1959: Koeien drinken uit poel of sloot

Foto: Misset
In 1959 dronken koeien die in de wei liepen gewoon uit de sloot.Het scheelde een hoop werk want daar waar geen waterleiding was, kostte het water geven op stal veel tijd. Het ging met emmers water uit de put of via een glijgoot die onder de zwengelpomp werd gehangen.Nee, dan het voorjaar en de zomer, dan redden ze zichzelf met een sloot of soms een ondiepe poel. Daarin was het water al snel niet erg schoon meer. De kanten werden vertrapt en als de koeien er bij erg warm weer in gingen staan, woelden ze met hun poten de rottende, zwavelhoudende bodemdrab omhoog. Met een beetje pech zaten de modderige kanten na de zomer ook nog eens vol leverbotslakjes.Artikel gaat verder onder de fotoFoto: MissetZo’n waterpoel kon tijdens hete zomers opdrogen. Boeren maakten hem dan in het midden een beetje dieper. In het ‘putje’ verzamelden zich soms modderkruipers, een aal-achtige vis die ook wel bolderaal, aalpieper, fluit-, donder- of weeraal werd genoemd. Dat laatste omdat hij het weer zou kunnen voorspellen. Bij naderend onweer en stijgende luchtdruk, begon hij wild te kronkelen.In de gaten houdenKoeien die uit de sloot dronken, moesten in de gaten worden gehouden. Als het gras aan de overkant lekkerder leek, zwommen ze er eenvoudig heen. De enkele keer dat een koe er niet meer uitkwam, was als de slootkant te stijl was.Dit artikel is te lezen in Boerderij 34 van dinsdag 22 mei en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









