‘We zijn bang geworden om te ventileren’

Foto: Lex Salverda

Foto: Lex Salverda


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De ooit succesvolle strategie om minder te ventileren, werkt tegenwoordig averechts. De minimumventilatie moet weer omhoog en de temperatuur omlaag.De varkenshouder draaide rond 1980 dagelijks aan 1 van de 2 knopjes op de regelkast om de ventilatie zo goed mogelijk in te stellen. Nu stuurt een computer alle processen op het gebied van ventilatie aan. “Maar alle moderne elektronica die nu alles regelt, blijkt allerminst een garantie voor een goed stalklimaat”, stelt Peter van der Voorst, zelfstandig klimaatspecialist en voorzitter van het Klimaatplatform Varkenshouderij. “Varkenshouders en adviseurs zijn geneigd om bij problemen minder te gaan ventileren. Dat werkt vaak averechts, want daardoor verslechtert het klimaat verder”, vervolgt hij. “Daarnaast is de storingsgevoeligheid van ventilatiesystemen toegenomen met de komst van centrale afzuigkanalen en luchtwassers.”Peter van de Voorst (60) is onafhankelijk klimaatadviseur en voorzitter van het Klimaatplatform Varkenshouderij. Hij vindt dat varkenshouders zijn doorgeschoten en te weinig ventileren. - Foto: Bert JansenHebben we de afgelopen 35 dan niets geleerd?“Zeker wel. Begin jaren 80 werd veel ruimer geventileerd en waren de longaandoeningen bij de varkens veel meer klimaatgerelateerd dan nu. Stallen hadden vaak een veel te ruime ventilatiecapaciteit die ook nog eens een stuk minder nauwkeurig geregeld kon worden. De normen verschilden flink met de huidige. Zo luidde het advies bij zware vleesvarkens om de temperatuur in te stellen op 18 graden. Dat veroorzaakte veel tocht omdat dan ’s nachts te veel koude lucht door de stal werd gejaagd.‘De gedachte dat minder ventileren problemen oplost, is langzaamaan ingebakken geraakt’Om de hoestproblemen het hoofd te bieden, adviseerden bedrijfsbegeleiders minder te ventileren. Met succes want de problemen namen af. De gedachte dat minder ventileren problemen oplost, is langzaamaan ingebakken geraakt in het systeem van varkenshouders en erfbetreders. We zijn daarin doorgeschoten.”De knop moet om en we moeten weer meer ventileren?“Inderdaad. We zijn bang geworden om te ventileren.‘Op meer dan driekwart van de bedrijven waar problemen spelen, is een te laag ingestelde ventilatie daar de oorzaak van’Iedereen denkt dat meer ventileren schadelijk is, maar we zijn hierin voorbij een omslagpunt gegaan. Op meer dan driekwart van de bedrijven waar problemen spelen, is een te laag ingestelde ventilatie daar de oorzaak van. De meeste varkenshouders stellen namelijk de temperatuur hoger in en verlagen de minimumventilatie wanneer ze een hoestje horen. Terwijl de minimumventilatie dan juist omhoog moet en de temperatuur op niveau moet blijven. Zieke varkens eten minder en produceren daardoor minder warmte. Daarom kan het nodig zijn om bij te verwarmen.”Dus de minimumventilatie omhoog en de gaskraan open?“Dat is voor de varkens het beste, maar kost veel geld. Het is ook niet meer van deze tijd. Door de restwarmte uit de stal te benutten om de binnenkomende lucht voor te verwarmen, kan het minimumventilatieniveau voldoende hoog blijven zonder dat het te koud wordt in de afdeling. Bij vleesvarkens moet bij opleg worden bijverwarmd, bijvoorbeeld met een heteluchtkanon. Na een week eten ze wel zoveel dat ze zichzelf warm kunnen houden. Het installeren van een verwarmingsinstallatie om na te verwarmen is niet nodig.”En hoe zit dat bij andere diergroepen?“Bij guste en dragende zeugen is geen ruimteverwarming nodig. In de moderne, goed geïsoleerde stallen kunnen die zichzelf warm houden tot een buitentemperatuur van ongeveer 5 graden onder het vriespunt. De staltemperatuur moet minimaal 18 graden zijn. Komt deze daaronder dan moet extra gevoerd worden. Ook in de kraamstal gaat het prima zonder ruimteverwarming. Met een biggennest met vloerverwarming en een lamp erboven is het warm genoeg voor de biggen. Bij gespeende biggen ontkom je niet aan ruimteverwarming. Het meest ideaal voor gespeende biggen zijn afdelingen met smalle, diepe hokken met voor en achter metalen driehoekroosters en een bolle vloer met vloerverwarming. Ruimteverwarming is nodig om de afdeling warm genoeg te kunnen stoken.”De meeste biggenstallen worden gebouwd met volledig roostervloer. Is dat dan wel zo handig?