Home

Achtergrond 5 reacties

‘Kosten voerspoor niet bij boer neerleggen’

Aanpassingen in het veevoer worden als belangrijk middel gezien om de stikstofuitstoot te verlagen. Henk Flipsen, directeur van Nevedi, vindt dat boeren de kosten niet zelf hoeven dragen.

Flipsen is een drukbezet man. Het was zoeken naar een plek in zijn agenda om een interview met Boerderij te plannen. Flipsen wijt de drukte aan de actualiteiten, waarbij ook input van de diervoedersector verwacht en gevraagd wordt.

Nevedi presenteerde afgelopen jaar een nieuwe visie voor de komende jaren. Samenwerking staat daarin centraal. Dat betekent overleggen met allerlei (keten)partijen, ook met het vorig jaar opgerichte Landbouw Collectief en met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Over stikstof en hoe voer daarin een oplossing kan zijn, is de laatste tijd veel gesproken en dat zal nog even zo doorgaan. Uitspraken over wat de oplossing precies moet zijn, doet Nevedi echter niet. Flipsen: “We hebben vanaf het begin gezegd: wij als Nevedi gaan niets roepen over mogelijke oplossingen. We geven onze informatie die we hebben aan de partijen die ermee bezig zijn.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Henk Flipsen (54) is sinds 2007 als directeur-voorzitter het boegbeeld van Nevedi (Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie), de belangenbehartiger voor de Nederlandse producenten en leveranciers van diervoeders. Voorheen werkte hij bij Wessanen Mengvoeders, ZLTO, en was hij algemeen directeur van geitenzuivelcoöperatie Amalthea en de Coöperatieve Boskoopse Veiling. - Foto: Fred Libochant
Henk Flipsen (54) is sinds 2007 als directeur-voorzitter het boegbeeld van Nevedi (Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie), de belangenbehartiger voor de Nederlandse producenten en leveranciers van diervoeders. Voorheen werkte hij bij Wessanen Mengvoeders, ZLTO, en was hij algemeen directeur van geitenzuivelcoöperatie Amalthea en de Coöperatieve Boskoopse Veiling. - Foto: Fred Libochant

Het voerspoor wordt gezien als één van de maatregelen om de uitstoot van stikstof terug te dringen. Hoe is Nevedi hier precies bij betrokken?

“We spreken met het Landbouw Collectief en met het ministerie over technische maatregelen. Belangrijk is dat deze haalbaar en niet onnodig duur zijn, en hoe we die handen en voeten kunnen geven. In de praktijk op het boerenerf zal dat zich wat voer betreft vertalen in advies over eiwit in het rantsoen. Dan kom je al snel uit bij de voervoorlichters. Zij kunnen per bedrijf kijken welke mogelijkheden er zijn om stikstofuitstoot te verlagen. Hoe je dat organiseert is nog wel een vraag, want zij zijn in dienst van de diervoederbedrijven en niet van de overheid.

Ik vind dat wanneer een boer voermaatregelen, of andere maatregelen neemt om de stikstofuitstoot te beperken die extra kosten met zich meebrengen, die ook ergens gedeclareerd moeten kunnen worden. Bijvoorbeeld kosten door verandering in bedrijfsmanagement of bijbehorende voorlichting. Boeren moeten weten waar de rekening naartoe kan. Er moet een compensatie tegenover staan, anders is er wel urgentie om maatregelen te treffen maar ontbreekt flankerend beleid. Daar denken we in mee.”

Als de overheid bewust boeren gaat uitkopen, is de overheid ook verantwoordelijk voor de consequenties daarvan

In de nieuwe visie houdt Nevedi rekening met een krimp van de veestapel in de komende jaren. Hoe kijkt de veevoersector hier naar?

“Boeren stoppen om verschillende redenen. Boeren die stoppen via bijvoorbeeld een vrijwillige opkoopregeling, is een vorm van marktwerking. Daar kunnen we niets op tegen hebben. Ik vind wel dat wanneer de overheid bewust boeren gaat uitkopen, de overheid ook verantwoordelijk is voor de consequenties daarvan. Boeren uitkopen heeft direct impact op de diervoederindustrie. Hetzelfde geldt voor het innemen van ruimte die ontstaat door stikstofmaatregelen. We hebben het ministerie laten weten dat we dat niet zo maar vanzelfsprekend vinden. Zodra er beslissingen gemaakt gaan worden die van invloed zijn op de omzet van onze leden, vinden we dat de minister vooraf met ons in gesprek moet om samen naar een oplossing te kijken. Ik ben dan ook benieuwd hoe de opkoopregeling van varkensbedrijven, waarvan de inschrijving nu loopt, gaat uitpakken en hoe het ministerie omgaat met de impact op de diervoedersector.”

Hele keten moet weten: wat zijn de beleidsdoelen, wat vraagt de markt en hoe gaan we dat beantwoorden?

Nevedi wil in de dierlijke ketens meer samenwerken met andere partijen. Gebeurde dit dan voorheen nog niet?

“Natuurlijk was er overleg, maar overleg is redelijk vrijblijvend. Er is een groeiend aantal uitdagingen, zoals klimaat, verduurzaming en circulariteit, die om intensievere samenwerking vragen. We moeten van die vrijblijvendheid af. Om de onderliggende doelen te behalen die door de verschillende ketens zijn vastgesteld, zoals in Duurzame Zuivelketen, Vitale Varkenshouderij of Pluimvee Circulair, zijn avv’s (algemeenverbindendverklaringen, red.) nodig. We onderzoeken de mogelijkheden met de verschillende sectoren of we naar een organisatievorm kunnen waarin de gehele keten vertegenwoordigd is. Voor de hele keten moet dan duidelijk zijn: wat zijn de beleidsdoelen, wat vraagt de markt en hoe gaan we dat beantwoorden? Zo kunnen de partijen samen de impact van een bepaalde marktvraag beter beoordelen en hoe deze het beste in de keten ingebouwd kan worden.

