Henk Hoving denkt dat aangepaste wetgeving de sleutel is in de oplossing van de stikstofimpasse. - Foto: Andrea van Schaik AkkerbouwAchtergrond

Akkerbouwer Henk Hoving: ‘Ik zie uitweg in stikstofbeleid’

Akkerbouwer en voormalig milieuambtenaar Henk Hoving ziet het stikstofbeleid helemaal vastlopen. Hij heeft ideeën voor een uitweg.

Bij de oprit staat het pootgoed klaar dat Henk Hoving (1955) dit voorjaar wil poten. Het is een koude voorjaarsochtend. De molens langs de IJsselmeerdijk houden zich staande tegen de wind.

Hoving is gepromoveerd chemicus. Hij deed onderzoek in Groningen en Cambridge. Hoving is ook voormalig ambtenaar bij het ministerie van VROM (later Infrastructuur en Milieu). En sinds zijn vader in 1984 besloot zich terug te trekken van het gepachte akkerbouwbedrijf in Espel, is Hoving akkerbouwer.

Hoving is als ambtenaar niet actief meer in Den Haag. Hij kan dus wat vrijer in de openbaarheid zijn verbazing uiten over de stikstofproblematiek en de manier waarop de rijksoverheid dat aanpakt.

Angel en oplossing

Hij komt steeds terug op de vergunningverlening. Daar zit nu de angel, maar volgens hem ook de oplossing. “We hebben nu veel te veel onder de vergunningplicht gebracht, tot elke kleinigheid aan toe.”

Hij trekt de vergelijking met het lijstje dat je maakt voor je op vakantie gaat. “Je kunt een lijstje maken van wat je meeneemt, maar je kunt ook een lijstje maken van wat je niet meeneemt. In het laatste geval moet je je wel realiseren dat je álles moet meenemen, wat niet op het lijstje staat. Je kunt nu voor van alles en nog wat een vergunning nodig hebben, zonder dat je dat weet. Er valt veel te veel onder de vergunningplicht. Dat is niet doelmatig en ook niet nodig volgens de Europese regelgeving.”

Die niet afgebakende vergunningplicht leidt ertoe dat velen, zoals bijvoorbeeld de PAS-melders, nu min of meer vogelvrij zijn geworden. Hoving bepleit in de wet duidelijk te regelen waarvoor je een vergunning nodig hebt. Dus een lijstje van dingen die je wél meeneemt.

En die afbakening moet dan niet worden vastgelegd op een minieme hoeveelheid stikstofdepositie. “Bij stikstof is nu een vergunning nodig als de depositie meer is dan 0,01 mol stikstof per jaar per hectare. Dat is vergelijkbaar met een halve gram KAS-kunstmest per jaar per hectare. Daarvan zeggen wij nu dat dat een significant effect zou hebben, met als gevolg dat er een vergunning nodig is.”

Vergunningplicht afbakenen

Hoving betoogt dat het best mogelijk is de vergunningplicht in de natuurwetgeving af te bakenen, zoals dat in andere milieuwetgeving ook is gebeurd. Zo’n open bepaling – ‘mogelijk significant effect’ – maakt bedrijven vogelvrij als je vervolgens stelt dat elke depositie, hoe weinig ook, al tot een significant effect leidt, vindt Hoving.

“Dat leidt tot willekeur bij de toepassing van de vergunningplicht: voor lang niet alle activiteiten die boven deze depositie komen, wordt ook werkelijk een vergunning geëist. Maar als uitgerekend voor jouw activiteit wél een vergunning nodig is, kom je er ook bijna nooit onderuit. Het bewijs dat je onder die grens van 0,01 mol blijft, is vrijwel nooit sluitend te leveren.”

Wat hem tegelijkertijd verbaast, is dat bestaande stikstofdepositie als een verhandelbaar recht wordt beschouwd, waarmee kan worden gesaldeerd. “Daar is de wet helemaal niet op ingericht. Er is geen sprake van een wettelijk systeem, waarin de depositieruimte is toebedeeld aan bedrijven of aan activiteiten. Die salderingsregels zijn niets anders dan een nooduitgang uit een vastgelopen vergunningenbeleid.”

