Zeugen insemineren in groepjes van twee

Foto: Ruud Ploeg

Foto: Ruud Ploeg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Bij wijze van experiment insemineert Gerrit van Dam zeugen in groepjes. De dieren laten de berigheid goed zien, maar er zijn zeker ook nadelen.Om een nieuw concept in de markt te brengen is veel geduld, durf en innovatie nodig. Dat blijkt zeker na een bezoek aan de Sloothoeve, een van de zes bedrijven van varkenshouder en handelshuis Jan Schuttert in Schuinesloot. Bedrijfsleider Gerrit van Dam runt sinds vijf maanden dit zeugenbedrijf met 510 vermeerderingszeugen, op de grens van Overijssel en Drenthe. Beweeg over het icoon voor meer bedrijfsinformatie.Het zeugenbedrijf heeft een flinke renovatie achter de rug. Het meest bijzondere aspect is dat de zeugen niet vaststaan in de dekstal. Ze lopen vrij rond in groepjes van twee. Het is komen overwaaien uit Engeland. Varkenshouders die aan het Engelse marktconcept van Tesco leveren, hebben nu al de verplichting dat de zeugen alleen – een half uurtje – tijdens de inseminatie vast mogen staan. Dat kan natuurlijk ook in boxen met uitloop, maar of de zeugen daadwerkelijk meteen vrij lopen na de inseminatie is moeilijk controleerbaar. Schuttert wil daarom uittesten of de vrijlopende zeug in de dekstal praktijkrijp is. Hij verwacht dat het op termijn toch moet binnen dit concept. Dan kun je maar beter goed voorbereid zijn, zo is de redenatie.Alleen in de kraamstal liggen de zeugen nog in boxen. Het afbigpercentage ligt nu op 80%, het streven voor dit jaar is 90%. - Foto's: Ruud Ploeg‘Het enige voordeel’Van Dam is ondertussen gewend aan het insemineren van de loslopende zeugen, maar zou er zelf niet voor gekozen hebben. “Het grootste en volgens mij het enige voordeel van het systeem, is dat de zeugen hun berigheid beter laten zien”, aldus van Dam. De zeugen komen na het spenen per tweetallen in de dekstal vrij in een hok. De zeugen worden tijdens het spenen op grootte geselecteerd en samengevoegd. Dit is een must, omdat de zeugen na het spenen vrij agressief naar elkaar zijn. Dat blijkt ook wel als we de dekstal inlopen en zeker in drie hokken zeugen op elkaar aan het repen zijn. Dit repen veroorzaakt regelmatig een kreupele zeug. Voor de ‘probleemzeugen’ zijn in de dekstal twee hokken met ruim zaagsel ingestrooid. Beide hokken zijn al bezet met twee zeugen. De twee hokken zijn niet voldoende om alle kreupele zeugen op te vangen.De vrijloopzeugen in de dekstal repen tijdens de berigheid. Uitval van zeugen ligt mede hierdoor op 10%.Loslopende zeugen arbeidsintensiefHet insemineren van de vrijlopende zeugen gaat minder efficiënt dan in een traditionele dekstal met boxen. Het is lastig om de zeugen alleen te insemineren. De dieren laten elkaar en de inseminator niet snel met rust, iets dat juist erg gewenst is in de dekstal. Daarom werkt Van Dam samen met een medewerker, tijdens de inseminaties. Het insemineren van de vrijlopende zeugen is voornamelijk lastig als maar een van de twee zeugen berig is. Dat blijkt ook wel als van Dam alleen begint met de inseminatieronde en een niet-berige zeug hem flink in het been bijt. Als beide zeugen berig zijn, hangt Van Dam bij de ene zeug de tube aan de dekbeugel op en de andere zeug insemineert hij handmatig. Veel zeugen tegelijk insemineren gaat dus niet.