WUR in de rats over ammoniakmeting


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Wageningen - De standaardmethode (de massabalansmethode) die internationaal gebruikt wordt om de ammoniakemissie vast te stellen, geeft hogere meetresultaten dan andere methoden.Dit blijkt uit een literatuurstudie van een groep Zwitserse en Nederlandse onderzoekers onder leiding van Jorg Sintermann. Nederland baseert de officiële emissienorm ook op deze meetmethode. Bij de Wageningen UR is veel discussie ontstaan over de betrouwbaarheid van meetmethoden.De onderzoekers vergeleken 350 metingen uit Canada en Europese landen met elkaar. Uit dit onderzoek bleek dat de recenter ontwikkelde meetmethodieken in vergelijking met de gebruikte standaardmethode lagere emissiewaarden geven. De massabalansmethode is ontwikkeld in de jaren zeventig en Nederland gebruikt deze ook als standaard. Het is een methode waarbij volvelds het ammoniakgehalte in de lucht gemeten wordt, op meerdere hoogtes. Overige micrometreologische methodes geven langere resultaten aan dan de massabalansmethode.Martin Kropff, Rector Magnificus van Wageningen UR: “Metingen van ammoniak zijn verschrikkelijk moeilijk.”Binnen de Wageningen UR is veel discussie ontstaan over de mogelijke verschillen tussen meetmethodieken voor ammoniak. Maandag- en dinsdagmiddag heeft Kropff met diverse onderzoekers urenlang rond de tafel gezeten om de ontstane ophef over de betrouwbaarheid van de ammoniakmetingen te bespreken. Besproken is hoe het kan dat verschillende meetmethoden zulke uiteenlopende resultaten kunnen geven. Besloten is dat WUR een groot internationaal onderzoek wil opzetten naar meetmethodieken voor ammoniak. Volgende maand vindt hierover een internationale workshop plaats in Zwitserland.Aanleiding voor de ophef is de uitkomst van het veldonderzoek van Egbert Lantinga waaruit blijkt dat er mogelijk minder ammoniak vrij komt bij het bovengronds uitrijden van drijfmest dan tot nu toe werd aangenomen. Lantinga gebruikte verschillende meetmethoden en niet de massabalansmethode.De officiële emissie van bovengronds uitrijden van drijfmest is 74 procent en is vastgesteld op basis van de massabalansmethode. De Commissie Deskundigen Mestbeleid (CDM) stelt deze gegevens op. Het ministerie laat zich adviseren door de CDM, een onafhankelijke wetenschappelijke commissie. Sinds het verbod op het bovengronds uitrijden van drijfmest twintig jaar geleden, is er beperkt nog onderzoek gedaan naar de ammoniakuitstoot bij gieren. De CDM baseert de emissiefactor van 74 procent op basis van metingen met de massabalansmethode uit begin jaren negentig.Kropff wil echter niet zeggen dat de huidige standaardmethode niet goed is of de gebruikte gegevens onjuist zijn. “Het is voor als nog de beste methode die er is omdat het de enige methode is die volvelds op verschillende hoogtes meet. Maar de uitkomst van het onderzoek van Lantinga en het onderzoek van Sintermann maakt duidelijk dat er nog eens heel goed gekeken moet worden naar hoe ammoniak zich gedraagt in de lucht en hoe het beste gemeten kan worden.” Hij benadrukt dat ammoniak moeilijk meetbaar is en daardoor moeilijk te kwantificeren. Bekend is dat ammoniak heel gevoelig voor weersomstandigheden. “De omstandigheden bepalen de hoeveelheid emissie. De situatie op het ene perceel kan heel anders zijn dan op een andere perceel”, aldus Kropff.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.