Zo doen zij dat: Lichte biggen na worp oppeppen

Foto: Michel Velderman
Zeugenhouders Ruud Huls, Wim Rolly en Gert Altena vertellen hoe zij hun lichte biggen meteen na de worp oppeppen en een kans bieden.Het aantal gespeende biggen per zeug per jaar is de afgelopen 15 jaar flink toegenomen. In 2017 werden 29,1 biggen grootgebracht per gemiddeld aanwezige zeug, tegen 22,1 biggen in 2002, zo becijferde Wageningen University & Research. Dat is een toename van 30%. De toegenomen productie wordt veroorzaakt door verbeterd management van de zeugenhouders en het fokkerijbeleid. Zeugenhouders Huls, Rolly en Altena spenen alle 3 meer dan 30 biggen per zeug per jaar. Wat doen zij om hun lichtste biggen op te peppen en een kans te bieden?Voor een goede start is een aantal zaken van cruciaal belang. De biggen dienen droog en warm te worden en op de eerste dag voldoende biest op te nemen. Bij Huls, Rolly en Altena worden grote biggen even apart gelegd, zodat ook de kleinste dieren een plaats aan het uier kunnen bemachtigen. Na de biestopname selecteren de zeugenhouders de biggetjes op grootte. Het kleine grut wordt bij elkaar gelegd, om uniforme tomen te maken. Bij zeugen met kleine spenen maken de kleinste biggen de grootste kans om goed te drinken en te groeien. Lees over de aanpak van Huls, Rolly en Altena en over de afwegingen die zij maken.‘Lichte big zo snel mogelijk droog en warm krijgen’Zeugenhouder Ruud Huls pept lichte biggen op door ze droog te maken, warm te laten worden en voldoende biest op te laten nemen.
Ruud Huls (35) heeft in het Gelderse Silvolde een zeugenbedrijf. De afgelopen jaren groeide de zeugenstapel van 1.100 naar 1.300 dieren. De speenleeftijd is 23 dagen. Huls levert biggen van 25 kilo af voor de Duitse markt. - Foto’s: Koos GroenewoldHuls werkt met vloerverwarming en warmtelampen, om een temperatuur boven 30 graden te garanderen.Bedrijfsgegevens1.300 Danbred-zeugen35 gespeende biggen per zeug per jaar13% uitval in de kraamstal7.400 gespeende biggenplaatsenBij de lichtste biggen is het soms nodig om biest in de bek te spuiten“We streven ernaar om iedere big de eindstreep te laten halen en zo goed mogelijk af te leveren voor de Duitse markt.” Met 1.300 hoogproductieve Danbred-zeugen (x PIC 408) lukt het zeugenhouder Huls om 35 biggen per zeug per jaar te spenen. “Natuurlijk zitten er ook lichte biggen tussen. Maar we willen graag iedere big een kans bieden. Daar doen we echt ons best voor. We proberen optimale omstandigheden te creëren. Dat begint al bij de zeugen. Biggen van een fitte en conditioneel sterke zeug maken de grootste kans”, aldus de varkenshouder.Huls werkt met een weeksysteem. Spenen gebeurt traditioneel op woensdag. Donderdag en vrijdag zijn worpdagen. Zeugen die op donderdag niet werpen, worden ingeleid. De kraamstal is het domein van Ellis, de vriendin van Ruud. Zij zorgt ervoor dat pasgeboren biggen de zorg en aandacht krijgen die ze verdienen. “We beginnen op donderdag en vrijdag al vroeg, zo rond 5.30 uur. De laatste ronde op donderdag eindigt rond twaalven. We proberen het aantal uren zonder kraamzorg zoveel mogelijk te beperken”, aldus Huls.De kleinste en lichtste biggen moeten snel droog en warm worden. Dat is essentieel, stelt Huls. “We werken met vloerverwarming en warmtelampen, om een temperatuur boven 30 graden te garanderen.”Kleine biggen bij zeugen met kleine spenenBiestopname is cruciaal voor een goede start. Na het opdrogen vinden gezonde en actieve biggen vlot hun weg naar het uier. Bij grote tomen worden de eerste biggen apart gelegd, zodat de kleinere biggetjes ook de kans krijgen om te drinken. “Bij de lichtste biggen is het soms nodig om biest in de bek te spuiten. Hiervoor melken we tijdens de geboortes steeds verse biestmelk”, aldus Huls.De allerkleinste biggen worden bij elkaar gelegd, om uniformiteit te creëren. Huls selecteert op leeftijd en grootte. “We leggen deze biggetjes bij zeugen met kleine spenen. Dat is belangrijk, het helpt de lichte biggen goed op gang te komen”, aldus de varkenshouder.De totale uitval in de kraamstal is 13%. “In onze nieuwe kraamhokken ligt de uitval 2 tot 3% lager dan in onze oudere kraamhokken. Ik weet niet precies waar dat aan ligt. Het moet een combinatie van factoren zijn. Het is zeker een wens om op termijn ook de oudere kraamhokken te vervangen”, vertelt de varkenshouder.‘Biestopname van groot belang voor kleinste biggen’De Vlaamse zeugenhouder Wim Rolly biedt de lichtste biggen een kans door de zwaarste biggen apart te leggen. Zo kunnen de kleinste biggetjes ook voldoende biest opnemen.
