‘Bakkerszout 2.0 is nog geen gesneden koek’

Brood is één van de belangrijkste zoutbronnen in ons dieet. De bakkerijsector wil het zoutgehalte verminderen en komt met een 'bakkerszout 2.0'. Maar hoe moet je dat etiketteren? Foto: Roel Dijkstra
Vers gebakken volkoren zuurdesembrood. Daar kun je me ’s nachts voor wakker maken. Ik ben dol op brood. Altijd al geweest. En dat is niet alleen omdat ik uit een bakkersfamilie kom, maar vooral door de smaak en textuur. Hoe je met zo weinig ingrediënten (meel, water, gist of desem en wat zout) zo kunt variëren. Het aanbod aan brood is dan ook enorm en dat zie je aan de consumptiecijfers. Gemiddeld eet de Nederlander ongeveer 50 kilogram brood per jaar.
Naast alle eiwitten, koolhydraten en vezels die we op deze manier binnenkrijgen, krijgen we via brood ook behoorlijk wat zout binnen. Brood is een van de belangrijkste zoutbronnen in ons dieet. En omdat het meeste brood wordt gebakken met bakkerszout, dat met jodium is verrijkt, is brood ook nog eens een belangrijke jodiumbron.
De bakkerijsector voelt de verantwoordelijkheid om iets aan het zoutgehalte te doen, want we krijgen nog steeds teveel zout via ons eten binnen. Niet voor niets is de sector al jaren geleden hiermee aan de slag gegaan. De bakkerijsector heeft de afgelopen tien jaar de hoeveelheid zout met 25% verminderd en gemiddeld zit ons brood onder het wettelijk vastgelegd maximum zoutgehalte in brood.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









