Wormen zijn experts in bodemgezondheid

Laatst bijgewerkt:
Hoogleraar Jan Willem van Groenigen (48) staat met zijn Riek in een  kamer  van het wormenhotel, dat totaal 15 kamers heeft. In totaal leven er meer dan 50 duizend wormen die de hoogleraar gebruikt voor zijn onderzoek. In 1 kamer wonen 3 tot 40,000 wormen.

Hoogleraar Jan Willem van Groenigen (48) staat met zijn Riek in een kamer van het wormenhotel, dat totaal 15 kamers heeft. In totaal leven er meer dan 50 duizend wormen die de hoogleraar gebruikt voor zijn onderzoek. In 1 kamer wonen 3 tot 40,000 wormen.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

In zijn wormenhotel kijkt onderzoeker Jan Willem van Groenigen onder meer naar bijdrage die wormen leveren aan een hogere gewasopbrengst. De verschillende soorten blijken ieder een andere functie te hebben voor de bodem.Met groene laarzen aan en een riek in de hand fietst professor Jan Willem van Groenigen (48) naar het zogenoemde wormenhotel, aan de rand van de campus van Wageningen universiteit. De zon schijnt en hij geniet zichtbaar zo buiten in het zonnetje, want als hoogleraar staat hij vooral veel voor de klas en zit veel achter de computer. Met enige trots vertelt hij onderweg over zijn werk: onderzoek naar wormen en hun betekenis voor bodemvruchtbaarheid en de broeikasbalans van de bodem. Lees verder onder de fotoHoogleraar Jan Willem van Groenigen (48) steekt zijn Riek in een ‘kamer’ van het wormenhotel, dat in totaal 15 kamers heeft. In totaal leven er meer dan 50.000 wormen die de hoogleraar gebruikt voor zijn onderzoek. In 1 kamer wonen 3.000 tot 4.000 wormen. - Foto's: Koos Groenewold15 kamers in het wormenhotelIn het wormenhotel zijn 15 kamers van 3 bij 3 meter. Ze zijn afgezet met schotten, 40 centimeter diep in de grond. De wormen kunnen er dus met enige moeite uit ontsnappen, maar Van Groenigen probeert zulke geweldige omstandigheden te creëren, dat ze het wel uit hun hoofd halen om een plek buiten het hotel te zoeken.In 1 bak kunnen dan ook wel 3.000 tot 4.000 wormen zitten. Voor het hele hotel kunnen dat er dus ruim 50.000 worden. Voor Van Groenigen zijn het in ieder geval genoeg beesten voor zijn onderzoek.Verschillende functies voor de bodemHeel voorzichtig, om ze niet dood te steken, woelt hij met de riek in de grond. “Kijk eens, hier heb ik er één”. Het is Aporrectodea longa, een zogenoemde pendelaar. Het is zijn favoriete wormensoort: ze zijn mooi van vorm en kleur en lijken bovendien veel voor te komen op Texel, waar hij zelf ook vandaan komt. Hij legt uit dat de wormen verschillende functies hebben in de bodem. ”De ene soort, zoals deze, zorgt vooral voor een goede afwatering. Andere soorten zijn weer belangrijker voor afbraak van gewasresten of voor een goede bodemstructuur.”Soorten wormenIn Nederland leven 8 tot 9 soorten wormen die veel voorkomen. Er zijn er meer, in totaal misschien zo’n 20-25 soorten, maar die komen maar sporadisch voor. Groenigen werkt met 3 hoofdgroepen: de strooisel-eters, de pendelaars en de bodem-eters.
Vooral de pendelaars, wormen met een donkere kop die wel 20 cm lang kunnen worden, zorgen voor een goede afwatering en doorluchting van de bodem omdat ze de gewasresten verticaal in de grond trekken in diepe gangen. ‘’In het buitenland gaan ze wel tot 2 à 3 meter diep, maar in Nederland is de diepe bodem daarvoor vaak te nat.”