Wim Rolly (27) heeft samen met zijn ouders Ludo en Martine een zeugenbedrijf in het Vlaamse Alveringem. Ze werken met een 5-wekensysteem en spenen op 24 dagen (alternerend spenen). Ze werken met TN70-zeugen x VPF-Optimal (Piétrain-beer). - Foto’s: Fotostudio Atelier 68Rolly kijkt naar de grootte van de tomen en legt waar nodig grote biggen even apart, zodat de kleinste dieren zich naar het uier kunnen begeven.Bedrijfsgegevens400 zeugen2.100 vleesvarkensplaatsen8,5% uitval in de kraamstal33 aantal gespeende biggen per zeug per jaarWe blijven de dieren goed doorvoeren, zeker ook met het oog op de volgende worp“We doen ons best om zoveel mogelijk lichte biggen te redden. We bieden ze zeker een kans. Met minder dan 10% uitval in de kraamstal lukt dat zeer behoorlijk.” Rolly ontfermt zich op het ouderlijk zeugenbedrijf over het kraamstalmanagement. Na de eerste geboortezorg let hij er sterk op dat de jonge biggen op de eerste dag voldoende biest opnemen. Hij kijkt naar de grootte van de tomen en legt waar nodig grote biggen even apart, zodat de kleinste dieren zich naar het uier kunnen begeven. De diertjes moeten activiteit tonen om zichzelf van de eerste cruciale voeding te voorzien. “Voldoende biestopname is van groot belang voor kleine biggetjes”, aldus Rolly, die het gebruik van vitaminepompjes en drinkspuitjes achterwege laat.Na de eerste dag worden de biggetjes door Rolly op grootte geselecteerd. De kleinste biggen worden bij 1 zeug gelegd, zodat ze de meeste kans hebben om de eindstreep te halen. “Tussen grotere biggen maken de kleintjes geen kans”, aldus Rolly. De biggen krijgen vanaf dag 7 tot aan het spenen een meelvoeder bijgevoerd. Een week voor het spenen wordt daar een prestarter aan toegevoegd.Het aantal lichte biggen zo klein mogelijk houdenBiggen worden na drieënhalve week gespeend (alternerend spenen op 24 dagen). De lichtste biggen blijven tot dan toe sowieso bij de zeug. Indien Rolly veel grote tomen heeft, kiest hij ervoor om de grotere biggen al na 10 dagen te spenen. Deze dieren worden opgevangen in een apart hok, door Rolly nursery genoemd, en krijgen kunstmelk gevoerd.Het management op het zeugenbedrijf is erop ingericht het aantal lichte biggen zoveel mogelijk te beperken. “Zeugen mogen tijdens de kraamperiode wel wat afvallen, maar niet teveel. We blijven de dieren goed doorvoeren, zeker ook met het oog op de volgende worp.”De dieren worden geïnsemineerd met sperma van een VPF-Optimal. “Dat is een Piétrain-beer met goede vleeseigenschappen, goede groei en scherpe voederconversie”, aldus Rolly. De dragende zeugen worden gehouden in boxen met uitloop. Rolly let erop dat de dieren tijdens de dracht goed in conditie blijven. Dat draagt bij aan goede geboortegewichten. “Al heb je er natuurlijk altijd wel lichte biggen tussen liggen”, zegt Rolly, die een deel van de biggen zelf aanhoudt.‘Lichtste biggen naar zeugen met kleinste spenen’Gert Altena legt zijn lichtste biggen na de biestopname bij een jongere zeug met kleine spenen. Hij vertelt over zijn werkwijze.