Verhandelbare stikstofrechten zijn ook niet de oplossing, zegt hij. “De emissies op een boerenbedrijf krijg je nooit met voldoende precisie in beeld en al helemaal niet vastgelegd in een rechtensysteem.” Toch zou het bij voorbeeld voor stallen misschien wel kunnen.

Hoe het dan wel moet? Er zijn al verschillende regels voor het reguleren van stikstofemissies. Hij noemt de Wet Ammoniak en Veehouderij, het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij, de emissieregels in het Besluit gebruik meststoffen, en de emissieregels in het activiteitenbesluit milieubeheer.

Ruimte voor andere regels

“Kijk naar het totaalplaatje, kijk wat er anders moet en geef de vergunningplicht daarin een plek. Ik zeg niet dat alle stikstofuitstotende activiteiten maar zonder vergunning moeten worden toegestaan. Maar we hoeven in Nederland niet de bouw te gijzelen tot er voldoende boeren zijn uitgekocht”, aldus Hoving.

Het bewijs dat je onder die grens van 0,01 mol blijft, is vrijwel nooit sluitend te leveren

Hoving vervolgt: “We kunnen voldoen aan de verplichting om deposities verder terug te dringen zonder dat we iedere individuele activiteit tot op het minieme niveau van 0,01 mol aan een vergunning binden en pas toestaan als er wordt gesaldeerd met een even minieme hoeveelheid.”

Hoving is ervan overtuigd dat er ruimte is om de stikstofregels anders in te richten. De Europese regels schrijven Nederland niet voor op welke manier de natuur in stand moet worden gehouden. Brussel zegt ook niet hoe we stikstofneerslag in natuur moeten terugdringen.

De Brusselse regels zeggen wel dat activiteiten die mogelijk een significant effect hebben op de natuur (bijvoorbeeld door de depositie van stikstof) passend moeten worden beoordeeld. Dat betekent dat daarvoor een vergunning nodig is, die voorwaarden en beperkingen oplegt aan de vergunninghouder. “Maar dat betekent niet dat dat al geldt voor een stikstofdepositie van 0,01 mol.”

Hoving kwam ooit bij het ministerie van VROM terecht, omdat daar het beleid werd ingericht op doelgroepen. Hij had kennis van de akkerbouw en gevoel voor de agrarische productie, zoals de glastuinbouw en de bollenteelt. Hij bracht als ambtenaar de boerenkennis binnen het ministerie.

Meedenken met de boer

Felix Luitwieler – ‘die mag je best noemen’ – gaf leiding aan de afdeling waarvan Hoving deel uitmaakte. “Luitwieler zei dat het goed zou zijn als we naar de praktijk zouden luisteren bij de vorming van het milieubeleid. Niet iedereen binnen het ministerie dacht er zo over, maar wij waren van het meedenken.”

Hoving zou graag zien dat die houding er ook zou zijn bij de Nederlandse uitvoering van de Europese regels voor natuurbehoud. Het ministerie van LNV staat in crisisstand. Hij hoorde van een landbouwambtenaar dat ze geen tijd hebben om nieuwe wet- en regelgeving te maken, omdat ze een crisis op moeten lossen. “Mijn stelling is dat de crisis grotendeels wordt veroorzaakt door de gebrekkige wetgeving.”

Hoving neemt een slok van zijn koffie en ziet buiten de windmolens draaien, waarvan het geluid tot zijn ergernis doordringt tot in de woonkamer. “Als geluid stikstof was geweest, waren die molens er nooit gekomen”, zegt hij. Hij hoopt op beter weer, zodat het pootgoed op tijd de grond in kan.

Reacties

  1. Zeer WIJZE woorden. Jammer dat LNV geen gebruik maakt van zijn kennis en inzicht. ALS ze dat 20 jaar geleden gedaan hadden zou er kapitalen aan rechters advocaten vergaderkosten bespaard zijn. TRIEST dat kennis ontbreekt waar dat broodnodig is.

Beheer
WP Admin