Daarnaast zijn er de strooisel-eters, die vlak onder de grond leven en hun voedsel boven de grond ophalen. Ze zijn ook beweeglijker omdat er daar ook meer vijanden, zoals vogels, op de loer liggen. Ze zijn goed in het recyclen van voedingsstoffen zoals stikstof uit gewasresten. Een leuk weetje is dat ze pigment aanmaken tegen het zonlicht en dus rood/paarsig van kleur zijn. Groenigen graait nog wat met zijn handen door de aarde in een hotelkamer van de compostwormen. Het is opnieuw raak. “Hier heb ik twee compostwormen die aan het paren zijn!” Wormen zijn hermafrodiet, dat betekent dat ze zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen bezitten. In zijn hand liggen ze innig tegen elkaar aan. Met bijna vierduizend wormen in 1 bak en geen verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is er partnerkeuze zat.
Dan zijn er nog de bodem-eters, die zijn bleek/groen van kleur en zetten hun zinnen vooral op bodemorganische stof. Dat is voor het onderzoek interessant, omdat ze daarmee veel fosfaat vrijmaken dat vastgeklonken zit aan bodemdeeltjes.Lees verder onder de videoHogere oogstopbrengstHet onderzoek van Van Groenigen richt zich onder andere op de positieve effecten die wormen kunnen hebben op de gewasopbrengst. Uit een analyse van zo’n 90 eerdere onderzoeken over de hele wereld blijkt dat de grond met een gezonde wormenpopulatie gemiddeld 25% hogere oogst kan opleveren. “Maar dat effect is wel het grootste als er niet of weinig wordt bemest” , benadrukt hij. Ook onderzoekt hij of een combinatie van verschillende gras- en klaversoorten meer wormen aantrekt. Niet te netjes werken. Laat vaker wat stro en plantenresten achter op het land, en gebruik ruige mest als je het hebtOp de vraag wat voor management boeren moeten voeren om het de wormen nog meer naar de zin te maken, is het antwoord: “Niet te netjes werken. Laat vaker wat stro en plantenresten achter op het land, en gebruik ruige mest als je het hebt.” Groenigen vervolgt: “Je moet organische stof zoveel mogelijk toedienen waar de wormen het ‘verwachten’ en zoeken, net zoals in de natuur, en dat is bovenop de bodem.” Lees verder onder de fotoWormenexpert Jan-Willem van Groenigen in één van zijn proefvelden.Weinig bestrijdingsmiddelen gebruikenDaarom zouden boeren volgens hem ook zo min mogelijk de bodem moeten bewerken, en zo weinig als mogelijk bestrijdingsmiddelen moeten gebruiken. “Maar dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan”, geeft hij toe. De ontwikkelingen in de niet-kerende grondbewerking en in de duurzame landbouw zijn wat dat betreft heel interessant.Lees ook: Bodem ontzien en verrijken voor oogstzekerheidEen oude boerenwijsheid zegt dat wanneer je goed bent voor de grond, de grond goed zal zijn voor jou. De bodem leeft, dat weet iedere boer, maar wat volgens emeritus-hoogleraar bodembiologie Lijbert Brussaard bijna niemand weet, is dat het grootste deel van de biodiversiteit op aarde zich bevindt in de bodem. Bodemleven kan broeikasgassen opslaanHet bodemleven produceert niet alleen broeikasgassen, maar de bodem kan die ook opslaan. Vooral bij niet-kerende grondbewerking, waardoor organische stof wordt opgebouwd en er dus CO2 uit de atmosfeer wordt gehaald. Die extra organische stof stimuleert bovendien het bodemleven en kan daardoor belangrijker worden bij het tegengaan van bodemverdichting en het opbouwen van een goede bodemstructuur.We zullen toe moeten naar nieuwe bedrijfs- en verdienmodellenDuurzame landbouw gaat volgens Brussaard niet alleen meer over voedselproductie, maar ook over maatschappelijke acceptatie van de manier waarop wij ons voedsel produceren. ‘’Het gaat om bewustwording van het belang van een gezonde bodem voor