daarom ook belangrijk zijn voor beluchting en afwatering.Idealiter zijn ze alle 3 in de bodem aanwezig. Maar we weten dat dat heel lastig is in de akkerbouw, veel lastiger dan in grasland. Over het algemeen vinden we op akkerland vooral grondeters, 90%, grijze of groenige wormen en heel weinig wormen van de andere 2 groepen. Dat komt vooral omdat het voedsel dat strooiseleters en pendelaars nodig hebben, gewasresten bovenop de grond, maar beperkt aanwezig is vanwege bodembewerking. Daarnaast is de grondbewerking zelf ook schadelijk voor deze wormen, omdat ze vaak heel ondiep in de bodem zitten.”Verschilt dat per gewas; is het anders of je op het perceel granen of suikerbieten teelt of uien en aardappelen?“Eigenlijk weten we daar nog heel weinig over. Het ligt voor de hand dat verschillende soorten gewassen meer baat hebben van verschillende groepen wormen (of misschien zelfs van verschillende soorten wormen binnen die groepen) maar dat is heel lastig te testen. Een heel groot praktisch probleem is dat een volledige gewasrotatie 4 tot 6 jaar duurt. Het meeste onderzoek op de universiteit wordt gedaan door promotiestudenten en postdoc-onderzoekers, en die hebben een aanstelling waarmee ze maximaal een jaar of 3 onderzoek kunnen doen. Dat betekent dus dat ze maar onderzoek kunnen doen naar 1 rotatie of een deel daarvan. Aangezien het weer van jaar tot jaar sterk varieert, is dat eigenlijk te kort om hierover uitspraken te doen – daar zou je echt langdurige proeven voor moeten uitvoeren, waarbij je meerdere jaren naar bijvoorbeeld aardappels of suikerbieten kunt kijken. Maar ja, voor dat soort langdurig onderzoek wil tegenwoordig niemand meer geld uitgeven. Het blijft wat dat betreft dus een beetje behelpen, al hopen we wel binnenkort wat meer informatie te hebben op basis van een combinatie van verschillende veldproeven. Momenteel is het beste dat we kunnen zeggen: zoveel mogelijk verschillende soorten wormen in de bodem is het beste – in ieder geval wormen uit alle 3 de groepen: grondeters, strooiseleters en pendelaars.”Lees verder onder de foto.Jan Willem van Groenigen: "Ons onderzoek wijst onder meer uit dat wormen in grasland vaak vetter zijn dan in bouwland."Hoe meer wormen hoe beter de oogstIs er een bepaald optimum voor de verschillende wormen?“Voor wat het effect op bodemvruchtbaarheid betreft: uit een analyse van alle gepubliceerde literatuur over de hele wereld die we hebben gedaan, blijkt dat als je meer wormen hebt, de oogst ook meer stijgt – hoe meer wormen, hoe beter dus. Al vinden we dat voordeel alleen als weinig of niet bemest wordt, dus dat effect moeten we niet overschatten in de Nederlandse landbouw. Bovendien is het een beetje een theoretische discussie: de wormen zullen zich aanpassen aan het voedselaanbod – dat kan door zich meer voor te planten of door meer te eten. Ons onderzoek wijst onder meer uit dat wormen in grasland vaak vetter zijn dan in bouwland – ze hebben het gewoon beter.”Kan een teveel aan wormen ook tot problemen leiden bij de teelt van gewassen?“Daar kan ik eigenlijk maar 1 voorbeeld van bedenken. Sommige aardappelboeren, in met name de Flevopolder, hebben hardnekkige structuurproblemen. Dat leidt tot grote hoeveelheden kluiten die met de aardappelen mee worden geoogst. Er is gesuggereerd dat dit komt door wormen, die inderdaad veel aanwezig lijken te zijn op plekken met slechte structuur. Volgens veel boeren zou het slijm dat wormen produceren, verantwoordelijk kunnen zijn voor de structuurproblemen. We hebben hier in het verleden wel wat onderzoek naar gedaan, maar konden daar eigenlijk geen aanwijzingen voor vinden. Dat betekent trouwens niet dat die relatie er ook echt niet is – we zouden er nog meer naar moeten kijken. Een van de moeilijkheden met dit soort onderzoek is de ‘kip en ei‘-vraag: veroorzaken de vele wormen de structuurproblemen, of komen de wormen juist af op die plekken omdat ze zich daar prettiger voelen?”En moet je er van de ene worm meer hebben dan van de ander?