VS sukkelt met broedeieren van vleeskuikens
De uitkomst van broedeieren van vleeskuikens lag in 2024 in de VS zes procent lager dan tijdens de piek in 2012. Deze crisis zorgt voor hoge kosten en voor de uitdaging om voldoende vleeskuikens te produceren om aan de vraag te voldoen.

De stalopzet in verouderde stallen in de VS is een van de factoren die het uitkomstpercentage negatief beïnvloedt. Foto: Rick van Emous
Er zijn tientallen factoren die de uitkomst van eieren beïnvloeden. Vele daarvan worden beïnvloed door bijvoorbeeld apparatuurinstellingen, diermanagement en voeding. Aan het kennisniveau in de vleeskuikenouderdieren- en broederijsector ligt dat niet, dat is uitzonderlijk hoog. Zo hoog zelfs dat er complete managementgidsen aan het thema ‘uitkomst’ zijn gewijd en specialisten zich er dagelijks mee bezighouden. We bevinden ons inmiddels op een punt waarop verbeteringen tot op detailniveau worden doorgevoerd om de broeduitkomst met 0,1 procent te verhogen.
De beste ouderdierenkoppels en topbroederijen in Europa kunnen bijna 90 procent van de bevruchte eieren uitbroeden, met een branchegemiddelde van 85 procent. Dit gemiddelde moet ook Amerikaanse broederijen bekend in de oren klinken, aangezien dit het niveau is dat ze in 2012 bereikten na decennia van gestage verbeteringen sinds de jaren 80. Maar vanaf 2012, na een piek van ongeveer 85%, begon de uitkomst van vleeskuikens elk jaar gestaag te dalen, tot een dieptepunt van 79% in 2024. De trend lijkt niet te stoppen en de broeduitkomst kan de komende jaren verder dalen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Ik neem aan dat deze resultaten gemiddelde zijn. Ik zou wel eens willen weten wat de 10% beste bedrijven draaien en daar tegenover wat voor resultaten draaien de 10% "slechtste" bedrijven.En daarna de bedrijven qua, stalinrichting, kwaliteit werknemers, biosecurity, ziektedruk, hygiene etc. etc. onderling vergelijken. Daarna moet het niet zo moeilijk zijn de vinger op de zere plek te leggen.