1930: Aardappelen voor goede conservering

Foto: Misset
Op deze foto uit 1930 is gras vermengd met gesneden aardappelen te zien.De aardappelen zijn als witte horizontale strepen te zien. Een onderzoek uit die tijd (pdf) rept van goede aanwijzingen dat gemaaid gras eerder te weinig zetmeel bevatte dan te weinig eiwit. Dat zetmeel was wel nodig bij de vorming van conserverend melkzuur. Vandaar de opmerking dat de toevoeging van fijngemaakte aardappelen of bieten bij het inkuilen een werkwijze was die zeker aandacht verdiende. Gesneden aardappelen, soms ook knollen, samen met gras inkuilen zorgde door de aanwezigheid van extra koolhydraten voor het sneller dalen van de zuurgraad. Daardoor verbeterde de conservering. - Foto: MissetKoeien geven er ‘bèst’ opAchterop de foto staat dat de koeien er ‘dol op zijn en er bèst van geven’. Ofwel: de melkproductie ging als een tierelier. Gras inkuilen was in die jaren nog zeldzaam. De meeste boeren hielden het bij hooien omdat het inkuilen vaak nog mislukte. Het werd een natte, vieze bedoening waar de koeien helemaal niet dol op waren laat staan dat ze er bèst van gaven. Afdekken met zandHet afdekken gebeurde nog niet met plastic zoals nu het geval is. Men gebruikte zand. Dat de bovenlaag een beetje mengde met het gras, was niet erg, die werd bij het aanbreken van de kuil toch opzij geschept. Van een dichte kuilvloer was ook nog geen sprake, wel werden soms takken op de grond gelegd voordat het gras erop kwam. Maar net zo vaak kwam de kuil gewoon op de grond te liggen. De zure sappen die weglekten, maakten dat er op die plek lange tijd amper iets wilde groeien. Dit artikel is te lezen in Boerderij 5 van dinsdag 31 oktober en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