“Zoals al gezegd, zou het in principe het beste zijn om van alle 3 groepen wormen verschillende in je grond te hebben. Dan profiteer je het meest van de verschillende dingen die wormen in de bodem doen. In de praktijk zal dat lastig zijn – omstandigheden in bouwland zijn nou eenmaal veel beter voor grondeters dan voor strooiseleters of pendelaars. Toch is het nu af en toe wel heel erg eenzijdig: nu zijn vaak wel meer dan 80% van alle wormen die in akkergrond voorkomen grondeters.”Lees verder onder de tweet.Nice collection and I’m honored that one of our articles was included. Good job, @wormscience and @OlafUCD! https://t.co/cp3JbajR9x— Jan Willem van Groenigen (@JWvanGroenigen) April 6, 2019Hoe beoordeel je de aanwezigheid van wormen in je bodem?“Je zou de wormen kunnen tellen. Dat doen we zelf ook op een tamelijk simpele, zij het tijdrovende manier. We graven een gat van 20x20x20 centimeter, gooien de grond op een vuilniszak en zoeken dan heel zorgvuldig alle wormen uit die er in zitten. Het is dan makkelijk om het om te rekenen naar aantal wormen per vierkante meter (vermenigvuldigen met 25) en ook om de hoofdgroepen wormen te onderscheiden: de grondeters zijn over hun hele lichaam bleek, grijzig of groenig. De strooiseleters zijn over hun hele lichaam rood or paarsig gekleurd, en de pendelaars hebben een rode of paarse kop en een grijzig achterlichaam. Ook zijn een stuk groter. Als je per perceel een keer of 4-6 zo’n telling doet dan heb je een goede indicatie van het aantal wormen.” Hoeveel wormen moet je dan tellen?Voor akkerland moet je eigenlijk toch wel meer dan 200 wormen per vierkante meter hebben, voor grasland meer dan zo’n 500. Maar belangrijker dan hoeveel wormen precies in de grond zitten, is misschien wel hoe actief ze zijn. Wat dat betreft zou je misschien beter naar de structuur van de bodem kunnen kijken. Zie je veel wormengangen en grote poriën, die door wormen gemaakt moeten zijn? Tot welke diepte? Gaan ze door de ploegzool heen? En zie je zogenoemde ‘middens’, plekken bovenop de grond waar pendelaars allerlei gewasresten naartoe trekken? Zie je veel uitwerpselen van wormen op de grond? Dat zijn aanwijzingen voor een gezonde, actieve wormenpopulatie.”Duurzaam bodemmanagement wint langzaam terreinSteeds meer boeren stappen over op duurzaam bodemmanagement. Maar het aantal boeren dat de ploeg echt wegdoet en kiest voor niet-kerende grondbewerking, is volgens gegevens van de Wageningen Universiteit (WUR) nog erg klein: 5% van het totale akkerbouwareaal in Nederland. Dat is dan voor een belangrijk deel geconcentreerd in Zuid-Limburg. Bij niet-kerende grondbewerking wordt meer organische stof in de bodem opgebouwd. Die extra organische stof stimuleert het bodemleven en kan daardoor belangrijker worden bij het tegengaan van bodemverdichting en het opbouwen van een goede bodemstructuur.Dit verhaal is mede tot stand gekomen dankzij de inbreng van de collega’s van Jan Willem van Groenigen, Ron de Goede en Mirjam Pulleman.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.