Varkenshouder Gert Altena (47) heeft in Hoogenweg (Ov.) een bedrijf met 520 Deense zeugen (x TN Tempo) en 3.550 biggenplaatsen. Hij produceert nu voor de binnenlandse markt. Altena werkt al jaren met kunstzeugen om alle biggen groot te brengen. - Foto’s: Michel Velderman24 uur na de worp zoekt Altena de lichtste biggen van verschillende tomen bij elkaar. Ze worden bij een zeug met kleine spenen gelegd, zodat ze de melk gemakkelijker opnemen.Bedrijfsgegevens520 Deense zeugen16,5 levend geboren biggen12,4% uitval in de kraamstal37 gespeende biggen per zeug per jaarHet is cruciaal dat de biggen op de eerste dag moederbiest opnemen“Ik probeer de kans op kleine biggen te beperken. Dat begint eigenlijk al direct in de kraamstal.” Voorkomen is beter dan genezen, zo luidt het adagium van Altena. Hij ziet erop toe dat zeugen na de worp niet al te veel afvallen. “Dat doe ik op het zicht, al zou wegen nog beter zijn. Met name jongere zeugen hebben mijn aandacht.”Zijn zeugen krijgen in de dekstal suikers bijgevoerd, om een goede start van de dracht te stimuleren en uiteindelijk minder lichte biggen te krijgen. De dragende zeugen worden gevoerd volgens een hoog-laag-hoog-voerschema. Altena heeft de voergift iets verruimd, aangezien het aantal biggen nog altijd toeneemt. “Ik wil de zeugen ruim voldoende voeren. De dieren moeten in optimale conditie verkeren. Op die manier verklein je de kans op kleine biggen.”Met voer melkproductie stimulerenAltena speent inmiddels 15 biggen per worp. Terwijl de productie de laatste jaren flink is gegroeid. lukt het hem de biggensterfte op 12,4% te houden. Hij streeft voortdurend naar het optimaliseren van zijn resultaten. Altena koos daarom recent voor een Tempo-beer, om nog meer biggen te kunnen spenen. “Het is een beer met meer spek. Ik verwacht minder gevoelige biggen. De eerste nakomelingen worden begin juli geboren.”Altena doet wat hij kan om ook de lichtste biggen erbij te trekken. “Tijd en arbeid zijn daarbij beperkende factoren”, zo erkent hij. Het is volgens de zeugenhouder een vanzelfsprekendheid dat de vloertemperatuur van de kraamhokken ruim 30 graden is.Het is cruciaal dat de biggen op de eerste dag moederbiest opnemen, zo zegt Altena. “We leggen de dikste biggen apart, zodat ook de kleinste biggetjes bij het uier kunnen.” Na 24 uur zoekt hij de lichtste biggen van verschillende tomen bij elkaar. Ze worden bij een zeug met kleine spenen gelegd, zodat ze de melk gemakkelijker opnemen.De kraambiggen worden vanaf dag 0 tot dag 3 bijgevoerd met het product Lianol basdiar, en krijgen daarna tot 14 dagen leeftijd een melkpapje met prestart. Sinds kort experimenteert Altena met een extra voerproduct in poedervorm, om de groei te stimuleren en om na het spenen de uitval te beperken. “Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt. Door de jaren heen merk ik dat de melkproductie bij zeugen vermindert. Dat wil ik compenseren, ook om de overgang na het spenen te vergemakkelijken.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









