Aandeel robuuste rassen in bio-aardappelteelt groeit

Foto: Ton Kastermans Fotografie

Foto: Ton Kastermans Fotografie


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Teeltjaar 2018 is niet het meest geschikte jaar om aardappelrassen te testen op hun gevoeligheid voor phytophthora. Dat bleek tijdens een bijeenkomst van de ketenorganisatie Bionext op een demonstratieveld in Zeewolde (Flevoland).Op het demoveld staan 20 zogenoemde robuuste aardappelrassen bij elkaar, met als doel telers te laten zien hoe deze rassen zich in de praktijk houden. Naast het demoveld in Zeewolde zijn er ook in Munnekezijl en in Dinteloord demovelden met dezelfde rassen aangelegd. Phytophthora is dit jaar nog niet gevonden, maar de demo geeft wel een goed beeld van het karakter van de verschillende rassen.Belangstellenden krijgen bij een Bionext demoveld uitleg over robuuste aardappelrassen. - Foto: Ton Kastermans FotografieDe demovelden zijn een uitvloeisel van het convenant ‘Versnelde transitie naar robuuste aardappelrassen’. Dat convenant is vorig jaar getekend door de biologische telers, de aardappelkwekers en de retail. De directe aanleiding voor het convenant is de grote schade die phytophthora in 2016 aanrichtte in de biologische aardappelteelt. Het gezamenlijke doel is om in de biologische aardappelteelt in 2020 100% phytophthora-resistente en andere robuuste aardappelrassen te telen om daarmee de teelt te verduurzamen. Helft geteelde bio-aardappelen is robuust rasEen robuust ras heeft als definitie dat het resistent is tegen phytophthora of dat het zo vroeg is dat er al een opbrengst onder zit voordat phytophthora toeslaat. Het is aan de kweekbedrijven overgelaten welke van hun rassen zij als robuust aanmerken. Bionext-projectleider Maaike Raaijmakers meldt dat dit jaar ongeveer de helft van de biologisch geteelde aardappelen uit robuuste rassen bestaat. Vorig jaar was dat nog 30% en de verwachting is dat het volgend jaar richting 70% gaat.Zuinig zijn op beschikbare resistentiegenenOnderzoeker Peter Keijzer van het Louis Bolk Instituut benadrukt het belang om zuinig te zijn op de beschikbare resistentiegenen, daarvan zijn er maar 7 of 8. Een nieuw resistentiegen beschikbaar maken is erg moeilijk. Bij de bestaande resistente rassen is de resistentie gebaseerd op slechts 1 gen. Zonder goed resistentiemanagement is de kans groot dat de resistentie doorbroken wordt. Teel meerdere resistente rassen met verschillende resistentiegenen naast elkaar om risico te spreidenVia het veredelingsproject Bio-impuls wordt gewerkt aan stapeling van resistentiegenen om de kans op een resistentiedoorbraak te verkleinen. De verwachting is dat het nog zeker 2 tot 3 jaar duurt voordat meerdere genen ingekruist zijn, en dan moet er ook nog een ras ontwikkeld worden. Vooralsnog is het advies aan telers om de robuuste rassen goed te scouten en bij een infectie direct in te grijpen om te voorkomen dat een gemuteerde phytophthorastam zich definitief kan vestigen. Een tweede advies is om meerdere resistente rassen met verschillende resistentiegenen naast elkaar te telen om risico te spreiden. Teler gebaat bij herkennen type resistentieEen beperking hierin is nog dat niet van alle rassen bekend is waarop de resistentie gebaseerd is. Kwekers, eigenaren van de rassen, houden die informatie liever voor zichzelf. Keijzer pleit er daarom voor om met een systeem te gaan werken, bijvoorbeeld met kleuren voor ieder type resistentie, om de verschillen tussen de rassen aan te geven. Telers kunnen daar bij hun rassenkeuze rekening mee houden.Lees ook: Klimaatverandering vraagt flinke aanpassing aardappelteelt

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.