Zoeken naar nieuwe landbouw in divers landschap

Foto: Ruud Ploeg
Vergroening is het sleutelwoord in het nieuwe EU-landbouwbeleid dat in de maak is. Betalingen worden nog meer gekoppeld aan groene tegenprestaties. Maar hoe ziet dat eruit? 500 boeren zijn aan het experimenteren.De biologisch-dynamische boerderij Hoeve Biesland in Delfgauw was twee jaar geleden het podium waar landbouwminister Carola Schouten haar visie gaf op de toekomst van de Nederlandse landbouw. Kringlooplandbouw was het kernwoord in de visie die de titel Waardevol en Verbonden meekreeg. Die kringloopgedachte heeft inmiddels ook postgevat in Europa. De Green Deal van Europees klimaatcommissaris Frans Timmermans borduurt voort op het gedachtegoed van Schouten.Tekst gaat verder onder het kaderDoelen in nieuw GLBvoldoende inkomen en voedselzekerheid;concurrerende en marktgerichte landbouw door onderzoek, digitalisering en gebruikmaking van technologie;versterking van de positie van de boer in de keten;aanpassing aan veranderend klimaat en zuinig en duurzaam energiegebruik;duurzaam (her)gebruik van water, bodem en lucht;verbetering van de biodiversiteit, behoud van landschap en natuur;verjonging van de agrarische sector;ontwikkeling van de plattelandseconomie;aanpassing aan de maatschappelijke vraag op gebied van dierenwelzijn;gezond, duurzaam en veilig voedsel.GLB-pilots voor handvatten in de praktijkDe kringloopgedachte is een abstract beeld, dat pas handen en voeten krijgt in de praktijk. Daartoe experimenteren 500 boeren sinds maart 2019 op verschillende plekken in zeven verschillende pilots (zie kader 2). Met als doel te werken aan klimaat, kringlooplandbouw en biodiversiteit.In het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) komt binnen de directe betalingen naast de basispremie een nieuwe vrijwillige ecoregeling. Het landbouwministerie wil vooral inzetten op extra beloning voor extra vergroening. De ecoregeling moet dienen als stimulans voor boeren, bovenop de basispremie. Het nieuwe GLB gaat overigens pas in 2023 in, twee jaar later dan aanvankelijk gepland. Hoe groot het budget wordt is nog niet duidelijk, daarover moeten de Europese regeringsleiders nog een besluit nemen.De pilots zijn bedoeld om te zien hoe de kringlooplandbouw kan worden gerealiseerd in een divers boerenlandschap. Omdat ieder cultuurlandschap om andere maatregelen en doelstellingen vraagt, zijn de zeven pilots verspreid over heel Nederland.“De pilots leveren interessante informatie op over de keuze van boeren. Welke maatregelen hebben hun voorkeur? En wat is haalbaar? Het is maatwerk. Er zijn geen uniforme maatregelen die overal toe te passen zijn. Dat is belangrijke informatie die wij met alle collectieven meenemen in ons advies aan het landbouwministerie”, aldus BoerenNatuur-adviseur Willemien Geertsema.Lees verder onder de fotoHans Roeleveld (57) doet mee aan de GLB-pilot ‘Naar 50 tinten groen in het kleinschalige cultuurlandschap’. Hij doet vooral aan akkerrandenbeheer. - Foto: Ruud Ploeg‘Er is niks zo effectief als akkerrandenbeheer’Extra geld voor extra natuurbeheer. Dat is de reden waarom Hans Roeleveld, mede-eigenaar van Hasman Landbouwbedrijf in Beuningen (Ov.), meedoet aan de Twentse GLB-pilot.
Roeleveld is een natuurliefhebber en wil best investeren in natuur, maar daar moet dan ook een vergoeding tegenover staan. Een vergoeding uit het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLB)-potje gaat echter niet op, want het grootste deel van Roeleveld zijn grond is daar niet voor aangewezen. Zo’n 150 hectare ligt in of rondom Natura 2000-gebied, waarmee deze grond uitgesloten is voor agrarisch natuurbeheer. Juist voor deze gronden biedt het GLB-project dus perspectief.