“Nee, maar de wet dwingt dit af. Voor het stalklimaat is het beste als alle biggen op de dichte vloer kunnen liggen. De wetgever schijft echter voor dat bij gedeeltelijk roostervloeren minstens 40% van het hokoppervlak dicht is. Dat is zoveel dat varkenshouders vrezen voor bevuiling van de dichte vloer, daarom bouwen ze volledig roostervloeren. Die eis van minstens 40% dicht bij gespeende biggen zou kunnen vervallen, dan bouwen zeugenhouders wel een bolle vloer voor de biggen. Hokbevuiling is erg slecht voor het klimaat in de stal. Daarom moet je de dichte vloer nooit in een hoek maken, want daar gaan ze mesten. Een rubbermat op de roostervloer kan een goed alternatief voor een dichte vloer zijn.”Wat gaat er nog meer fout, behalve te weinig ventileren en onvoldoende verwarmen?“Er gaat veel mis bij de inlaat van lucht in de stal. Juist bij kanaalventilatie is de uitvoering van de luchtinlaat extra belangrijk omdat anders windinvloeden direct in de stal merkbaar zijn. Onregelmatige luchtstromen zijn funest voor de dieren omdat die tocht veroorzaken. Het is zaak om de windinvloeden uit te schakelen. Dat kan door via onderdruk geregelde inlaatsystemen met kleppen of gordijnen toe te passen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het systeem staat of valt met de bepaling van het nulpunt. De centrale gang is daarvoor ongeschikt omdat daar altijd onderdruk is. Mensen worden hierdoor nog wel eens op het verkeerde been gezet door adviseurs. Als bij het openen van een afdelingsdeur de lucht naar de centrale gang stroomt, concluderen zij overdruk in de afdeling. Vaak is daarvan geen sprake, maar is er juist meer onderdruk in de centrale gang dan in de betreffende afdeling doordat de luchtinlaat te veel wordt geknepen. Als dat het geval is, dan beïnvloeden afdelingen elkaar te veel met een onregelmatige ventilatie tot gevolg.”Hoe moet het wel?“Met name bij lage ventilatieniveaus is voldoende inlaat belangrijk. De inlaatopening van 1 vierkante centimeter per kubieke meter ventilatie is gebaseerd op 5 Pa onderdruk. Bij nieuwbouw kun je beter een grotere inlaatopening hanteren. Mijn advies is om minimaal 1,25 of liever 1,5 vierkante centimeter. Dan ondervang je ook dat de aannemer eens een extra balk of iets anders plaatst wat de inlaat verkleint.”Is de regelapparatuur niet veel te ingewikkeld?“Nee, dat vind ik niet. De moderne apparatuur heeft veel meer mogelijkheden dan het oude kastje met 2 knoppen. En ja, daardoor kun je ook veel meer fout doen. Maar de meeste instellingen stel je één keer in en daarna hoef je er niet meer naar te kijken. De varkenshouder of zijn medewerkers hoeft alleen de curve maar aan te zetten bij opleg. De rest moet de computer regelen. Ik merk dat de kennis onder varkenshouders over de regelapparatuur ontzettend gegroeid is de laatste jaren. Ze weten wat ze doen.”Hoe ziet uw ideale computer eruit?“Als eerste wil ik een buitentemperatuursafhankelijke compensatie van de bandbreedte en er moet een temperatuurcompensatie op zitten zodat de ventilator bij heel warm weer niet te lang door ventileert als de buitentemperatuur daalt. Uiteraard wil ik de minimum- en de maximumventilatie kunnen instellen en de bezettingsgraad. Die mag niet lager dan 60% kunnen in verband met schadelijke gassen in de stallucht. Ik vind een temperatuurcompensatie op minimum- en maximumventilatie overbodig. Minimum is minimum. Ga je daaronder zitten, dan gaat dat ten koste van het stalklimaat. Ook de nachtverlaging vind ik ongewenst. Die verlaagt de ventilatie ’s nachts met als gevolg dat er te veel warmte in de stal blijft.”De NVWA controleert nu ook op stalklimaat en hanteert andere normen dan het klimaatplatform. Zijn jullie normen niet goed?“Onze normen zijn niet wetenschappelijk onderbouwd, maar gebaseerd op de ervaringen van het klimaatplatform opgedaan in de 23 jaar dat we bestaan. Het simulatiemodel van André Aarnink van de WUR komt op dezelfde normen uit als die wij hanteren op basis van CO2. De ammoniakmetingen die de NVWA uitvoert tijdens controles hebben in mijn ogen geen nut. Ammoniak is een complex verhaal. De concentratie in de stallucht is een gevolg van processen in de put, de mate van hokbevuiling en in veel mindere mate van ventilatie. Daar komt bij dat de NVWA‘ers geen deskundigen op dit gebied zijn. Het is belangrijk om op een juiste manier te meten. De meters moeten voor elke meting in de stal in de buitenlucht gekalibreerd worden. Nu lopen ondeskundigen met meters rond in varkensstallen.”Praktijk is basis voor de normenDe ventilatienormen van het Klimaatplatform Varkenshouderij zijn gebaseerd op praktijkervaringen. Ze zijn niet wetenschappelijk onderbouwd, maar komen overeen met de normen uit een simulatiemodel van WUR op basis van CO2. Het Klimaatplatform Varkenshouderij is een onafhankelijke, vrijwilligersorganisatie met leden uit het bedrijfsleven, het onderzoek, de consultancy en het onderwijs. Het Klimaatplatform Varkenshouderij is opgericht in 1996.Mede-auteur: Robert Bodde

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.