‘Je blijft er wel mooi lenig bij’De dekstal is verder efficiënt ingedeeld, de voergang is tevens het pad waar de zoekbeer loopt tijdens de berigheidscontrole en het insemineren. Dit is ook meteen het nadeel voor de inseminator. Er is geen ruimte om een karretje met alle attributen, zoals pipetten, spuitbussen en sperma, in op te bergen. Van Dam klautert over de hokken heen met alle inseminatiespullen in de zakken van de overal. “Je blijft er wel mooi lenig bij”, grapt van Dam. Ondanks het extra werk in de dekstal, zoekt de enthousiaste bedrijfsleider nog naar manieren om het insemineren makkelijker te maken. Van Dam heeft nu ongeveer vijf maanden ervaring met het systeem en heeft het aantal terugkomers al weten te verminderen naar gemiddeld 10%. Het streven is om dit jaar rond de 8% terugkomers uit te komen.De zeugen worden na het spenen geselecteerd op grootte en komen per twee in een hok waar ze geïnsemineerd worden.Efficiënte arbeidsverdeling met tien-/elfdagensysteemDe zeugen blijven na de inseminatie nog een dag of vijf in de dekstal, voordat ze weer de groep van dragende zeugen ingaan. Dan moet de dekstal weer vrijgemaakt worden voor de volgende groep gespeende zeugen. Het bedrijf werkt namelijk met een tien-/elfdagensysteem. In een cyclus van drie weken wordt er elke tien dagen en daarna elf dagen gespeend, geïnsemineerd, en vervolgens geworpen door de zeugen. De werp- en dekdagen vallen altijd samen en verspringen wekelijks. Het systeem heeft als ‘nadeel’ dat je dus een keer in de drie weken in het weekend dekken en werpen hebt. De gelten gaan na het scannen in een groep met jonge, dragende zeugen. Het aantal terugkomers is hierdoor minimaal.Werkzaamheden goed verdeeldHet voordeel is dat de controlewerkzaamheden in de dek- en kraamstal goed zijn te combineren en ook de overige werkzaamheden goed verdeeld zijn. Op de speendag wordt er alleen maar gespeend en is meer tijd ‘over’ voor de schoonmaak.Om de opfokzeugen goed in te passen in het bedrijf, worden de dieren aangevoerd op een leeftijd van zeven à acht maanden in de quarantainestal, en gefaseerd geïnsemineerd in een ruimte met boxen met uitloop. Door ervaringen uit het verleden gaan de gelten nu pas na het scannen naar de dragende zeugenstal, in een aparte groep met jonge zeugen. Bij het aanleren van het voerstation is hierdoor minder stress door verdringing van oudere zeugen, en het aantal terugkomers bij de gelten is nu nagenoeg nihil. De dragende zeugen worden door de voerstations geselecteerd voor de kraamstal, de enige ruimte op dit bedrijf waar de zeug op dit moment nog in boxen ligt.Twee derde afzetmarkt geschikt voor concepten
Voor zeker 60% van de totale Nederlandse markt is er plaats om volgens concepten te produceren. Dat is de mening van Jan Schuttert van Handelshuis Schuttert in Ommen. Voor 30 tot 40% is er ruimte voor concepten binnen Nederland en voor 20 tot 30% van de afzet is er ruimte voor een marktconcept richting het buitenland.

Onder de buitenlandse markt verstaat Schuttert landen met meer welvaart, zoals de Scandinavische landen en Japan, landen die meer willen betalen voor extra welzijnseisen. Voor een land als China hoef je geen varkens in een concept te produceren, hiervoor voldoet het reguliere varken. Voor het reguliere varken, dat wordt gehouden volgens de eisen van het varkensbesluit, is nog ongeveer ruimte voor 40% van de markt.

Momenteel verhandelt Handelshuis Schuttert de varkens van klanten onder een zevental marktconcepten. Voor de toekomst ziet de handelaar meer vraag naar conceptvarkens. Geproduceerd met vrijlopende zeugen die lange staarten hebben, antibioticavrij zijn en meer ruimte hebben én met een goede transparantie (bijvoorbeeld camerabeelden). De extra kosten voor de welzijnseisen en arbeid en risico moeten uit de markt worden betaald. Daarvoor is zeker 30 cent per kilo meer nodig”, aldus Schuttert.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.