Vooral veel vleesvarkens in Gelderland

Foto: Mark Pasveer
De varkenshouderij in Gelderland is kleinschaliger dan in andere varkensprovincies en heeft veel vleesvarkens. Aan groei komen meer voorwaarden.De derde provincie qua aantal varkens is Gelderland met ruim 1,9 miljoen varkens en ruim 1.000 bedrijven met varkens. Het zijn er meer dan in Overijssel, maar minder dan in Brabant en Limburg. Kijkend naar de statistieken (zie tabel hieronder) valt op dat de provincie weliswaar 15,3% van het aantal landelijke varkens herbergt, maar 23,2% van het aantal bedrijven met varkens. Met andere woorden: een kwart van alle bedrijven met varkens bevindt zich in deze provincie en die neemt daarmee na Brabant de tweede plaats in. Wat verder opvalt is dat het vooral bedrijven met vleesvarkens zijn; de provincie heeft 875 bedrijven met deze varkenscategorie tegenover ‘slechts’ 373 bedrijven met zeugen.In de Achterhoek liggen de meeste varkens en hebben bedrijven gemiddeld de grootste omvang. De Veluwe is het kleinschaligst.Drie regio‘sIn Gelderland zijn voor dit artikel drie regio’s onderscheiden: de Veluwe in het noordwesten, de Achterhoek in het oosten en Rivierenland in het zuiden van de provincie. Van oudsher zijn de Veluwe en de Achterhoek de regio’s met de meest varkensbedrijven en periferie (voer, handel, dierenartsen). Daarbij zijn wel verschillen qua historie en ontwikkeling. Dure grond op de VeluweDe Veluwe kent van vroeger uit veel bedrijven met vleesvarkens waarbij de varkens levend naar Duitsland gaan, vertelt Johan Schuttert, directeur van voerfabriek AgruniekRijnvallei en kenner van het gebied. “Vleesvarkens zie je nog steeds veel op de Veluwe. Grond was en is duur op de Veluwe dus grondloze veehouderij is daar sneller ontwikkeld dan in andere delen van de provincie. Typerend voor het gebied zijn de grote aantallen bedrijven met pluimveehouderij rond Ede/Barneveld en kalverhouderij rond die plaats maar ook in de gebieden rond Putten en Apeldoorn.Gemengde bedrijven in AchterhoekDe Achterhoek is juist een gebied met veel melkveehouderij en gemengde bedrijven. “Veel bedrijven met koeien en varkens hebben daar de afgelopen jaren een keuze gemaakt voor specialisatie”, weet Schuttert. Rivierenland ligt rondom de verstedelijkte regio’s Arnhem/Nijmegen, en is ook het gebied tussen de rivieren met de Bommelerwaard. Dit gebied grenst aan het noorden van Brabant en Limburg met deels overeenkomstige typering van varkenshouders en -bedrijven.Kleinste in VeluweVerschillen tussen de drie Gelderse regio’s zijn ook in de statistieken zichtbaar. De Achterhoek telt met bijna 895.000 stuks (in 2016, telling CBS) de meeste varkens, gevolgd door de Veluwe met bijna 607.000 varkens en Rivierenland met 405.000 varkens. De Veluwe en de Achterhoek hebben ongeveer hetzelfde aantal bedrijven met varkens, respectievelijk 419 en 435 stuks. De specialisatiegraad op bedrijfsniveau ligt rond de 70% en ligt daarmee een fractie onder het gemiddelde van Nederland.In Rivierenland zijn er bijna 180 bedrijven met varkens. Qua omvang doen de bedrijven in Rivierenland niet onder voor de rest van Gelderland. Opvallend is dat Rivierenland de laagste specialisatiegraad heeft als het om bedrijven gaat, maar het hoogste aandeel varkens heeft dat op een gespecialiseerd bedrijf ligt. Dat geeft aan dat de gespecialiseerde bedrijven in dit gebiedsdeel fors groter zijn dan in de rest van de provincie.Biologische varkensQua bedrijfstype valt op dat de Veluwe de kleinste bedrijven heeft, zowel bij zeugen als vleesvarkens. Daar zitten ook de meeste bedrijven met biologische varkens. In de Achterhoek en Rivierenland zijn de