GLB is nieuwe pad
Het landbouwbedrijf zet zich al jaren in voor agrarisch natuurbeheer, bijvoorbeeld met percelen eiwitrijk grasland en grasklaver. “Dat vind ik interessant, maar het moet ook wat opbrengen”, vindt de melkveehouder. “Het nieuwe GLB met de vergroeningseisen is het nieuwe pad. Daar moeten we dan wel bij aansluiten.” Roeleveld vindt overigens dat de agrarische collectieven zeer geschikt zijn voor de uitvoering van de projecten. “Zij hebben de kennis van het gebied en kunnen resultaatgericht werken.”
Insectenparadijs
Rondom de maispercelen zaait Roeleveld akkerranden. Op vruchtbare gronden vaak zaaimachine breed, ongeveer 3 meter. Op wat minder productieve percelen een veelvoud hiervan. Of dat beheer effectief is? “Er is niks zo effectief als akkerrandenbeheer. Het wemelt er van de insecten, bijen, hazen en reeën. Ook de buurt vindt het prachtig.” Bovendien is het ook maar net hoe je ernaar kijkt, vindt Roeleveld. “Waar niets is (aan insecten en biodiversiteit), kun je veel winst boeken. Waar al iets is, kun je het slechts verrijken.”
Het landwerk doet Roeleveld zelf, ook het spuiten van de mais. “De akkerranden hebben het voordeel dat je een bufferzone creëert. Daardoor spoelen minder nutriënten en middelen uit naar de watergangen van het waterschap. Dat is een win-winsituatie.”
Vergoeding
Of het zaaien van die akkerranden en eiwitrijke grasmengsels rendabel is? “Natuurbeheer kost rendement”, is het overtuigende antwoord. “Je moet planten uit laten groeien en eerst laten bloeien, voordat je het maait. Dat kost kwaliteit en opbrengst.” Toch is Roeleveld te spreken over de vergoeding voor akkerranden, zo’n € 2.000 per hectare per jaar. De vergoedingen worden gebaseerd op opbrengstverlies en de extra arbeid die nodig is.
Bedrijfinfo
370 stuks melkvee
175 hectare grond in gebruik
150 hectare in en rond Natura2000-gebied
20 hectare natuurlijk graslandEen akkerrand rond een perceel mais. Een van de vele vergroeningsmaatregelen die boeren kunnen nemen in het nieuwe GLB 2021-2027. De akkerrand levert – naast meer insecten en kruiden – een bufferwerking tussen het gewas en de watergang.Uitbreiding pilotsDe zeven pilots eindigen op 31 maart 2021. Maar landbouwminister Schouten ziet het belang van de pilots en heeft daarom besloten de pilotregeling voort te zetten. Daarmee moet extra experimenteerruimte ontstaan, bijvoorbeeld over regelingen voor beloningen via puntensystemen en over een gebiedsaanpak. De beoogde looptijd van de nieuwe pilots is vanaf 1 januari 2021 tot 1 april 2023. LNV houdt rekening met een budget van € 6 miljoen. De exacte invulling van de nieuwe pilots is nog onbekend. Geertsema: “Het ministerie wenst extra ruimte om van ervaringen in de praktijk te leren. Dat kan via verdiepende opdrachten aan bestaande pilots, maar ook door uitbreiding met nieuwe thema’s en pilots.” Dit najaar volgt meer informatie.Tekst gaat verder onder het kaderDit weten we van de zeven lopende GLB-proefprojectenIn maart 2019 zijn zeven proefprojecten opgezet. Doel is een grotere effectiviteit van maatregelen in de sector voor klimaat, bodem, water, lucht, landschap en biodiversiteit. Betalingen worden sterker dan nu gekoppeld aan groene tegenprestaties van boeren. Er wordt gezocht naar de beste invulling op lokaal niveau.
In totaal doen ongeveer 500 boeren mee aan de praktische pilots. Zij ontvangen een vergoeding waarvan de hoogte afhankelijk is van wat ze doen. In totaal is er € 9 miljoen beschikbaar voor de proefprojecten die eindigen op 31 maart 2021. Elke pilot heeft andere doelen, afgestemd op het landschap en op doelen van andere lokale partijen (waterschappen, provincies) die haalbaar zijn voor het gebied.