voedselzekerheid en essentiële ecosystemen. We zullen toe moeten naar nieuwe bedrijfs- en verdienmodellen”, aldus de hoogleraar.Lees verder onder de fotoParende compostwormen (Eisenia fetida). Deze wormen vind je vooral in composthopen en minder op het land.Fosfaat vrijmaken uit de bodemWormen blijken in staat om de grote reserves aan fosfaat in de bodem weer een beetje beschikbaar te maken voor de teelt van gras en gewassen, ontdekte Van Groenigen. “Veel van het fosfaat dat in het verleden door overbemesting in de grond is aangebracht, zit nog steeds opgeslagen in de bodem. Doordat het chemisch gebonden is aan bodemdeeltjes, is het niet beschikbaar voor de plant. In theorie zit er in Nederlandse bodems genoeg van dat extra fosfaat om wel 30 tot 40 jaar gewassen te voeden.” Van Groenigen ontdekte dat wormen in staat zijn om fosfaat tijdelijk weer beschikbaar te maken voor planten.Vrijmaken fosfaat uit overbemestingUit eerdere onderzoeken kwam naar voren dat wormen de bodem vruchtbaarder maken door het afbreken van organische stof, waarbij stikstof vrijkomt. Van Groenigen: “De positieve bijdrage aan het vrijmaken van fosfaat uit overbemesting werd echter over het hoofd gezien. Dat komt omdat daar veel chemie bij komt kijken – als bodemecoloog moet je nauw samenwerken met bodemchemici en landbouwdeskundigen om het effect of fosfaat echt goed te kunnen begrijpen, en dat doen we dan ook.”Van Groenigen: “Wij onderzoeken nog of met meer wormen in de grond ook op de langere termijn meer fosfaat beschikbaar kan komen.”In het veld met 150 kleinere proefvakken van 75 centimeter bij 75 centimeter vlak naast het hotel, zijn verschillende mengsels van wormen uitgezet voor onderzoek naar het effect van wormen-biodiversiteit op beschikbaarheid van fosfaat voor de plantengroei. ‘’De pilots zijn afgedekt met fijn gaas zodat er geen vogels bij kunnen en ook geen wormen die we niet willen hebben. In de proefvakken ligt bodem met een heel lage fosfaatstatus. Het was nog helemaal niet makkelijk om die te vinden”, vertelt Van Groenigen. Lees verder onder de fotoVan Groenigen bij één van de 150 kleinere proefvlakken voor onderzoek naar fosfaatafbraak.Verliezen in de bodemEr lopen verschillende experimenten waarbij Van Groenigen betrokken is. Naast de fosfaathuishouding en productieverhoging richt het Wageningse onderzoek zich ook op de verliezen in de bodem naar het milieu. “We gaan met veldproeven kijken naar de effecten van verschillende gras- en wormenmengsels op de uitstoot van broeikasgas naar de atmosfeer.” Met de riek op de fiets vertrekt hij na afloop van zijn verhaal weer richting universiteit, waar de klas op hem wacht. Het wormenhotel blijft zeker langer dan vijf jaar open. Passie voor wormenVan Groenigen is (zo ongeveer) dé wormenspecialist in Nederland. Hij vertelt gepassioneerd over hoe het zover heeft kunnen komen. Als bodemkundige is hij al jaren betrokken bij onderzoek naar de groene leefomgeving. Hij raakte al vroeg gefascineerd door wormen, omdat ze soms per ongeluk in experimenten in het lab terechtkwamen. Die experimenten gingen dan bijvoorbeeld over het effect van stikstofbemesting of broeikasgasemissies.
”De resultaten waren met zo’n worm vaak totaal anders, en toen ben ik gaan nadenken. Niet zozeer vanuit de biologie of de ecologie, maar vanuit interesse in nutriëntenkringlopen. Ik kwam tot de conclusie dat we, als we de kringlopen van bijvoorbeeld stikstof en fosfaat willen doorgronden, we de wormen dan veel beter moeten begrijpen.”
Dat hij toch wel enigszins fanatiek is, blijkt als hij vertelt dat hij in zijn eigen keuken thuis ook een bak heeft staan waarin hij wormencompost produceert.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.