bedrijven ongeveer even groot. In alle gebieden ligt het gemiddeld aantal zeugen en vleesvarkens een stuk onder het landelijke gemiddelde en ook lager dan in buurprovincie Overijssel.De gemeenten Berkelland en Ede tellen de meeste varkens in Gelderland. Het is nog altijd fors minder dan in het zuiden.Gelderland heeft enkele gebieden met een geconcentreerde varkenshouderij. In het oosten van de Achterhoek, in het midden bij Doetinchem rond Didam en Wehl en tot slot in het oosten van de provincie rond Ede/Barneveld. Toch blijven de aantallen varkens relatief klein; de gemeente Berkelland telt 231.000 varkens in 2016. Dat zijn veel varkens, het is nog maar een derde van het aantal varkens in Venray (L.) en iets meer dan de helft van het aantal in Sint Anthonis of Deurne (N.-Br.).‘Benadering is positief’Ondernemen in Gelderland is volgens Schuttert best gunstig, want er is in de meeste delen van Gelderland veel kennis over de varkenshouderij aanwezig. Via voerfabrikanten, dierenartsen en varkenshouders en andere deskundigen. Hij merkt dat door deze varkens-infrastructuur er onder de Gelderse jeugd relatief positief over de sector en bedrijfsopvolging wordt gedacht.Het oostelijke deel van de provincie heeft dezelfde voor- en nadelen als in delen van Twente: afzet van varkens is gericht op Duitsland wat voor de betere bedrijven een hogere prijs kan opleveren. Aan de andere kant zijn mestkosten relatief hoog. Dat heeft te maken met de afstand tot de beperkte mestverwerking, maar ook de afstand tot de akkerbouw en slechte ontsluiting van het gebied.De Gelderse periferie is, net als in andere provincies met varkens, de afgelopen decennia sterk geconcentreerd. Dat is ook te zien bij fusies tussen voerbedrijven. Foto: Koos GroenewoldAmmoniakbeperkingenOver het algemeen zijn de ontwikkelingsmogelijkheden in Gelderland zeker niet slechter dan in de rest van Nederland. Rob van Woerden, juridisch adviseur ruimtelijke ordening en milieu bij Rombou: “Natuurlijk zie je verschillen tussen gemeentes en hebben bedrijven last van ammoniakbeperkingen rond natuurgebieden. Maar de benadering is over het algemeen wel positief, zeker vergeleken met Brabant en sommige provincies in Noord-Nederland.” Daarbij speelt mogelijk mee dat in Gelderland van oudsher al varkens worden gehouden en geen import van varkensbedrijven heeft gekend, zoals in sommige Noordelijke provincies en Zeeland. Uitbreidingsplannen zijn over het algemeen minder grootschalig dan in het zuiden, uitzonderingen vanzelfsprekend daargelaten. Bovendien heeft Gelderland veel landelijke gemeentes met agrarisch gezinde politieke partijen.Plussenbeleid bepalendVan Woerden noemt het voorgestelde Plussenbeleid van de provincie Gelderland sterk bepalend voor de mogelijkheden de komende jaren. Dit betekent dat intensieve bedrijven die een bouwvlakvergroting van meer dan 500 vierkante meter nodig hebben, extra moeten investeren op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu en dierenwelzijn. Ook sloop van stallen elders kan meetellen. De investering in bovenwettelijke maatregelen wordt uitgedrukt in procenten van de bouwkosten; de bijdrage staat nu op 8% maar is nog niet zeker. Bedrijven worden verplicht een dialoog op te starten met de omgeving. Gelderland kent veel bedrijven met vleesvarkens. Gemiddeld zijn ze een maatje kleiner dan in andere varkensprovincies. Foto: Jan Willem SchoutenGemeenten aan zetHet Plussenbeleid is onderdeel van de actualisatie van de provinciale Omgevingsverordening en Omgevingsvisie. Gemeenten krijgen de taak het Plussenbeleid nader uit te werken en op te nemen in de bestemmingsplannen. “Ze krijgen daarvoor ruim