De pilot Akkerbelt richt zich op de akkerbouwstrook die loopt van Zeeland tot Groningen. Akkerbouwers experimenteren met een keuzemenu van 40 vergroeningsmaatregelen, zoals bloemrijke akkerranden, meer inzaai van groenbemesters en ecologisch slootbeheer. Negen agrarische collectieven werken mee.In Limburg ligt de focus op natuurinclusieve landbouw, aangepast op het Limburgs landschap. Tachtig boeren doen mee aan de pilot en nemen maatregelen zoals de aanleg van kruidenrijke graslanden, gefaseerd maaibeheer en mechanische onkruidbestrijding. Doel is om een gezond voedselsysteem met een passend verdienmodel voor de boer te verkrijgen. Collectief Natuurrijk Limburg en agrarisch adviesbureau Arvalis trekken de kar. Drie collectieven in Friesland en Groningen richten zich op vergroeningsmaatregelen en testen een puntensysteem om maatregelen van boeren te waarderen en te belonen. Extra inzet voor het nemen van vergroeningsmaatregelen levert de boer meer geld op. De maatregelen lopen uiteen van houtsingels om het open akkerbouwgebied te vergroenen, tot het uitrijden van ruige mest in en buiten weidevogelgebieden.Vijf agrarische collectieven werken aan versterking van het kleinschalig cultuurlandschap op de zandgronden in de provincies Gelderland, Overijssel, Utrecht en Noord-Brabant. Daartoe moeten de 75 boeren die meedoen op minimaal 7% van hun grond groene maatregelen nemen, zoals de aanleg van akkerranden, kruidenrijke graslanden en het verbouwen van eiwitrijke gewassen. De nadruk ligt op behoud en ontwikkeling van het kleinschalige landschap. Drie veenweidecollectieven onderzoeken wat het beste past in vergroening van de waterrijke veenweidegebieden in voornamelijk Noord- en Zuid-Holland. Speerpunten binnen het programma zijn het ontwikkelen van een maatregelenmenu, het ontwikkelen van een effectieve groenblauwe dooradering en het versterken van de relatie tussen overheidsideeën voor vergroening en ideeën vanuit de keten. De maatregelen zijn gericht op prestaties die ook zijn opgenomen in duurzaamheidsprotocollen van de zuivelindustrie. Ongeveer veertig veehouders doen mee aan de pilot.In Noordwest-Overijssel is het collectief op zoek naar een effectieve vergroening van de melkveesector, met de kievit als boegbeeld. In vier aangewezen pilotgebieden worden maatregelen zoals plasdras, een beheermozaïek van maaien en weiden, kruiden- en insectenrijke stroken en een aangepast bemestingsregime toegepast. Boeren kunnen zelf kiezen wat binnen hun bedrijfsvoering en het landschap past. Hoe meer en zwaarder de maatregelen, hoe hoger de vergoeding.Deze pilot moet boeren en tuinders meer kans geven om mee te praten over de beste duurzaamheidsmaatregelen op hun bedrijf. Dit gebeurt in twee fasen. In de eerste fase inventariseert LTO Nederland met een enquête en bijeenkomsten samen met boeren naar de mogelijkheden. In de tweede fase worden concrete bedrijfsplannen uitgewerkt. Het doel is een duurzaam, doelmatig en boerderijproof GLB te vormen.Ook het verbouwen van eiwitrijk grasland is een van de maatregelen die in aanmerking komt voor een vergoeding vanuit het GLB. Het sluit aan bij de kringloopgedachte.Nationaal Strategisch PlanAlle EU-lidstaten moeten binnen het nieuwe GLB een Nationaal Strategisch Plan opstellen. Daaruit moet blijken hoe lidstaten werken aan de doelen die de Europese Commissie heeft gesteld op gebied van onder andere klimaat en biodiversiteit. De ervaringen uit pilots gelden voor Nederland als input voor dit plan. De Europese Commissie rekent EU-lidstaten af op de plannen en doelen, mogelijk zelfs in de toekenning van Europees geld.De minister streeft ernaar om een ruwe versie van het plan klaar te hebben in de zomer van 2021. Eind 2021 of begin 2022 wordt het plan ingediend in Brussel. Het nieuwe GLB treedt op 1 januari 2023 in werking. Tot die tijd geldt het huidige beleid met het huidige budget.Medeauteur: Stefan Essink
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









