‘Vruchtwisseling op papier: agronomische logica onder druk van juridisch mijnenveld’
Vruchtwisseling is zo oud als de landbouw zelf. Boeren weten al generaties lang dat de bodem rust nodig heeft, dat variatie ziekten voorkomt en opbrengsten beschermt. Het is agronomische logica, geen fiscale vondst. Toch is vruchtwisseling inmiddels verworden tot een juridisch mijnenveld, waarin de landbouwvrijstelling slechts geldt voor wie het stappenplan van de Belastingdienst foutloos weet te volgen.

Teelt van suikerbieten, mais en voederbieten. Vruchtwisseling is inmiddels verworden tot een juridisch mijnenveld, waarin de landbouwvrijstelling slechts geldt voor wie het stappenplan van de Belastingdienst foutloos weet te volgen. Foto: Peter Roek
Het recente besluit van 5 november 2025 laat dat pijnlijk zien. In tientallen pagina’s wordt minutieus uiteengezet wanneer grond ‘nog net’ in aanmerking komt voor de landbouwvrijstelling en wanneer niet. Eén teelt teveel, een verkeerd gewas, een te lange rustperiode, of een samenwerking met de verkeerde buurman – en de vrijstelling verdampt. Niet omdat de grond ineens speculatief wordt gebruikt, maar omdat het schema administratief niet zuiver genoeg is.
De kern is dat de landbouwvrijstelling formeel alleen ziet op grond die in gebruik is voor het eigen landbouwbedrijf. De rechtspraak heeft daar ooit een praktische uitzondering op gemaakt: uit gebruik geven mag, mits het bedrijfsmatig noodzakelijk is in het kader van vruchtwisseling. Die uitzondering was bedoeld als erkenning van de realiteit op het land. In het nieuwe beleid lijkt zij echter te zijn teruggebracht tot een reeks voorwaarden waaraan vooral juristen, niet boeren, plezier beleven.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









