Zaden en kunstmest op krediet voor Afrikaanse boeren

Werk op een maisveld. De opbrengst kan soms wel 3 keer zo groot worden door strategisch planten en wieden, meer mest en mechanisatie. - Foto: Agrics
Afrikaanse boeren in vruchtbare plattelandsgebieden krijgen hulp om uit de armoedespiraal te komen. Van Agrics krijgen ze zaden en kunstmest op krediet; daarnaast leren ze modern boeren en ondernemersschap. Dat werkt.Het grootste probleem van de kleine boeren in Afrika en Azië is dat ze de armoedespiraal niet kunnen doorbreken. Door armoede hebben ze geen toegang tot zaden of mest. Daardoor hebben ze weinig opbrengst en dus geen inkomen, laat staan het vermogen om te investeren. Vroeger gaf men dergelijke boeren geld of zaaigoed, maar inmiddels is duidelijk dat die aanpak niet werkt. Ronald Messelink is directeur van Agrics, een sociale agrarische onderneming van ontwikkelingsorganisatie ICS, die sinds 1980 actief is op het platteland van Afrika. “Als je zaden en mest geeft, creëer je een passieve houding. Je moet die boer wat leren. We helpen de boer door de zaden en mest beschikbaar te maken, maar we leveren het wel op krediet. Dat krediet is rentevrij.” Voor veel Afrikaanse boeren is het nieuw om te denken als een ondernemerDe boer heeft een jaar tijd om het krediet terug te betalen. Het is de nieuwe manier van ontwikkelingssamenwerking, meent Messelink. Voor veel Afrikaanse boeren is het nieuw om te denken als een ondernemer. De Afrikaanse agrariër moet niet alleen met zijn gezin van de oogst kunnen leven, maar hij moet geld opzijzetten om te investeren, zodat zijn opbrengst verder groeit en hij op den duur voor de markt kan werken. “Daarmee haal je hem uit de armoedespiraal.”Artikel gaat verder onder de foto.Werk op een maisveld. De opbrengst kan soms wel 3 keer zo groot worden door strategisch planten en wieden, meer mest en mechanisatie. - Foto: AgricsMais op 1 bij boeren Kenia en TanzaniaDe oogst van de boeren die met Agrics in zee gingen, ging er in 2 jaar gemiddeld met 79% op vooruit, becijferde de organisatie. In Kenia en Tanzania is mais gewas nummer 1 voor de boer. Als de oogst hiervan verbetert, komt er vraag naar gewassen die meer opleveren, zoals soja en zonnebloemen; want dan wil de boer voor de markt gaan produceren: van food crops naar cash crops. Artikel gaat verder onder de foto.In Kenia en Tanzania is mais gewas nummer 1 voor de boeren. - Foto: AgricsModern boeren: van 1 zak mais als opbrengst naar 8 zakkenAls het krediet opgehaald wordt, krijgt de betrokken boer ook trainingen. De boeren in kwestie leren wanneer en hoe ze het beste kunnen zaaien, bijmesten en oogsten, en ze krijgen informatie over onkruid wieden, gewasrotatie en in regels zaaien. Het is wel een grote stap voor die boer om van de traditionele methode naar moderne landbouw te gaan. Boeren zijn behoudend. Messelink legt uit dat hij kortgeleden in een dorp in Tanzania was, waar de meest vooruitstrevende boer, degene die alles ten uitvoer had gebracht wat hij in de trainingen geleerd had, vertelde dat hij vroeger één zak van 90 kilo mais van zijn land haalde, en nu 8 zakken had. Afrikaanse boeren werken traditioneel; dat wil zeggen: zoals hun ouders deden. Het is een grote stap om over te gaan op moderne landbouw. Alleen op basis van een verhaal passen ze hun werkwijze niet aan. Pas als ze zien dat het voor een ander werkt, nemen ze de werkwijze over, legt Messelink uit. “Zien is geloven. Als buren en omwonenden dat doorhebben, volgen nieuwe boeren bijna vanzelf.” Van tevoren zijn in de vruchtbare gebieden in Afrika de boeren geselecteerd die snappen hoe het principe werktMesselink ziet de toekomst positief. De boeren die nu 8 zakken mais van het land halen, zijn volgens hem te upgraden naar 25 zakken. Dat vereist, zo meent hij, 3 stappen: strategischer planten en wieden, meer mest gebruiken en mechanisatie. Er zijn al pilots gedaan met mechanisch ploegen, waarbij een tractor gehuurd kan worden. Lastig is nog dat alle boeren de tractor tegelijk willen gebruiken. In 2016 gooide El Niño roet in het eten door met name in Tanzania droogte en daardoor een fikse economische crisis te veroorzaken. De oogst viel tegen. Dit is volgens Messelink het grootste risico dat Agrics loopt. Van tevoren zijn in de vruchtbare gebieden in Afrika de boeren geselecteerd die snappen hoe het principe werkt. De boer gaat een contract aan en moet in principe zijn bedrag terugbetalen. “Afspraak is afspraak.” ‘We mikken er op om 95% van de uitstaande rekeningen terug krijgen’Mocht een boer na een slechte oogst niet terug kunnen betalen, dan volgt de weg naar de lokale gemeente of rechter. “Maar we zijn een sociale onderneming, hij hoeft niet zijn kinderen naar de steengroeve moeten sturen. We mikken er op om 95% van de uitstaande rekeningen terug krijgen.” In Tanzania was de crisis echter zo hevig, dat het 80% is geworden. Groeiambitie bij AgricsAgrics wil doorgroeien. Er zijn interne verbetermogelijkheden, in bijvoorbeeld de inkoopprocessen, maar ook in het nog verder verbeteren van de goede band met de boer. “Dat is de sleutel van ons succes. Wij kunnen nog beter worden in klanten aan ons binden, door bijvoorbeeld een loyalty-programma te starten, waarbij boeren kunnen sparen voor spullen die ze nodig hebben, zoals rubberlaarzen of een handploeg.” Microverzekering om oogstverliezen te overlevenIn de toekomst wil Agrics ook advisering middels weerdata aanbieden via hun project Geodatics, dat boeren met behulp van satelliet- en geodata adviseert over hun specifieke stuk grond. Daarnaast wordt momenteel met onder meer Achmea een microverzekering voor boerengezinnen ontwikkeld, die hen kan helpen de eventuele schade en verlies, door bijvoorbeeld langdurige droogte, te beperken. Messelink omschrijft Agrics als financieel duurzaam, omdat op basis van marktprincipes wordt gewerkt. Agrics wil onder de streep zelf ook nog wat overhouden: “Voor een gezonde bedrijfsvoering is dat nodig. We hopen deze maand te kunnen afronden en met nieuwe investeerders de volgende groeistap te kunnen maken. Daar hoort ook bij dat we dat op een winstgevende manier doen.” Artikel gaat verder onder de foto. Ronald Messelink (lins), directeur van Agrics, ziet enorme verbeteringskansen. - Foto: AgricsOver AgricsAgrics begon met een pilot van 900 boeren in 2012. Inmiddels zijn er zo’n 35.000 boeren klant en de ambitie is om door te groeien naar 100.000. In 2016 werden 630.790 kilo mest, 185.633 kilo zaaigoed, 24.184 kippen en 5.783 solar lampen geleverd aan de boeren. 325 boeren kregen gericht advies van Geodatics en 602.235 kilo zonnebloemoliezaden werd ingekocht bij lokale boeren. Agrics werkt onder meer samen met Achmea, Rabobank Foundation, Soikone University of Agriculture (SUA) en Wageningen UR.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









