1939: Molens tot soms wel 45 meter hoog
Molens deden vroeger wat fabrieken nu doen. Ze maalden, persten en pelden de boerenproducten uit binnen- en buitenland.

Een stellingmolen was meestal een korenmolen. Gebouwd op een achtkantig of - zoals op de foto - een rond onderstel van steen, was het geheel enorm hoog, tot wel bijna 45 meter. Hoe hoger, hoe meer wind de wieken immers konden vangen. - Foto: Misset
Ooit stonden ze overal in het land. Molens waren onmisbaar, ze werden ingezet bij het waterbeheer, om bomen tot planken te zagen, olie uit zaden te persen en graan tot meel te vermalen. Zoveel taken zoveel uitvoeringen, geen molen was hetzelfde.Er waren middenkruiers, onderkruiers en bovenkruiers. Dat sloeg op het draaipunt. Bij een onderkruier kon de hele kast in de wind gedraaid worden, bij een bovenkruier alleen het bovenste deel met de wieken; de kap.
De zeilen op de wieken spannen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Tegenwoordig wil men windmolen gebruiken om de economie aan te drijven terwijl vroeger al stoom en dieselmotoren in de windmolens werden geinstalleerd omdat wind te onbetrouwbaar was.