Voor Nevedi betekent dat dat we onszelf ook opnieuw moeten organiseren. Er zijn op dit moment naast Nevedi nog een aantal organisaties die ieder een deel van de diervoersector en/of de toelevering vertegenwoordigen. Er moet meer samenwerking komen tussen deze partijen. Je kunt niet van de zuivelsector verwachten dat ze met alle organisaties die de diervoersector vertegenwoordigen apart gaat praten wanneer dat nodig is.

Nevedi heeft afgelopen jaren afspraken gemaakt over het fosfaatvoerspoor met NZO, LTO en de accountantskantoren. Eigenlijk is dat niet voldoende. Zulke afspraken zou je met alle ketenpartijen moeten maken en niet slechts met een paar partijen. Dus zowel verticaal als horizontaal moeten we ons beter organiseren.”

Als je de bedrijfs- of organisatiebelangen voorop stelt, weet je zeker dat samenwerken niet lukt

Alle partijen in een keten moeten zich dus committeren aan doelen. Is dat wel haalbaar, al deze partijen hebben immers tegengestelde belangen?

“Dat is zeker haalbaar. Maar dat kan alleen wanneer individuele commerciële belangen bij de bedrijven blijven. Als je de bedrijfs- of organisatiebelangen voorop stelt, weet je zeker dat het niet lukt. De manier waarop doelen worden gesteld, moet wel ruimte laten voor normaal ondernemerschap. Achter gemaakte keuzes moet een economisch model met perspectief zitten. De vrijblijvendheid moet er af, maar er moet ondernemerszekerheid voor terugkomen.”

Wat betreft de kringloopgedachte is er de wens om het aandeel co-producten in diervoeders te vergroten. Valt hier nog wel wat te winnen en waar dan precies?

“Dat is niet makkelijk. We gaan in Nederland al heel efficiënt om met co-producten. Alle co-producten uit de levensmiddelenindustrie die we in diervoeder kunnen gebruiken, gebruiken we daar ook voor. Sterker nog, er zit druk op de co-producten. Levensmiddelenfabrikanten zien ook dat er een hype van plantaardige, vegetarische producten is waarvoor sommige co-producten als grondstof kunnen dienen. Er zijn innovatieprojecten die uitzoeken of voorkomen kan worden dat bepaalde producten naar de diervoedersector gaan. Logisch vanuit de markt gezien, maar een extra opgave voor de diervoedersector die moet gaan voldoen aan doelen volgens kringlooplandbouw en het klimaatakkoord. Daarmee wordt er ook een beroep gedaan op de innovatieve kracht in de sector om op zoek te gaan naar diervoedergrondstoffen die we nu nog niet kennen als zodanig.”

Wat betreft eiwit uit de eigen regio: is het wel haalbaar om al het benodigde eiwit voor veevoer uit Europa te halen?

“Het duurt nog minstens twintig jaar voordat het mogelijk zou zijn om al het eiwit uit Europa te halen. Import van geschikt eiwit is nodig om vee in Europa te blijven voeden op een productieve en economisch verantwoorde manier. Initiatieven voor alternatieve eiwitten, zoals insecten en algen, zijn nog relatief duur en klein. De Europese wetgeving beperkt mogelijkheden voor het gebruik van dierlijke eiwitten in diervoeder. Plantaardige eiwitproductie loopt aan tegen wetgeving voor GMO’s. In Europa zijn vooralsnog geen goede alternatieven voor soja. Een gewas ontwikkelen dat in Europa kan groeien, dezelfde aminozuursamenstelling heeft als soja en economisch interessant is, duurt met de klassieke veredeling erg lang. Met GMO of andere snellere veredelingstechnieken zou dit sneller kunnen. En dan heb ik het nog niet gehad over de beschikbaarheid van voldoende landbouwareaal en de verdringing van andere belangrijke gewassen die daar nu groeien.”

Nevedi: niet onszelf buitenspel zetten

Nevedi-directeur Henk Flipsen ziet dat de maatschappelijke discussie over de herkomst van diervoedergrondstoffen veel gebaseerd is op gevoel. Hij pleit voor een discussie gebaseerd op feiten, want eiwit van overzee blijft, zowel in de EU als in Nederland, volgens hem hard nodig. “We zouden ons meer zorgen moeten maken over of de overzeese eiwitten op termijn voor ons nog wel beschikbaar zijn. De wereldwijde vraag ernaar neemt sterk toe. We hebben belang bij goede en verantwoorde grondstoffen, maar we moeten onszelf niet buitenspel gaan zetten door op voorhand te zeggen dat we af willen van overzeese grondstoffen. Dan verliezen Europese boeren hun concurrentiepositie. Nederland kan zich met ons agrarisch ondernemerschap beter als wereldwijd voorbeeld profileren richting klimaatneutrale kringlooplandbouw. Dat biedt perspectief. Wensdenken kost ons de kop.”

Lees alles over het stikstofbeleid en het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in dit dossier.

Laatste reacties

  • kanaal

    het geld is gewoon op.

  • agratax(1)

    @kanaal. Jij stelt dat geld op is, ik zet daar dan bij dat het vruchtbare grond onvoldoende aanwezig is, als we naast de groeiende wereld bevolking ook de wilde dieren willen voeden en een "uitloop" van voldoende grootte gunnen.

  • Jan 10

    Als er ergens geld in de keten zit is het wel bij de voerjongens.

  • husky

    @18:34 bij de grote voerjongens zeker.

  • Lijkt me toch dat de overheid met een beloning systeem komt voor boeren die het goed doen en niet met extra kosten.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.