de tijd en ondertussen blijven de huidige regels in het bestemmingsplan van kracht. Buitenplanse uitbreidingen moeten wel direct voldoen aan het Plussenbeleid”, aldus Van Woerden.Fijn stofLambert Polinder, omgevingsjurist bij Agrifirm Exlan, noemt nog twee andere aspecten die opvallen in Gelderland. De eerste is het fijnstofprobleem in het zuidelijke deel van de Gelderse Vallei (onder andere Ede, Barneveld en Scherpenzeel). “Gemeenten sorteren al voor op eventuele landelijke maatregelen. Vergunningen worden daar op beoordeeld. Over het algemeen heeft dat meer impact op de pluimvee- dan op de varkenshouderij.”LuchtwassersEen ander probleem is beperkte ontwikkelingsruimte in de Veluwe voor bedrijven die vlakbij natuurgebieden liggen. Bedrijven kunnen vaak aan de eisen voldoen door extra ammoniakreductie op het eigen bedrijf door gebruik te maken van een luchtwasser. “Dat systeem is in principe niet verplicht maar vaak de enige methode om voldoende ammoniak te reduceren. In veel gevallen wil de ondernemer toch al een stal bouwen die voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij.Voor een deel van de bedrijven zal het weinig gevolgen meer hebben. De verwachting is dat de komende jaren veel bedrijven met vleesvarkens stoppen, die bijvoorbeeld deelnemen aan de stoppersregeling. De achterstand op gemiddelde bedrijfsgrootte kan daardoor over vijf jaar best zijn ingehaald.Naam: André Wikkerink (52). Plaats: Sinderen (Gld.). Bedrijf: 500 zeugen, tweede locaties met 1.500 vleesvarkens en een huurstal met 1.500 varkens. Foto: Hans Prinsen‘Niet mopperen over mensen op provinciehuis’Varkens houden in Gelderland bevalt André Wikkerink prima. Hij ziet vooral voordelen maar ervaart ook wel beperkingen.“Gelderland is een prachtige provincie om te wonen en te werken. Ik heb in veel delen van Nederland gewerkt maar de mentaliteit hier spreekt me aan. Rustig, wat behoudender en behoedzamer dan bijvoorbeeld in Brabant.” Dat heeft ook zijn weerslag op de ontwikkeling van varkensbedrijven, is zijn verwachting. Bedrijven zijn gemiddeld wat kleiner en hebben minder de grens opgezocht zoals in het zuiden meer is gebeurd. Wel ziet hij in de provincie zelf ook verschillen tussen de gebieden.Qua provinciaal beleid voor de agrarische sector is hij niet ontevreden. “We mogen niet mopperen over de mensen op het provinciehuis. Maar we merken meer van de houding van de gemeente, en dan kan het op één ambtenaar vastzitten.” Zelf is hij al 20 jaar bezig met een verruiming van het bouwblok. Wikkerink verwacht dat het nieuwe Plussenbeleid mogelijkheden biedt maar nog niet zeker is hoe de gemeente dit gaat interpreteren, aangezien er op de valreep een nieuw bestemmingsplan ter inzage is gelegd.Met een varkensslachterij in de buurt ervaart Wikkerink leveringszekerheid mocht er een calamiteit gebeuren. Ook vindt hij het maatschappelijk beter verkoopbaar niet te ver met de dieren te rijden. Een ander voordeel dat hij ervaart, is de aanwezigheid van veel kennis in het gebied. “Op alle gebieden zit wel een bedrijf dichtbij.” Hij is aangesloten bij een studieclub om te blijven werken aan het eigen kennisniveau. Dat het aantal varkenshouders snel afneemt ervaart vooral zijn zoon. “Die zit bij een studieclub van jonge varkenshouders maar dat is niet meer provinciaal.”Minder blij zijn varkenshouders in dit deel van Nederland met de hoge mestkosten. “We zitten hier overal ver van af.” Wikkerink heeft zich aangesloten bij een Gelders initiatief tot biovergisting maar is voorzichtig over de slagingskans. “De overheden zijn nog erg terughoudend hierin.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









