Foto: Ruud Ploeg BoerenlevenAchtergrond

Vrouwen kunnen het niet alleen, het is tijd voor beleid

De input van vrouwen is belangrijk, toch worden hun mogelijkheden ondergewaardeerd.

Nederland is hekkensluiter van Europa, zo lijkt het als het gaat om het aantal vrouwelijke bedrijfshoofden van boerderijen. De Europese Commissie presenteerde onlangs cijfers over vrouwen in de landbouw, daaruit bleek dat in Nederland slechts 5% van de bedrijven geleid wordt door een vrouw. Geen enkel ander Europees land doet het zo beroerd op dit gebied.

De Europese Commissie presenteerde onlangs cijfers over vrouwen in de landbouw. Het beeld is voor Nederland vertekend, omdat man-vrouwmaatschappen niet zijn meegenomen.
De Europese Commissie presenteerde onlangs cijfers over vrouwen in de landbouw. Het beeld is voor Nederland vertekend, omdat man-vrouwmaatschappen niet zijn meegenomen.

Waarom bungelt Nederland zo onderaan? “Dit is niet nieuw”, zegt Bettina Bock die zich als hoogleraar bij Wageningen University & Research (WUR) onder meer bezighoudt met onderzoek naar differentiatie van het platteland. “Vermoedelijk zijn de verschillen een definitiekwestie. De EU heeft alleen cijfers gebruikt van eigenaren, maar niet die van samenwerkingsverbanden als vof’s en maatschappen. Vooral de maatschap komt in Nederland veel voor, ook de man-vrouwmaatschap waarin vrouwen mede-eigenaar zijn van een bedrijf. Als je die cijfers zou gebruiken, dan zit Nederland ongeveer op het Europees gemiddelde van rond 28% vrouwelijk leiderschap.”

Maatschappen verdoezelen het werkelijke aantal vrouwen

De maatschap is een rechtsvorm waarbij verschillende zelfstandige rechtspersonen een samenwerkingsverband aangaan. De inbreng van geld of arbeid hoeft niet fiftyfifty te zijn, degene die er voor het grootste deel in zit, wordt door CBS aangemerkt als bedrijfshoofd. Dat zijn meestal mannen, al neemt het aantal vrouwelijke bedrijfshoofden stapje voor stapje toe. In 2016 waren het bijvoorbeeld 2.744, vorig jaar waren het 2.813. Meestal zit de vrouwelijke inbreng dus verstopt in een maatschapsvorm die door de Europese Commissie niet wordt meegenomen.

De EU-cijfers zeggen dus weinig over de situatie in Nederland, en eigenlijk zeggen ze ook niet veel over de situatie elders. In veel landen om ons heen staan bedrijven weliswaar echt op naam van de vrouw, maar of zij vervolgens ook echt de ‘baas’ zijn, is maar zeer de vraag. Het gebeurt namelijk dat de man buiten de deur gaat werken en extra inkomsten vergaart, terwijl het bedrijf op naam van de vrouw wordt gezet. Als bedrijfshoofd kan zij subsidies aanvragen vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De vrouw staat dan dus te boek als bedrijfshoofd, maar in de praktijk staat de man aan het roer. De titel ‘eigenaar’ of ‘bedrijfshoofd’ zegt dus niet alles over het management.

Nog te vaak wordt er automatisch van uitgegaan dat de opvolger een man is

Ook in Nederland zegt het feit dat een vrouw in de maatschap zit niet alles over haar ondernemerschap. Vaak is ze meewerkend en tot op zekere hoogte meebeslissend, maar lang niet altijd is ze meebesturend. In het verleden werd de maatschap gezien als instrument waarmee vooral de man belastingvoordeel opstreek. In de jaren negentig was dit voor 94% van de bedrijven de belangrijkste motivatie om een man-vrouwmaatschap aan te gaan. Zij moest weliswaar een urenadministratie bijhouden over haar werkzaamheden, maar hij kon voor het bedrijf extra aftrekposten opvoeren.

“Dit is nog steeds een belangrijke drijfveer”, zegt Bock, al wil ze de maatschap niet afdoen als louter een fiscaal handigheidje waar alleen de man baat bij heeft. “Het staat zwart op wit dat je als vrouw medebestuurder bent, je bent medeverantwoordelijk en formeel heb je dus echt iets te zeggen.” Of dat ook echt gebeurt en hoe de eigendomsverdeling geregeld is, daarover is niet veel bekend.

Genoeg vrouwen, maar hun mogelijkheden worden te weinig benut

Uit een onderzoek van LEI Wageningen (nu Wagening Economic Research) en Hogeschool Windesheim enkele jaren geleden, bleek dat 70% van de ondervraagde vrouwen betrokken werd bij allerlei beslissingen, ook de strategische. Er bleek echter niet uit hoever die betrokkenheid reikte en of hun stem bijvoorbeeld ook doorslaggevend was of niet.

Margreet van der Burg houdt zich bij WUR bezig met genderproblematiek in de landbouw en als het aan haar ligt, komt er veel meer Europees vergelijkend onderzoek naar vrouwen op boerenbedrijven. “Er zijn genoeg jonge vrouwen met ambitie en interesse voor de landbouw, maar de gevestigde orde, ook in het bedrijfsleven, erkent hun mogelijkheden onvoldoende. Nog te vaak wordt er automatisch van uitgegaan dat de opvolger een man is.

Vrouwen zitten niet gevangen in het traditionele productiedenken

Waar vrouwen ook tegenaan lopen is dat ze nieuw in het bedrijf komen en als buitenstaander hun mening niet makkelijk geven. Ook de druk op de boerenbevolking verstikt het uitpraten van verschillen binnen de families. Dit conflictmodel moet van tafel, maar dat is niet makkelijk. Dat kunnen vrouwen niet alleen. Het vereist gericht beleid om dergelijke sociale aspecten mee te nemen, zowel in de politiek als bij de landbouworganisaties.”

Input vrouwen belangrijk bij transitie in de landbouw

Zowel Bock als Van der Burg ziet dat de landbouw aan het veranderen is en de inbreng van vrouwen daarbij ondergewaardeerd is. Bij de wens van de overheid en de maatschappij om niet langer vol in te zetten op grootschaligheid en productmaximalisatie, hebben vrouwen een belangrijke functie. Ze hebben relatief vaak ervaring opgedaan buiten de sector, zitten niet gevangen in het traditionele productiedenken en ontlenen ook minder status aan hoeveel melk een koe precies geeft. Dat alles geeft hen de vrijheid om anders te denken en te doen.

Bock: “Voor veel bedrijven is veranderen een heel grote stap, er is verbeelding voor nodig. Nieuwkomers en vrouwen van buiten brengen die vaak mee, zij kunnen daar een rol in spelen.” Van der Burg: “Vrouwen kunnen de verbindende factor zijn bij de transitie waar de landbouw voor staat, maar dan moeten ze daar wel de ruimte voor krijgen.”

Reacties

  1. Op biodynamische landbouwschool Aeres Warmonderhof is de helft van de bijna 300 studenten die de landbouw in willen vrouw.

  2. Luxe als je je kunt bezighouden met cijfers waarvan je weet dat ze de werkelijkheid niet aangeven. Hoeveel viilisvrouwen zouden er trouwens zijn?