Bemest voor opbrengst, stuur op eiwit

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Droogte, dreigende ruwvoertekorten en een mogelijk eiwitprobleem in het najaar spelen een rol in de afweging van de best passende bemesting van grasland voor de latere sneden.Er is nog altijd een flink neerslagtekort in Nederland. Dit maakt dat veel veehouders al een stuk minder ruwvoer gewonnen hebben dan in normale jaren. Het derde droge jaar op rij trekt zijn wissel op de ruwvoervoorraden. De bemesting kan daarop worden aangepast voor de latere sneden. Daarom zullen de veehouders nu eerst sturen op opbrengst van de latere snedes, en via management het eiwitgehalte in het gras beïnvloeden. Sturen op hoog eiwit kan door op tijd te maaien. Liefst na maximaal vier weken, om de veroudering van het gras voor te blijven. Iets meer stikstof in de eerste en tweede snedeBij de laatste aanpassing van het stikstofbemestingsadvies (op basis van de laatste gegevens van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen), wordt geadviseerd om iets meer stikstof te geven in de eerste en met name tweede snede, en een wat lager bemestingsniveau in de latere snedes te hanteren. Dat geeft iets minder opbrengst in de latere snedes en ook iets minder ruweiwit. Gebruiksruimte aan stikstofBedrijven hebben ieder hun eigen gebruiksruimte aan stikstof via mest en kunstmest. De kunstmest die voor de eerste snede gegeven is, heeft vaak maar half zijn werk gedaan vanwege de aanhoudende droogte van half maart tot begin juni. Tussentijds regende het amper. In de bemesting voor de tweede snede is er rekening gehouden met de niet gebruikte hoeveelheid stikstof. Dat maakt dat flink wat boeren nog behoorlijk wat (kunstmest) stikstofruimte hebben om de derde en vierde snede, en eventueel latere sneden, volop te bemesten. Voor drijfmest geldt een uiterste uitrijdatum van 31 augustus. Kunstmeststikstof mag tot en met 14 september gestrooid worden op grasland. Rol voor kali in vochthuishoudingHet is voor de groei en transport van vocht belangrijk dat er voldoende kalium beschikbaar is. In een eerder artikel in Boerderij geeft Eurofins Agro al aan dat met de bemesting van de eerste en tweede snede met organische mest meestal wel voldoende kalium is gegeven. Het is juist voor de derde en latere sneden van belang dat er ook voldoende plantbeschikbaar kalium aanwezig is. Zeker met de natte februarimaand in gedachten schat Eurofins Agro in dat er flink wat kalium op lichtere zandgrond is uitgespoeld, waar een kaliumtekort het eerst voorkomt.
De jaaronttrekking bij 12 ton drogestofopbrengst en een kaligehalte in de kuil van 30 gram per kilo droge stof is ruim 430 kilo kali (K2O). Als de beginvoorraad door uitspoeling laag is, vraagt dit een correctie van 100 kilo kalium omdat de drijfmestgift ontoereikend is. Vaak wordt daar kali-60 voor gebruikt, maar Mark de Beer van Groeikracht waarschuwt dat dit enige zoutschade kan geven. Daarom kiest hij liever voor kali-40. Dat is chloorarm en door de iets lagere concentratie is het ook iets makkelijker te doseren.Sturen op hoog eiwit door op tijd te maaienEen ander aspect is de afgekondigde maatregel – in verband met beperking stikstofemissie – dat veehouders in de periode september tot en met december geen voeders op het erf mogen hebben met maximaal (op zandgrond) 191 of 193 gram ruw eiwit. Gras vormt daar een uitzondering op. Sturen op hoog eiwit kan door op tijd te maaien. Liefst na maximaal vier weken, om de veroudering van het gras voor te blijven. Dat houdt de verteerbaarheid van de ruwe celstof op niveau en geeft een nog redelijk goede voederwaarde, ook voor de latere sneden. Door het gewas iets droger in te kuilen is het DVE-gehalte van de te maken kuilen ook nog iets op te vijzelen. Een hoger eiwitaanbod voor de koeien wordt ook bereikt door de latere sneden vers te voeren, via weidegang of zomerstalvoeren. Het schept ook enige ruimte in de aankoop van eiwit na 1 september. Nadeel is wel dat de benutting van stikstof uit mest en kunstmest voor de omzetting naar grasgroei en eiwit aan het einde van het seizoen veelal lager ligt dan in het begin van het seizoen.Kalkammonsalpeter best passende stikstofsoortIn het algemeen is kalkammonsalpeter (KAS) de best passende stikstofsoort. De helft van KAS bestaat uit snel opneembaar nitraat, de andere helft is wat trager werkend en minder uitspoelingsgevoelig ammonium. Deze kunstmestsoort geeft dan een snelle aanvulling op de stikstof die vanuit mineralisatie beschikbaar komt. Het houdt ook nog een deel beschikbaar, mochten zich heftige buien voordoen met risico op uitspoeling, zo geeft OCI Agro aan in een van haar kennisartikelen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.